Rapport Cie. De Jong: Sector let op uw zaak!

27 januari 2014, 11:56
Rapport Cie. De Jong: Sector let op uw zaak!
Rapport Cie. De Jong: Sector let op uw zaak!
De Samenwerkende Brancheorganisaties Filantropie hebben overwegend positief gereageerd op de adviezen van de Commissie de Jong over reikwijdte en het beheer van het validatiestelsel (waaronder het toezicht op ANBI’s). Deze adviezen lekten reeds vorige week op hoofdpunten uit. Het integrale rapport is nu gepubliceerd door Filanthropium Journaal.  Na lezing stelt de redactie deze vraag: is de blijdschap van de SBF wel terecht? Een eerste analyse en een oproep tot een brede discussie.

Al geruime tijd zingt het bgerip ‘Validatiestelsel’ rond in onze sector: een containerbegrip dat staat voor drie onderdelen van verantwoording en toezicht in de filantropie waarover sector en overheid afspraken gaan maken: één gedragscode, één keurmerkstelsel en één centraal informatiepunt. Waarom één validatiestelsel? In 2011 hebben de Samenwerkende Brancheorganisaties Filantropie (SBF) en de rijksoverheid het convenant ‘Ruimte voor geven’ ondertekend. Hierin is onder andere overeengekomen dat in 2013 een validatiestelsel moet worden vormgegeven voor filantropische instellingen in Nederland. Het doel van het nieuwe validatiestelsel is het verbeteren van de transparantie van de sector en de kwaliteit van het toezicht.

Opdracht Commissie De Jong

De Commissie De Jong is een door staatssecretaris Teeven ingestelde onafhankelijke commissie die tot doel heeft om een advies uit te brengen over de belangrijke vragen wie het nieuwe validatiestelsel gaat beheren en controleren. Teeven heeft de commissie gevraagd antwoorden op twee hoofdvragen te geven:

1. Op welke wijze moet het validatiestelsel filantropie verplicht worden gemaakt voor alle charitatieve ANBI’s?
2. Hoe liggen de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden met betrekking tot het beheer van het validatiestelsel?

Sectorvertegenwoordigers zijn positief

Vorige week bracht de Commissie de Jong haar advies uit aan opdrachtgever, staatsecretaris Fred Teeven. Maar de adviezen lekten uit en dagblad de Telegraaf berichtte vorige week al over de conclusies van het rapport. Vervolgens werden belanghebbenden min of meer gedwongen om op basis van de hoofdlijnen een eerste reactie te geven. Vanuit de sector liet SBF-voorzitter Steven van Eijck zich zeer positief uit over de adviezen van de Commissie de Jong. Ook VFI, de koepel van de grootste fondswervende goede doelen in ons land, was positief en bracht zelfs een persbericht uit. VFI-voorzitter Jan Jaap de Graeff zei op Radio 1 blij te zijn met meer controle vanuit de overheid om “de rotte appels uit de mand” beter te kunnen weren.

Rapport Commissie de Jong

De volledige tekst van het rapport van de Commissie de Jong werd op maandag 28 januari reeds door Filanthropium op deze website gepubliceerd: klik hier. Het belang van deze publicatie is dat “de” sector nu ook kennis kan nemen van de adviezen en haar oordeel kan vormen over de standpunten van het SBF-bestuur, dat intussen de toon heeft gezet voor het overleg met de overheid. De vraag voor dit moment is - nu de inhoud van het rapport integraal bekend is - of er voor het SBF(bestuur) wel zoveel grond is voor optimistische geluiden. In het advies van de Commissie de Jong zitten naar de overtuiging van Filanthropium Journaal elementen die de vraag rechtvaardigen of “de sector” niet van de regen in de drup komt als het gaat om zelfbeschikking. Het lijkt er namelijk verdacht veel op dat de private sector van goed doen bijna geruisloos binnen in een semi-gouvernementele sfeer wordt getrokken. Wij doen daarom een oproep aan alle bestuurders en opinion leaders in de filantropiesector om het publieke discours hierover te starten. Daarvoor geven wij hier reeds de volgende aanzetten.

Een glijdende schaal

Uitgangspunt voor samenwerking tussen sector vertegenwoordigd door de SBF en overheid is altijd geweest: “zelfregulering waar het kan, overheidstoezicht waar het moet”. Dat adagium bevat reeds een glijdende schaal in de verhouding tussen de private filantropische sector en de overheid, waar decennialang vooral de zelfregulering uitgesproken leidend was. De dynamiek in het maatschappelijk middenveld, het toegenomen belang en de toegenomen aandacht van publiek, pers en overheid voor de sector, hebben geleid tot een convenant (2011) en afspraken om nader te kijken naar een ‘validatiestelsel’.  “De sector” gaf aan alleen niet in staat te zijn om het dalende publieksvertrouwen als gevolg van de vele incidenten een halt toe te roepen. Vanuit de gevestigde filantropische orde - vooral vanuit de VFI - was er de behoefte om de “rotte appelen” beter uit de charitatieve mand te kunnen weren. Vanuit publiek – en dus ook politiek – was er de roep om betere controle op “de strijkstok”. Een ideaal 'best of both world-scenario' werd genoemd: een systeem van “geconditioneerde zelfregulering”. Daarin paste een overheid die zich beperkt tot “meta-toezicht”. Maar hoe krijgt dat systeem vorm in de adviezen van de Commissie de Jong?

1.Zelfregulering?

De overheid beperkt zich niet tot “meta-toezicht” maar houdt met een aparte dienst binnen het ministerie van Veiligheid & Justitie toezicht op het register. Daarmee lijkt er geen rol of ruimte meer voor certificerende instellingen als het CBF.

2.Normen & waarden?

De normen en waarden voor het toezicht worden vastgesteld door een onafhankelijke stichting. Maar hoe onafhankelijk is die stichting als daar ook overheidsvertegenwoordigers in zitten? En hoe dwingend zijn deze adviezen? De staatssecretaris moet ze uitvoeren, maar door de politieke werkelijkheid van een ‘law & order’ eisende volksvertegenwoordiging kunnen de adviezen over normen en waarden heel wat minder ‘dwingend’ zijn, dan ze aanvankelijk bedoeld waren. De publiekrechtelijke klap die de staatssecretaris moet geven op de adviezen van de stichting laat veel ruimte open voor andere afwegingen vanuit de overheid.

3.Minder overheid?

Met een eigen dienst en toezicht staat er een nieuw ‘ambtenarenfabriekje’ op stapel. Wie gaat dit nieuwe blik ambtenaren betalen? Het antwoord laat zich raden: iedereen die in een register wil komen, kan leges gaan betalen. Invloed op de tarieven en financiering van de nieuwe dienst ligt niet meer bij de sector.

4.Koppeling met Belastingdienst?

De Commissie de Jong stelt dat een kwalificatie voor het register automatisch een ANBI-beschikking betekent. Dat klinkt politiek erg naief: het ministerie van Financien zal te allen tijde politieke zelfbeschikking willen hebben over puur fiscale zaken. Er zal altijd een formeel-juridische scheiding blijven, ook al wordt er nu lichtig over "arrangementen" gesproken.

5.Reikwijdte?

De adviezen van de commissie sluiten vermogensfondsen en kerken die alleen binnen eigen kring fondsenwerven uit: die worden rechtstreeks naar de Belastingdienst verwezen. Maar is de kous daarmee af? Ook dat klinkt naief: wie zijn oor goed te luisteren legt bij volksvertegenwoordigers en wie commissievoorzitter Gerrit de Jong zelf hoorde tijdens zijn optreden vorige week op de SBF-nieuwjaarsborrel weet: ook voor deze instellingen komen vragen over minimale eisen voor toezicht en controle. Als met name de kerken nu zelf niet al kiezen voor “eigen specifieke eisen”, zal dit over niet al te lange tijd ongetwijfeld vanuit de overheid gedaan worden. De vermogensfondsen lijken, bij monde van koepelvoorzitter Rien van Gendt, echter al de vlucht voorwaarts te kiezen met eigen regels bovenop de eisen van de Belastingdienst.

6.Vooraf controle?

Een systeem waarin vooraf wordt gecontroleerd of een instelling wordt opgenomen in het register klinkt heel wat logischer dan de huidige situatie waarin iedereen kan zich aanmelden op basis van een lichte toets, met een kleine kans op een nacontrole via steekproef. Maar wat gebeurt er in het voorgestelde systeem met een toetsing vooraf? Dus wat gebeurt er nadat een instelling eenmaal in het register is opgenomen? Wordt er dan nadien stevig en periodiek gecontroleerd? Of blijft het huidige systeem van steekproefcontrole bestaan? Dat laatste lijkt zeer waarschijnlijk. Waarschijnlijker dan het opentrekken van een enorm blik ambtenaren. En als dat laatste zou gebeuren, dan heeft dat ongetwijfeld gevolgen voor de hoogte van de leges die de instellingen moeten ophoesten om de uitdijende ambtenarenfabriek te financieren…

7.Wordt het publieksvertrouwen verhoogd?

Misschien wel de belangrijkste vraag. Wordt het dalende publieksvertrouwen door al deze maatregelen een halt toegeroepen? Dat is nog maar zeer de vraag. Niet alleen heeft de implementatie van alle voorgestelde maatregelen een lange doorlooptijd, ook is nog helemaal niet bewezen dat “meer goede doelenpolitie” ook zal leiden tot minder “incidenten” en dus “tot herstel van vertrouwen”. Er zijn domweg te veel andere variabelen die van invloed zijn op het publieksvertrouwen: die hebben te maken met algemene demografische en maatschappelijke trends. En als het publieksvertrouwen weer zou stijgen zal het altijd lastig zijn om dit toe te rekenen aan het nieuwe validatiestelsel (het zogenoemde attributieprobleem).

OPROEP: Wilt u ook uw mening geven of bijdrage leveren aan de discussie over het nieuwe validatiestelsel? Mail ons uw bijdragen, die wij zullen verwerken in ons “Dossier Validatiestelsel” op de homepage.

 Klik hier voor het integrale rapport van de Commissie de Jong.

Klik  hier voor commentaar van de hoofdredactie "Een beetje zwanger

 

 

 
gerelateerde items