Toon alles (2)

Interview René Bekkers: De gever als pinautomaat is echt passé

4 mei 2017, 06:00
Prof. dr. René Bekkers: goede doelen moeten relatie met hun donateurs echt herzien (foto: Edwin Venema)
Prof. dr. René Bekkers: goede doelen moeten relatie met hun donateurs echt herzien (foto: Edwin Venema)
De jubileumeditie van het tweejaarlijkse onderzoek ‘Geven in Nederland’ heeft een dubbele en voor sommigen verwarrende boodschap. Er is een stijging van giften aan het algemeen nut in absolute zin, maar de langetermijntrend zou een ‘wake up call’ voor met name het fondsenwervend deel van de sector moeten zijn: onze vrijgevigheid neemt juist af. In een interview met De Dikke Blauwe gaat onderzoeksleider prof. dr. René Bekkers uitgebreid in op de onderliggende trends en de noodzakelijk omslag van communicatie met gevers van ‘pinautomaat’ naar ‘een gesprekspartner die iets voor jou wil doen’.
 
DDB: Bijna iedereen grijpt zich bij de uitkomsten van jullie tweejaarlijkse onderzoek ‘Geven in Nederland’ vast aan ‘het getal’: het totaalbedrag dat wij geven aan het goede doel. In het vorige onderzoek over het geefjaar 2013 was dat €4,4 miljard. In Geven in Nederland 2017 (over het geefjaar 2015) is dat €5,7 miljard. Voor de buitenstaander lijkt dat een spectaculaire stijging.
Bekkers: ‘Toch is het niet zo dat het spectaculair is gestegen. Er is wel een stijging waargenomen, maar door de nieuwe toegepaste methodologie is de stijging niet zo enorm als het lijkt. Bij het CBS noemen ze dat trendbreuk. Als je de methode om schattingen te maken verandert, verandert ook de hoogte van de schatting. Dat methode-effect moet je dus controleren. Dat kun je doen door met de nieuwe schattingsmethode terug te kijken in de tijd en een trend proberen vast te stellen. Dat kan helaas niet, want de nieuwe methode kunnen we niet goed toepassen vanwege problemen met de beschikbaarheid van gegevens over de vermogende Nederlanders en Nederlanders met een migratieachtergrond. Maar als we de methode uit 2015 naast de nieuwe methode leggen, blijkt dat met de nieuwe methode het totaal aantal bijdragen aan het algemeen nut in Nederland flink hoger is dan volgens de oude methode. En wij denken als onderzoekers dat de nieuwe methode beter is en de begeleidingscommissie van het onderzoek is het daarmee eens.’
 
DDB: Toch zijn de aantoonbaar zwakke plekken uit het vorige onderzoek, met name de cijfers van de nalatenschappen, er nog niet uit.
Bekkers: ‘Voor het onderzoek in 2015 klopt dat. Nu weten we van nalatenschappen nog steeds niet heel veel meer, maar weten we wel wat een redelijke schatting is van de onderschatting. Dat is nog steeds nog maar maximaal 300 miljoen. Maar we blijven aangeven dat we niet zwart op wit hebben hoe groot dat totaal aan nalatenschappen is.’
 
DDB: Volgens de Belastingdienst zou er 550 miljoen euro uit nalatenschappen ten goede komen aan goede doelenorganisaties. Volgens jullie berekening is het enige bedrag dat echt zeker is 300 miljoen. Hoe kunnen jullie dat verschil verklaren?
Bekkers: ‘Door onderzoek van de Belastingdienst naar het gebruik van de giftenaftrek weten we nu dat een deel van de giften dat wordt opgevoerd door particulieren, misschien helemaal niet gedaan zijn. We denken ook dat in de hoek van de nalatenschappen aan algemeen nut een aantal bedragen te vinden is dat misschien helemaal niet naar algemeen nut gaat, maar fiscale constructies zijn. Dat kan ik niet hard maken, maar we weten dat de allergrootste goede doelen in Nederland die bij het CBF rapporteren bij elkaar zo’n maximaal 300 miljoen inkomsten uit nalatenschappen hebben opgegeven. Deze goede doelen hebben bij elkaar zo’n negentig procent de goede doelenmarkt in handen. Het moet heel raar lopen wil die tien procent van de markt die niet bij het CBF in beeld is, het gat verklaren tussen wat het CBF rapporteert uit nalatenschappen en wat bij redelijke benadering de totale omvang uit de cijfers van de Belastingdienst zou kunnen zijn. Dat totaal weten we overigens ook niet heel goed, maar een zo goed mogelijke schatting is 550 miljoen in 2015. Dat verschil, die 250 miljoen, kan niet verklaard worden door die tien procent.’
 
DDB: Zouden de kerken en vermogensfondsen een verklaring voor het verschil kunnen zijn?
Bekkers: ‘Wat betreft de kerken weten we nu nog te weinig. Voor dat onderzoek hebben we samenwerking met die kerken gezocht. Dat was heel moeilijk - van de PKN weten we niets - maar uiteindelijk hebben we bij één bisdom, bisdom Utrecht, in de boeken kunnen kijken. Als we daar alles bij elkaar optellen, dan kom we nog maar aan een paar miljoen. Misschien hebben kerken wel meer inkomsten uit nalatenschappen, maar dan worden die niet aan het CBF gerapporteerd. Dus, ofwel het zit niet bij de katholieke kerk of bij een ander bisdom ofwel het zit bij andere kerken of bij congregaties. Maar het lijkt me niet dat we daarmee een gat van 250 miljoen kunnen verklaren.’
 
DDB: Kun je daarmee vaststellen dat een deel van dat bedrag onterecht is toegewezen aan nalatenschappen?
Bekkers: ‘Daar zou je rekening mee kunnen houden. We hebben het over 250 miljoen aan geschatte inkomsten aan het algemeen nut waarover voorzover wij weten geen belasting wordt betaald. Dat betekent dat het dus een zaak voor de Belastingdienst is. Voor ons als onderzoekers blijft het nu een achterkant van een sigarendoosschatting met speculatieve interpretaties. En meer kun je er nu niet over zeggen.’
 
DDB: Het is een wel een schatting die de wenkbrauwen doet fronsen.
Bekkers: ‘Volgens de Belastingdienst zijn het een paar rotte appels die daar voor vrij grote bedragen in zitten. Maar die negentig procent van de goede doelen die in beeld is bij het CBF en bij het publiek bekend is als goed doel, heeft hier voor alle duidelijkheid niets mee van doen.’
 
DDB: En dan dat andere zwarte onderzoeksschaap: de vermogensfondsen…
Bekkers: ‘We hebben altijd gezegd dat vermogensfondsen verantwoordelijk zouden kunnen zijn voor een groter deel van de inkomsten voor goede doelen. Ze ontvangen vaak giften van vermogende particulieren en bedrijven en ze fungeren vaak meer als doorgeefluik. Maar we weten nu door het onderzoek onder de grootste vermogensfondsen dat het daar waarschijnlijk niet zit. Er zijn vermogensfondsen die niet als zodanig bekend willen zijn, ook niet bij experts van de fondsensector, maar wel een anbi-status hebben. Maar dan wordt het wel heel erg vaag.’
gerelateerde items