De 25 procentnorm is een collectieve leugen. Breek door het ‘angstplafond’!

26 november 2015, 17:46
De 25 procentnorm; een collectieve leugen
De 25 procentnorm; een collectieve leugen
De invoering van een nieuw, integraal stelsel van toezicht en verantwoording – het ‘Validatiestelsel’ – biedt een unieke gelegenheid om definitief af te rekenen met het discutabele 25%-plafond voor kosten fondsenwerving. Die norm creëert schijnzekerheid, leidt tot perverse prikkels en ‘sjoelbakken-administratie’, bevoordeelt de grotere goede doelen en smoort maatschappelijk ondernemerschap. ‘Killer-argument’: die 25%-norm versterkt niet het publieksvertrouwen, maar voedt juist de uiterst destructieve strijkstokgedachte en leidt af van resultaten en impact. Het wordt hoog tijd om een collectieve leugen om bestwil te ontmaskeren.

De discussie over nut en noodzaak van de 25%-norm voor kosten fondsenwerving is sinds haar invoering, meer dan een halve eeuw geleden, nooit opgehouden. De norm die het CBF in haar reglement (lid 3g, h en i) formuleert, is als volgt samen te vatten: een goed doel mag gemiddeld 25% van de inkomsten uit eigen fondsenwerving over een periode van drie jaar gebruiken voor fondsenwervende activiteiten. Deze bovengrens werd ooit geïntroduceerd om de groeiende concurrentie om de geefgulden te reguleren en het publieksvertrouwen te versterken, maar is intussen haar goede doel ruimschoots voorbijgeschoten. Afschaffing van de norm ligt voor de hand, nu de eerste fase van implementatie van het nieuwe Validatiestelsel begin 2016 aanstaande is. In deze fase komt het fondsenwervende deel van de sector, als eerste ‘bloedgroep’ (naast vermogensfondsen en kerken), aan de beurt.

Grote verdeeldheid
Binnen suprakoepel SBF praten de twee koepels voor fondsenwervende organisaties, Goede Doelen Nederland (voorheen VFI) en Instituut Fondsenwerving, al geruime tijd over de contouren van een nieuwe ‘Erkenningsgregeling’, onder andere met de beoogde toezichthouder CBF. Van deze koepels heeft IF – dat vooral de belangen van de kleinere fondsenwervende goede doelen en nonprofits behartigt – al vanaf 2013 geen geheim gemaakt van haar standpunt, en dit onlangs in Filanthropium Journaal nog eens klip en klaar herhaald: de 25%-norm moet binnen die nieuwe regeling van tafel. GDN houdt de kaarten echter nog steeds tegen de borst. Deze brancheorganisatie vertegenwoordigt de belangen van de 120 grootste (samen bijna €2 miljard jaarlijks naar de doelbesteding) goede doelen van Nederland en binnen deze gelederen lijkt er grote verdeeldheid over het onderwerp te bestaan. Bronnen rond GDN melden stevige, interne discussies tussen voor- en tegenstanders van afschaffing.

Er is nog geen alternatief
De tegenstanders van afschaffing van de 25%-norm bedienen zich van een aantal argumenten, waarvan misschien wel de meest gehoorde is: het vertrouwen is toch al zo wankel en afschaffing van deze norm als houvast voor onze donateurs is gewoon ‘niet uit te leggen’. En al helemaal niet aan het journaille: alles wat niet deugt, schenkt de krant immers vreugd! Zo wordt verwezen naar recente artikelen in de Volkskrant en Het Financieele Dagblad, die de mogelijke afschaffing van het 25%-plafond en meer focus op de besteding en doelstelling in het nieuwe Validatiestelsel prominent naar voren brachten. De pro-vijfentwintigers wijzen op de ‘onrust’ die bij donateurs kan ontstaan over het schrappen van de norm, terwijl er (nog) geen bruikbaar alternatief of normering is voor impact(meting). ‘Gooi geen oude schoenen weg voordat je nieuwe hebt’, is daarom een veelgehoorde volkswijsheid in het contrakamp.

Geen benchmark meer
Maar er staan ons meer rampen te wachten als die 25%-norm verdwijnt. Door het ontbreken van een alternatieve normering (voor maatschappelijke effecten, waarop het Validatiestelsel zegt meer te willen focussen) verdwijnt ook elke vorm van benchmarking voor donateurs. Het catastrofale resultaat? Een markt waarop appels met peren worden vergeleken. Een markt die de deur wagenwijd openzet voor ‘cowboys’ die zich handig op de geversmarkt kunnen profileren, overgeleverd aan donateurs die door het goede doelenbos de gezonde bomen steeds moeilijker kunnen onderscheiden van de zieke. ‘Misschien is de huidige norm niet ideaal, maar het alternatief – geen kostennorm – is nog veel erger’, is vaak de slotconclusie van tegenstanders van afschaffing.

gerelateerde items