Filanthropium: Dus samenvattend. Er is de gedragscode, het morele kompas, geldend voor iedereen, en de concrete, gedifferentieerde uitwerkingen in gedragscodes voor de bloedgroepen. Daaraan ga je de normen ontlenen aan de hand waarvan je toezicht wilt uitoefenen en die normen ga je algemeen verbindend laten verklaren door de overheid. De overheid wil dat doen, maar wil ook weten of daar draagvlak voor is in de sector? Hoe is dat bij de FIN-leden?
Van Gendt: ‘De Algemene Ledenvergadering van de FIN heeft hier met één of twee tegenstemmen vrijwel unaniem voor gekozen. Dat draagvlak maakt het voor de overheid aantrekkelijk om met die algemeen verbindendverklaring te gaan werken. Het is net als bij een CAO waarvan je ziet dat er voldoende draagvlak voor is.’

Filanthropium: Maar is er voldoende vertrouwen in betrouwbare overheid? De Haagse politiek is een windvaan. Is er uiteindelijk wel een Kamermeerderheid?
Van Gendt: ‘De Haagse politiek is volatiel. Ik kan me echter niet aan de indruk onttrekken dat ook voor de Kamer een algemeen verbindendverklaring aantrekkelijk is, want als je dat niet zou doen, dan zou er vanuit de overheid ook geen inzicht meer zijn in de sector. Een groot deel zou zich aan toezicht kunnen onttrekken en dat zal zeker niet tegemoetkomen aan het publieksvertrouwen en publieksbelang. Ik kan me wel nog een discussie voorstellen over de vorm waarin je de algemeen verbindendverklaring regelt: via een aparte wet of door een ANBI-criterium toe te voegen in de trant van ‘gij zult uzelf registreren bij een centraal informatiepunt’. Ik denk dus dat er te veel eigenbelang is aan de kant van de overheid om een vorm van algemeen verbindendverklaring tegen te houden.’

Filanthropium: Hoe verhouden de erkenningscriteria van dit validatiestelsel zich nu tot de huidige ANBI-criteria? Ook in het nieuwe stelsel behoudt de fiscus immers haar autonomie?
Van Gendt: ‘Eerder pleitte de Commissie De Jong voor een separate autoriteit, een lichaam om toezicht te houden en dat vervolgens bij erkenning door die autoriteit automatisch een ANBI-status zou worden toegewezen door de fiscus. Dat was voor de fiscus echt een hele brug te ver. Het zijn dus twee dingen die naast elkaar blijven bestaan, maar die wel op een intelligente manier aan elkaar gekoppeld zullen zijn.’

Filanthropium: Nog even terug naar die normen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen ‘binaire’ of ‘harde normen en zogenoemde ‘reflectieve’ of ‘zachte normen’. Die laatste typen normen kunnen natuurlijk niet algemeen verbindend worden verklaard. Hoe zit dat bij de vermogensfondsen?
Van Gendt: ‘De vorm van modern toezicht die ons voor ogen staat in het nieuwe validatiestelsel mag niet alleen een afvinklijstje worden. Het gaat er ook om dat er een leercurve is, dat je je kunt verbeteren en verder professionaliseren. Wij hebben als vermogensfondsen een viertal reflectieve normen geformuleerd: 1. zijn jouw daadwerkelijke activiteiten in lijn met de missie van je foundation? (je ziet immers vaak mission drift); 2. Hoe output-georiënteerd ben je? hoe doeltreffend ben je? Wat doe je zelf om dit te monitoren en te verbeteren, ook al weten we dat niet alles gemeten kan worden?; 3. vermogensbeheer: hoe gaat een vermogensfonds om met de beleggingskant?; wat zijn de rendementsverwachtingen t.o.v. de risicotolerantie? in wat voor producten gaat men zitten en kent men die producten ook goed? in hoeverre gaat men in het buitenland beleggen en hoe gaat men dan om met valutarisico’s? beheer je zelf of laat je dit doen?; en 4. governance: zijn er termijnen?, evaluatiemomenten?, werk je met commissies?, heb je scheiding van toezicht en bestuur?, hoe organiseer je het vierogenprincipe als je het niet hebt?
Het is evident dat je dit soort reflectieve normen niet algemeen verbindend kunt laten verklaren.’

Filanthropium: Maar ook voor de vermogensfondsen blijven er toch wel binaire normen?
Van Gendt: ‘Zeker, die afvinkbare normen zullen voor de fondsenwervende instellingen weliswaar wat pregnanter zijn dan bij de vermogensfondsen, maar die zijn ook voor ons belangrijk. Die binaire normen lopen voor een deel parallel met de ANBI-eisen, maar niet met alle en niet een-op-een, want er zijn zoals eerder gezegd ook ANBI-eisen die voor vermogensfondsen nergens op slaan. En dit is nu de goede gelegenheid om daar iets aan te doen: oppotten – hiervoor al genoemd - , maar ook het belonen van bestuurders, dat volgens de vermogensfondsen helemaal niet noodzakelijkerwijs moet liggen op het niveau van vacatiegelden, maar gewoon een redelijke beloning in verhouding tot de verantwoordelijkheden die men heeft. Dan gaat het dus – in populaire termen - over die ‘strijkstok’. Overigens iets wat door de fiscus de facto al is geaccepteerd omdat ze uitgaat van maatwerk. De formulering voor ons van die binaire normen ontleend aan die gedragscode, loopt voor een deel parallel aan de ANBI-criteria. Daar heeft de FIN een tiental normen benoemd en die gaan we nu uitwerken.’

Filanthropium: Het toezicht op de normen mag de sector straks zelf organiseren. Bij de fondsenwervende instellingen is daarvoor het CBF aangewezen door VFI en – informeel – door IF. Maar wie gaat toezicht houden op de normen voor de vermogensfondsen?
Van Gendt: 'Voor de fondsenwervende instellingen wordt dat inderdaad CBF-nieuwe-stijl, maar wij als vermogensfondsen hebben gezegd: wij komen met een eigen ‘stichting toezicht vermogensfondsen’. De reden daarvoor is dat de kwetsbaarheid voor de gehele sector toch voornamelijk zit bij de fondsenwervende instellingen: daar doen zich de discussies voor over publieksvertrouwen, daar zal ook de druk om steeds weer opnieuw te kijken naar de normen het grootste zijn.’

Filanthropium: De vermogensfondsen hebben geen zin om zich hierin mee te laten slepen.
Van Gendt: ‘Dat niet alleen. Ook zullen onze instrumenten anders zijn, vooral - zoals hiervoor al uiteengezet - omdat wij naast de binaire juist en vooral ook bezig gaan met de reflectieve normen. Die nieuwe stichting zal kijken naar beide normen. Naar de reflectieve normen door middel van visitaties: het is een ander systeem.’

Filanthropium: Hoe gaan jullie dat organiseren?
Van Gendt: ‘We zijn nu bezig om het businessmodel uit te werken van deze stichting, en willen daar voor wat het binaire deel betreft ook bij betrekken welke rol eventueel door de accountantskantoren kan worden gespeeld.’

Filanthropium: Dus de differentiatie gaat zich nu ook manifesteren in verschillende toezichthouders? Hoezo één validatiestelsel?
Van Gendt: ‘Niet te snel. Hier komt ook de nieuwe, aangescherpte rol van de SBF kijken. Van een suprakoepel zullen we ons gaan transformeren naar een meer wendbaar dwarsverband met een roulerend voorzitterschap, waarbij het accent meer komt te liggen op de aangesloten brancheorganisaties. De SBF is het dak op de sector en zal zich meer en meer gaan focussen op de twee belangrijkste punten van het convenant: fiscale wet- en regelgeving en het validatiestelsel. Bij de SBF komt het samen: daar gaan we kijken naar de dwarsverbanden. Dus ook in de verschillende vormen van toezicht: je moet van elkaar leren over de methodieken die elk volgt; ook dat wordt een belangrijke rol voor SBF voor de toekomst.’
gerelateerde items