Toon alles (2)
Edwin Venema

RvZ: ‘Dat heb ik altijd al gezien. Ik was lang bestuurslid van de Alle-Dag-Kerk, op loopafstand van de beurs, aan het Begijnhof in Amsterdam. In de statuten van de kerk staat: ‘voor de vermoeiden van hart, in het financiële hart’. Als je dan tussen de middag ziet hoe iemand van z’n bijstandsuitkering vijf euro in een open schaal legt, en je ziet ook dat bij corporale corporate huwelijken - waarvan ik er heel wat heb gesloten - alleen maar wat rood koper in de diezelfde schaal wordt geworpen, dan weet je: filantropie wordt in Nederland vooral geschraagd door de midden- en onderklasse.’
 
Als rijken geven, vooral de (post)babyboomers, dan doen ze dat aan het einde van hun loopbaan of leven. U zegt: too little, too late. En daarbij maakt u een onderscheid tussen ondernemers die iets opbouwen - de makers - en ondernemers die alleen maar halen: de takers.
 
RvZ: ‘Dat geefgedrag van de elite heeft er ook mee te maken hoe de rijken in het onderwijs worden gevormd. In ons boek beschrijven wij hoe dat op de business schools gebeurt. Dat is een lineair proces en dat gaat als volgt: eerst learning, dan earning en dan, misschien, returning. Dus: leren op universiteit of business school, dan een smak geld gaan verdienen en aan het einde weer wat teruggeven. If at all.
En in dat armoedige levensbeeld heb ik nog toegevoegd: learning, earning, returning en dan maar burning.
Dat is inderdaad too little, too late. Want geven: je kunt het niet meer. Althans voor een deel van de rijken. Want het maakt nogal uit of je een bedrijf zelf hebt opgebouwd of enkel hebt ‘genomen’. Wij maken in ons boek dus een nadrukkelijk onderscheid tussen ‘makers’ en ‘takers’. Tussen ondernemers enerzijds en ‘trukendoosspecialisten’ anderzijds. Naast het feit dat de makers over het algemeen meer risico’s hebben genomen op weg naar hun succes en vermogen, en daarbij en passent ook nog banen hebben gecreëerd, zie je bij hen een groeiende bereidheid om de laatste jaren te geven. In sterk contrast met de takers. Zij die niet zozeer iets creëren, maar enkel gebruikmaken van investeringsmogelijkheden binnen het abstracte financiële systeem. 
Hoe werkt too little, too late? Neem uit de takers-categorie bijvoorbeeld iemand uit de wereld van private equity. Die heeft in een hele korte tijd - ongetwijfeld superknap - succes behaald door extreem lineair denken vanuit het busines schoolparadigma. Maar omdat zo iemand alleen maar lineair denkt in eerst ‘earnen’, zal het ‘returnen’ daarmee nooit circulair samenvallen. Ze zijn het teruggeven eigenlijk al verleerd op hun 65e: het is een auto waarvan je de motor in de eerste kilometers al kapot hebt gereden. Ze krijgen die motor niet meer aan de praat. En dan komen ze bij de dominee en kijken ze dood in de ogen en dan hebben ze het over de trechter. En dan zeggen ze: ‘Ruben, mijn leven was zó (Van Zwieten vormt met de handen een trechter). En ik voel dat ik nu aan het einde van het leven in het tuitje van de trechter kom.’
Ik heb een ander mensbeeld. Daarmee heb je de dood in de rug en leef je naar het leven. Ik heb een trechter en draai die om en denk: wow, wat een toekomst! Je hebt toekomst zolang je in alle vrijgevigheid leeft, plannen maakt en er iemand is die ergens op een bepaald moment op je zit te wachten.’
 
Van de oudere familiefondsen wordt gezegd dat zij vooral in stilte geven vanuit Mattheus: de linkerhand mag niet weten wat de rechterhand doet. Dat is religieus sjiek. En ook beter voor je veiligheid.
 
RvZ: ‘Het levert ook veel onduidelijkheid op. Is de stilte een teken van bescheidenheid of schaamte voor het schamele deel van het vermogen dat wordt weggegeven? Of is het het onvermogen waarmee ze dachten op dezelfde manier even maatschappelijk impact te hebben als dat ze dat met hun ondernemingen hadden geflikt? 
Je ziet dat de calvinistische geefmoraal ook bij de familiefondsen aan het wegraken is, omdat de homo competitivus ook de families is binnengedrongen. Dus als jij in lijstjes denkt, dan kijk je wat jouw plek is op de ranglijst. En in het model van winnaars en verliezers ga je jezelf alleen maar vergelijken met mensen die nog boven jou staan: zij die nog nét iets meer winnaar zijn dan jij. En dus kijk je niet naar de ‘losers’ onder jou. Dat impliceert dat jij alleen maar aan het kijken bent hoe jij eventueel van plek 47 naar plek 46 kan komen. Dan ga je niet een halve ton voor kankeronderzoek weggeven. Elke euro van die 50K is immers nodig als een hefboom om met eigen vermogen vreemd vermogen op te halen en daarmee een bepaald rendement te halen. Met ieder minder eigen vermogen wordt er dus ook minder rendement gehaald. 
Dat wedstrijdidee past naadloos in het strikte lineaire denken. Dat komt in de plaats van: ik ben mens en ik probeer te leven naar mijn beginselen. Ik probeer zelf elke keer weer opnieuw terug te keren naar de basis waar ik vandaan kom; tot datgene wat mij tot mens maakt in plaats van steeds weer beter, verder en hoger te komen.
Niets mis mee om in sport of je vak de beste te willen zijn, maar te allen tijde is het toch dat je van hart tot hart wordt aangesproken in de liefde; dat je vriendschappen onderhoudt; dat je geluk ervaart om een arme Lazarus te helpen, niet alleen maar om wat weg te geven of de Alpe d’Huez op te fietsen of door de grachten te zwemmen, maar om die mensen ook een keer waarlijk te ontmoeten van gezicht tot gezicht. 
Dat ontmoeten was vroeger in de kerk georganiseerd. Dan had je communie, ging je in een kring staan - voordat de katholieken dat lopende buffet deden - en dan ging die beker van de een naar de ander. En als je dan DGA was van een groot bedrijf stond je gewoon naast een arme sloeber zonder tanden. Dat maakte niet uit. Je keek hem aan en je dronk uit dezelfde beker. En die ontmoeting en verbinding, dat bezielde verband tussen arm en rijk, die veel mensen gelukkig heeft gemaakt, ontbreekt nu.’ 
 
U had natuurlijk kunnen voorspellen dat De Blauwe Belofte een briljante mislukking zou worden: in 2016 lanceerde De Dikke Blauwe deze poldervariant van The Giving Pledge, een initiatief van Gates en Buffet. De idee: rijke Nederlanders verklaren openlijk ten minst tien procent van hun vrij besteedbare vermogen zowel tijdens als na hun leven te schenken aan goede doelen. Het doel: meer rijken inspireren een deel van hun vermogen weg te schenken. Het was een sterke verdunning van The Giving Pledge, die intussen is getekend door meer dan tweehonderd miljardairs over de gehele wereld, die beloven minimaal vijftig procent weg te geven. De Blauwe Belofte slaagde er niet in om ook maar één Nederlandse rijke openlijk z’n handtekening te laten zetten…
 
RvZ: ‘Eerst begint het met de ontkenning dat je elite bent. Rijke mensen zeggen dan: ‘Zo rijk ben ik niet. Er zijn veel meer mensen in Nederland die veel rijker zijn dan ik.’ En als dat argument niet overtuigend genoeg is, is er altijd nog de verwijzing naar nóg rijkere rijken in Europees of mondiaal verband. Dus opnieuw: dat lineaire wedstrijddenken. Ik sta hier en ik heb die en die boven me. Dus voor filantropie moet je bij hém zijn (Van Zwieten wijst naar boven). Toch zijn er mensen die volgens mij meer transparant willen zijn over hun geefgedrag. Want het wringt wel. De interviews met Maurice Brenninkmeijer in weekblad Die Zeit en NRC Handelsblad (2017, red.) zijn echt een verademing: zo heurt dat!’
 
Dit artikel is alleen toegankelijk voor leden van De Dikke Blauwe.


Word DDB Lid
Leden dragen bij aan billijke honoreringen voor de onafhankelijke journalistieke producties van DDB. Voor €7,- per maand hebben zij toegang tot alle online content en ontvangen ze elk kwartaal een gedrukte editie. Lid worden? Klik hier en meldt u aan.

Al lid? Klik dan hier om in te loggen.
gerelateerde items