Toon alles (2)
Edwin Venema

RvZ: ‘Dit heeft ten diepste te maken met een mensbeeld. Hoe kijk je naar een mens en - in het verlengde daarvan – wat is je maatschappijbeeld? Het bijbelse mensbeeld waarmee ik leef is dat een mens echt heel groot mag worden. Misschien klinkt dat raar vanuit de - zoals Calvijn het in ieder geval zelf nooit bedoeld heeft - Hollandse Calvinistische inborst: dat je je licht onder de korenmaat zou moeten houden. Doe maar gewoon. Maar eigenlijk mag je juist in de bijbelse verhalen ontzettend succesvol zijn. Mag je met je talenten woekeren. Alleen, je moet groot worden ten bate van mensen en niet ten koste van mensen. 
Je mag ook rijk worden, want dat ligt in elkaars verlengde. Je mag zó rijk worden - zo staat het in de geschriften - dat de aarde ervan doorzakt. Dat is best rijk. Groot en rijk worden heeft in de bijbel alles te maken met zegeningen. Dus, als je rijk gezegend bent is vervolgens de vraag: hou je die zegen voor jezelf, of ben je daarmee tot zegen?’
 
‘Een verhaal om dat aan te tonen is dat van de rijke man en de arme Lazarus. De sleutel tot de uitleg van het verhaal is dat de arme man meteen een naam heeft. De rijke man is hier zonder naam, heeft geen identiteit. En je moet weten dat de naam Lazarus in het Grieks ‘helper’ betekent. Dus de arme man heeft een identiteit en zijn naam betekent notabene ‘helper’. Nou zou je denken dat de rijke man die wat wil teruggeven en goed wil doen, omdat-ie nou eenmaal rijk gezegend is, de helper zal zijn van de arme man. Maar eigenlijk wordt het hier omgedraaid. De rijke man die zonder identiteit is - die alleen maar bezig is om met zijn geld meer geld te maken; bezig is met zijn vermogensbeheerder af te spreken wat het rendement moet zijn om te kijken of zijn portefeuille meer gediversifieerd moet worden om er nóg meer rendement uit te halen - die rijke man komt erachter: als ik nou eens daadwerkelijk in ontmoeting treed met de zwakkere, en ik kan voor hem van enige betekenis zijn omdat ík de sterke broeder ben en híj een zwakke broeder, dan zou het zo kunnen zijn dat in het helpen van die arme Lazarus, dat hij juist mij indirect tot helper wordt en mij weer betekenisgeving en een naam geeft. 
Met dat mensbeeld leef ik. In het helpen van de ander, help je jezelf.
Dat is niet per se christelijk in de trant van: heb je naaste lief, als opdracht, of ‘gij zult een tiende weggeven’, maar je leven kun je eigenlijk bijbels humanistisch maar op één manier leven: en dat is als je je realiseert dat je een sterke broeder bent, rijk gezegend bent, dat je daarmee de zwakke broeder tot zegen wilt zijn. Daarmee maak je jezelf als sterke ook tot mens en vind je zingeving. 
In het leven word je geboren als sterke of zwakke broeder: het begint met Kaïn en Abel. Gedurende ons leven kan dat ook wijzigen: dan zijn we weer eens de Kain en dan weer de Abel. Kaïn is ‘hij die kracht heeft’ en speelt in het verhaal de rol van de sterkte; Abel die van de zwakke en zijn naam betekent in het Hebreeuws ‘hij die damp is’: je hoeft maar te blazen en hij valt om. Abel is op Kaïn gericht omdat-ie nu eenmaal niet mens kan worden. Abel is op Kain gericht voor een uitgestoken hand. Kan niet zonder de hulp van Kaïn. Maar wat als Kain niet eens Abel van gezicht tot gezicht wil ontmoeten? Dan geraakt die kleine samenleving heel letterlijk op een doodlopende weg… Neem nu eens de elite als Kain en het volk als Abel. Het hele probleem van de elite vandaag de dag is dat ze niet realiseert dat het volk naar hen opkijkt omdat het weet dat zij de elite ook nodig heeft om zich over hen te ontfermen. Maar de elite van vandaag komt met holle clichés: ‘we hebben al zoveel sociale vangnetten’ en ‘er zijn er die nog veel rijker zijn dan ik hoor’. Of: ‘succes is een keuze’. Met andere woorden: als je niet voor succes gekozen hebt, dan zal het wel aan jouzelf liggen. En dit is het meritocratische zelfbedrog: ‘dat ik succesvol ben, is niet omdat ik geboren ben als sterke broeder in een kansrijke omgeving, maar omdat ik doorzettingsvermogen heb en omdat ik hard gewerkt heb.’ Dat dit allemaal jouw eigen verdienste zou zijn, is feitelijk niet waar.’
 
Behoort volgens u ook tot het meritocratische zelfbedrog dat de rijken vinden dat ze ook de grootste filantropen zijn? Het longitudinale onderzoek Geven in Nederland komt tot de conclusie dat de geefbereidheid niet exponentieel toeneemt naarmate iemand meer vermogend is. Integendeel. De zogenoemde major donors blijken verhoudingsgewijs minder vrijgevig dan de kleine luiden, hetgeen de uitspraak van Jaap van Duin lijkt te bevestigen. 
Dit artikel is alleen toegankelijk voor leden van De Dikke Blauwe.


Word DDB Lid
Leden dragen bij aan billijke honoreringen voor de onafhankelijke journalistieke producties van DDB. Voor €7,- per maand hebben zij toegang tot alle online content en ontvangen ze elk kwartaal een gedrukte editie. Lid worden? Klik hier en meldt u aan.

Al lid? Klik dan hier om in te loggen.
gerelateerde items