Publicatieplicht: van polderdraak naar zinvolle transparantie

21 juni 2018, 06:00
Naar goed Oud-Hollandsch gebruik, werd de invulling van het begrip ‘publicatieplicht’ een polderdraak.
Naar goed Oud-Hollandsch gebruik, werd de invulling van het begrip ‘publicatieplicht’ een polderdraak.
Sinds 1 januari 2014 hebben anbi's een publicatieplicht. Naar goed Oud-Hollandsch gebruik, werd de invulling van het begrip ‘publicatieplicht’ een polderdraak. De vermogensfondsen mochten beperkt publiceren; fondsenwervende instellingen moesten helemaal met de billen bloot. En religieuze instellingen? Die waren nog niet genoeg individueel te duiden, dus kregen twee jaar extra de tijd. Publiceren werd een allegaartje van verplichtingen.

Nu, vier jaar na invoering, en twee jaar na toevoeging van de religieuze instellingen, blijkt uit recente Kamervragen van Pieter Omtzigt, dat het aantal intrekkingen van anbi-statussen van religieuze instellingen, significant lager is dan het aantal intrekkingen van reguliere statussen. Deels wordt dit toegeschreven aan het feit dat van de reguliere intrekkingen er een behoorlijk aantal ‘achterstallig onderhoud’ was: stichtingen die sowieso al van plan waren er mee op te houden.Maar is men hier niet eigenlijk in oorverdovende stilte op heksenjacht? De maatschappij durft religieuze instellingen niet aan te pakken ‘want er worden grote sommen geld uit (Arabische) landen geschonken aan moskeeën die daar vervolgens nauwelijks verantwoording over afleggen en dan ook nog eens niets publiceren’. 

Even buiten beschouwing latende dat de zondagscollecte in ’s lands kerken mogelijk ook al jaren niet meer gaat naar ‘een potje voor het onderhoud van de kerk en de reparatie aan het dak’... we raken hier natuurlijk aan een grote maatschappelijke gevoeligheid: religie. Religie is min of meer zoals politieke voorkeur, daar vraag je eigenlijk niet naar, dus we vinden het ook moeilijk om die instellingen aan te pakken wanneer ze niet aan de voor iedereen geldende spelregels lijken te voldoen. Ligt dat misschien aan die publieke verplichting om alles te vertellen over je financiën? Of ligt het anders: zijn kerken met een stamvermogen, of met slechts een periodiek legaat, feitelijk vermogensfondsen met beperkte publicatieplicht? Of maakt het wekelijkse ‘mandje langs de bankjes’ ze een fondsenwerver met uitgebreide publicatieplicht? Hebben we meer (religieuze) rust als er grote sommen worden geworven en gepubliceerd of als er hele beperkte informatie gepubliceerd wordt over het resultaat op een vervolgens niet nader gepubliceerde vermogensbalans? Met ander woorden, ligt het antwoord op onze onrust in de techniek van publiceren, of in de kwaliteit van de publicatie
 
Volgens mij schieten we met de focus op publieke transparantie ons doel voorbij en werkt dit net als bij de particulier vermogenden, uiteindelijk averechts. Ik heb in eerdere columns al eens bepleit dat een fondsenwervende organisatie sowieso belang heeft bij het publiekelijk maken van activiteiten en kosten, teneinde het publiek te overtuigen dat ze een waardig doel zijn. Daarbij kun je orgelrestaurateurs eigenlijk niet vergelijken met scholenbouwers in Afrika: dus moet je ze sectoraal groeperen om iets zinnigs te kunnen zeggen over de kosten die ze moeten maken om hun opgehaalde gelden goed te besteden. Een vermogensfonds is per 1 juli 2014 al vrijgesteld van verregaande publicatie over stamvermogens en de motivatie achter hun keuzes om geld weg te geven. Daarover is eigenlijk nauwelijks publieke verontwaardiging, dus als religieuze instellingen zich weten te manifesteren als vermogensfonds, dan zouden we er géén ophef over maken? 
 
Als we het begrip publicatieplicht nu eens opsplitsen: 
  1. Beperkte publicatieplicht voor anbi’s online. Als je geld nodig hebt van donateurs zal je toch wel willen publiceren, maar als je zoals vele vermogensfondsen onder de radar wilt vergeven, dan moet dat gewoon kunnen.
  2. Een door de Belastingdienst gepubliceerd register met alle anbi’s (zij vertegenwoordigen immers de maatschappij als stakeholder) waardoor alle partijen (online) te vinden zijn – voor als je benaderd wordt en wilt weten of een organisatie überhaupt wel een anbi is.
  3. Volledige, integrale fiscale transparantieplicht tegeover de Belastingdienst; de samenleving krijgt dan via de fiscus precies te zien wat voor een gelden er door de anbi’s vloeien en of er aanleiding is om daar eens nader op in te zoomen. 
  4. Aangifte én deponering, door een NOB-fiscalist, al dan niet vanaf een bepaalde omvang met additionele accountscontrole.
Bovenstaande suggesties maken het leven niet per se eenvoudiger, maar wel uniformer: 
  1. De regels voor het verkrijgen van de anbi-status worden door wetgeving gedicteerd en door de Belastingdienst gecontroleerd.
  2. Eventuele getrapte validatiesystemen zijn dan niet meer nodig, want anbi word je als de Belastingdienst dat ook vindt en blijf je alleen als je je vervolgens aan de regels houdt.
  3. NOB aangesloten belastingadviseurs zijn medeverantwoordelijk voor de kwaliteit van de aangifte. Dus er kijken impliciet extra ogen mee.
  4. Idem accountants als het om de controle op grotere, complexere organisaties gaat (vergeet niet dat politieke partijen, gemeentes en woningbouwcorporaties ook anbi zijn). 
  5. Uniforme toetsing aan wet- en regelgeving, maar minder publieke nieuwsgierigheid dienende publicatie van financiën en of activiteiten. 
Met deze uitgangspunten:
* kunnen we net als bij verkiezingen in alle privacy kiezen wie we (financieel) steunen
* kan de Belastingdienst ongebruikelijke bedragen filteren omdat er al accountants en of fiscalisten naar de cijfers hebben gekeken
* kunnen we misschien wat meer mensen in het anbi-team van de Belastingdienst aannemen om ook daadwerkelijk te kunnen handhaven
* valt het validatiestelsel weg omdat dat toch vooral momentopnames zijn
* moet iedereen op z’n kosten letten omdat donateurs toch wel veel kritischer aan het worden zijn

En hoeft de politiek ook niet meer op eieren te lopen wanneer ze binnen de anbi’s niet zozeer de religieuze entiteiten willen aanpakken, maar stiekem vooral aan het inzoomen zijn op Islamofobie en gelden naar en van moskeeën… toch? 
 
gerelateerde items