Activiteiten in strijd met public policy

De antwoorden van de Staatssecretaris van Financiën gaan (gestuurd door de eenzijdig geformuleerde vragen) echter vooral over de publicatieplicht van de stichtingen, waaraan niet voldaan zou zijn. Het is een bekend feit, dat religieuze organisaties pas sinds relatief korte tijd verplicht zijn om informatie te publiceren en velen zitten nog in een ‘leerproces’ waarbij de belastingdienst een ‘just culture’[1]voorstaat, wat ik juist acht. 
Waar het echter gaat om stichtingen die activiteiten ontplooien die in strijd zijn met public policy, gaat het om de conceptuele rechtvaardiging van enerzijds het bestaansrecht van de stichting voor het civiele recht als zodanig, anderzijds van de aanwezigheid van een ANBI als zodanig. 
Hetzelfde heeft te gelden voor buitenlandse publiekrechtelijke lichamen; voor zover deze handelen in strijd met Nederlandsepublic policy, is niet (automatisch) sprake van een ANBI omdat niet voldaan is aan de conceptuele voorwaarde voor een algemeen nut beogende instelling. 
Weliswaar bevat de Nederlandse AWR wel een automatische toekenning van de ANBI status voor de Nederlandse Staat, de provincies, de gemeenten, de waterschappen, alsmede alle lichamen waaraan krachtens de Nederlandse Grondwet verordenende bevoegdheid is verleend (artikel 1 lid 1 BW:2), echter dit geldt niet ex aequo voor buitenlandse publiekrechtelijke lichamen. 

De Staatssecretaris van Financiën verwijst naar een uitlating van zijn voorganger, die naar aanleiding van een opmerking van de Nederlandse orde van Belastingadviseurs heeft bevestigd in de Parlementaire geschiedenis dat de beperking in de ANBI definitie in artikel 5b lid 2 Algemene Wet Rijksbelastingen tot Nederlandse publiekrechtelijke lichamen niet bedoeld is om buitenlandse publiekrechtelijke lichamen uit te sluiten. Daaraan voegde hij, geheel ten onrechte toe, dat ook buitenlandse publiekrechtelijke lichamen derhalve van rechtswege kwalificeren als ANBI. 
Aan dergelijke uitlatingen in de Parlementaire Geschiedenis kan echter geen vertrouwen worden ontleend, zeker niet nu dit in strijd is met de wettekst en, jawel, met de public policy van Nederland. De antwoorden die de Staatssecretaris derhalve heeft gegeven met betrekking tot de vrij hilarische voorbeelden van de vragenstellers (Noord-Koreaanse gevangenis- en concentratiekampen; Sudanese overheidsorganisaties verdacht van genocide, Iraanse Atomic Energy Organization) zijn m.i. dan ook op zijn minst onvolledig te noemen. 

Waar de vragenstellers zich beijveren om meer transparantie richting het publiek, ben ik weinig optimistisch. Organisaties die bepaalde activiteiten graag wensen te bedekken, kunnen niet worden blootgelegd door algemene publicatieverplichtingen. Veel meer komt het hier aan op een werkelijke en actieve externe controle door de overheid, primair door het OM en secundair door de belastingdienst. Bedenk echter dat lang niet alle activiteiten van een stichting voordelen genieten van de ANBI status en in zoverre ook niet gecontroleerd behoeven te worden door de belastingdienst; financieringen en schenkingen uit het buitenland hebben geen fiscale consequenties in Nederland en worden derhalve niet fiscaal ‘getoetst’. Indien de activiteiten die voortvloeien uit deze financiële steun in strijd is met Nederlandse public policy, dient het OM in actie te komen. Betreft het de essentie van de stichting, dan kan dit ook een reden zijn voor de belastingdienst om de ANBI status (met terugwerkende kracht) in te trekken. 
Het is dan ook ten onrechte, dat door de Kamervragen de suggestie wordt gewekt dat de Belastingdienst in deze te kort schiet door het gebrek aan naleving van publicatieverplichtingen te sanctioneren. That is not the point. 

Dit gaat om fundamentele en conceptuele uitgangspunten van de rechtsgeldigheid van stichtingen en verenigingen. Die stichtingen hebben een verantwoordelijkheid jegens hun stakeholders in Nederland en dienen onderworpen te zijn aan geconcretiseerde regelgeving met betrekking tot hun werkzaamheden. In mijn recente opiniestuk ‘Enlarging the Space for European Philanthropy’, heb ik betoogd dat ‘supranational and national legislators will ultimately undertake legislative action in respect of exactly these issues that are relevant to international resolving of tax obstacles:  effective control on the operational test of organizations, with effective expenditure responsibility provisions in place’.  
Dat betreft derhalve de controle op werkelijke activiteiten van internationale opererende organisaties, die bovendien verantwoordelijkheid af moeten leggen over de effectiviteit en uitwerking van hun uitgaven. Aangezien de Nederlandse overheid in mijn ogen zich niet uit eigener beweging tot deze omvangrijke taak zal zetten, ligt het voor de hand om op dit onderwerp na te gaan denken over omdraaiing van de bewijslast. Wilt u een stichting in Nederland laten functioneren in ons rechtsbestel en bovendien gebruik maken van de ANBI status ? Dan zult u genoegzaam dienen aan te tonen dat u niet handelt in strijd met public policies; in dat verband is het volstrekt legitiem om verantwoording te vragen over de herkomst en bestemming van fondsen, in connectie met de uitgeoefende activiteiten. De vrijheid die stichtingen en verenigingen in Nederland genieten is een waardig element van onze rechtsstaat; we dienen echter wel uit de fase van ‘Cowboy Country’ te komen waarbij wel wat te eenvoudig gebruik kan worden gemaakt van onze gebrekkige externe controle. Dat vergt investeringen, die we aan onze democratische welstand verplicht zijn.

Dat het bepaald geen argument kan zijn om maar naar believen wat aan de fiscale knoppen te draaien, leest u in Evaluaties giftenaftrek: kabinet, je speelt op een te klein schaakbord!

Wilt u meer achtergrondinformatie en opinie uit De Dikke Blauwe lezen over de discussie rondom toezicht op ANBI's en de giftenaftrek?
Giftenaftrek: principe boven budget’
‘Liefdadigheidsparadijs’? Nederland is nog lang niet de fiscale wereldtop!
‘Nederland ANBI-land: voorbij Cowboy Country graag!’
‘Enlarging the Space for European Philanthropy’
[1]Just culture betekent een cultuur waarbij fouten met zachte hand worden gecorrigeerd, zodat organisaties mee worden genomen in een verbeterde versie van hun cultuur en wordt geleerd om verantwoordelijk te zijn; dit werkt aanzienlijk efficiënter dan een cultuur waarbij met nieuwe voorschriften direct een fout wordt afgefakkeld. 
2/2
gerelateerde items