Reacties sectorgenoten op Teeven-brief

29 oktober 2014, 04:00
Reacties sectorgenoten op Teeven-brief
Reacties sectorgenoten op Teeven-brief
De brief van staatssecretaris Teeven van vrijdag 17 oktober over het nieuwe validatiestelsel voor de filantropiesector heeft nu niet bepaald een lawine aan reacties losgemaakt. Daar zijn wel enkele redenen voor te bedenken. Het gaat om een intussen nogal lang slepend en tamelijk complex dossier met veel partijen. De kabinetsbrief zelf lijkt ook weer een – overigens niet onbelangrijke – tussenstap.

* In korte tijd helemaal bijgepraat worden over het nieuwe validatiestelsel? Klik hier

Na het ophalen van de eerste formele reacties uit de sector vorige week, riepen wij op te reageren via Filanthropiums snel groeiende LinkedIn-groep. We noteerden de volgende (enigszins bekorte) reacties.

Jordan van Bergen, o.a. oprichter van Stichting Geef Gratis en onafhankelijk fundraising-professional heeft weinig vertrouwen in de overheid, ook al wil die het toezicht grotendeels door de sector zelf laten inrichten en organiseren. Volgens Van Bergen heeft de overheid een ‘divbbele agenda’:
‘In Engeland durft Cameron tenminste hardop te zeggen dat ze de goede doelen willen controleren om zo te voorkomen dat er terrorisme financiering en het witwassen van geld plaatsvindt. Onze overheid zoekt een drogreden. Ze heeft deze door de commissie de Jong de opdracht te geven met advies te komen hoe een en ander verplicht te maken (dus bijvoorbaat al de opdracht gegeven dat het een verplicht stelsel moet worden en advies moest uitgebracht worden hoe dit te verwezenlijken) en via de verheerlijkte ‘blijvende zelfregulering’ zoals de SBF het nu noemt een medestander gevonden die hulp biedt bij het vinden en gebruiken van de drogreden waarom dit er moet komen.’
Van Bergen is niet optimistisch over de kosten van het nieuwe stelsel en somt op:
‘-ANBI portalen die geld vragen aan goede doelen en goede doelen die bang dat ze zijn dat ze hun status kwijt raken geld betalen aan dit soort portalen terwijl dit helemaal gratis kan en MOET. Al kan het gratis dan nog geldt dat deze regelgeving veel goede doelen dus geld gekost heeft vanwege onwetendheid en gratis alternatieven.
- Een Kennisbank die TONNEN aan subsidie heeft gekregen om een database op te tuigen en die zoals het er nu naar uitziet in de toekomst de goede doelen zal laten betalen om hun verhaal te financieren. Dus nog een extra kostenpost voor goede doelen. Het staat echt in de brief dat de non-profit sector dit zelf moet gaan financieren. Dat wordt dus weer dokken ;-)
En dan even gissen. Kijken of ik over 1/2/3 jaar gelijk heb gekregen:
- Een koppeling van de ANBI status aan het hebben van het ‘nieuwe’ keurmerk. Dus zonder keurmerk geen ANBI status. Keurmerk niet gratis, oftewel weer dokken ;-)
Regelgeving is leuk maar bij zelfregulering horen ook gratis varianten waarbij je dus niet direct alle statussen kwijt raakt. Ben bang dat er geen enkele status meer te krijgen is over 1/2/3 jaar zonder dat je als goed doel in de buidel moet tasten.
Dus regelgeving betekent meer papierwerk, meer kosten en een donateur die door (die zullen er in de toekomst ook zijn) schandalen nog steeds geen vertrouwen in de goede doelen wereld heeft.’

Guus Loomans , Charity Manager bij Rabobank Nederland, constateert: ‘Staatssecretaris Teeven lijkt een verstandig besluit te hebben genomen, maar de sector mag nu zelf aan de slag gaan.’
Loomans vervolgt: ‘Validatie zou het publiek vertrouwen herstellen in de goede doelen sector volgens enkele bestuurders. Het vertrouwen in de sector is groter dan in accountants, overheid, bankiers, pensioenfondsen, wetenschap en woningbouwcorporaties. Dankzij dat vertrouwen mag ik in deze sector actief zijn. De sector laat zich iets aanpraten door verontwaardiging in diverse media, maar dat betekent niet dat je stil moet gaan zitten als je geschoren wordt. De sector moet meer uitleggen over het feit dat kosten, investeringen zijn, om het goed te doen, volgens het adagium de cost gaat voor de baet uit. Onze gevers willen impact, zij willen een exit strategie en zij willen continuïteit in projecten en dat mag wat kosten.
Bovendien meen ik dat de meeste Anbi eisen ruimschoots voorzien in zaken die het validatiestelsel wil organiseren. Het Anbi stelsel voorziet bijvoorbeeld in normen als financiële transparantie en good governance. Zaken die nu ook op het bord liggen van de commissie de Jong. Ik heb vertrouwen in de belastingdienst in Den Bosch. Recent hebben duizenden Anbi's dankzij hun optreden geen bestaansrecht meer en men gaat door met opschoning.’
De gedachte dat we door normstelling de sector schoon houden is volgens Loomans slechts een bescherming op papier: ‘We hebben het goed geregeld. maar er is geen naleving van de normstelling. Eigenlijk zegt het validatiestelsel dat bracheorganisaties en hun leden te kort schieten. Waarom lukt het CBF, VFI en IF niet om de sector te reguleren en te valideren? Met de goede doelen sector is weinig mis, wel met enkele individuen, zoals we helaas recent bij een geweldige organisatie als ALS hebben moeten constateren. Deze kwaadwillenden moeten worden aangepakt. Zij bezorgen de sector en medewerkers, die dat niet verdienen een slechte naam,
Het is tijd voor persoonlijke verantwoordelijkheid in onze sector en wellicht ook voor andere sectoren. En onze sector moet dat zelf gaan regelen, dat kan via voorbeeldgedrag van directieleden en bestuurders via een document bij in diensttreding. Een metafoor: ‘Bij winkeldiefstal schakelen wij altijd de politie in’ helpt. En dat is wat anders dan het vrijblijvende zelfregulering wat zeer passief gedrag borgt.
Wat wij moeten doen is privé aansprakelijkheid van medewerkers van goede doelen bij excessen (o.a. diefstal, ernstig en verwijtbaar falen, flagrante beloning zonder tegenprestatie, fraude, corruptie) uitbreiden met een zelf opgelegde verplichting om bij foute individuen schadevergoedingen incluis terugbetaling te vorderen en te verhalen via opgebouwde pensioenrechten, loonbeslag en toekomstige prive inkomsten. Dat actievere verhaalsbeleid door goede doelen en de sector als geheel zal leiden tot een groter vertrouwen bij het publiek. Je maakt dan deel uit van de publieke verontwaardiging en je neemt een positie in die verder gaat dan afkeuring.
En dat verhaalsrecht moet door de sector verplicht worden toegepast. Persoonlijke omstandigheden worden door een rechter afgewogen en niet door collega’s en bestuurders die willens en wetens het onder de pet houden als uitgangspunt verheffen om reputatieschade te beperken. De sector houdt excessen liever zo lang mogelijk stil. Het past niet in het positioneren en vermarkten van het goede doel. Dat is begrijpelijk, want dat zien we zowel terug in de publieke als private sector.

Ik pleit voor leiderschap, rentmeesterschap en ik pleit voor het nemen van persoonlijke verantwoordelijkheid. De sector zal als geheel wel gaan varen. Dat kost enige inspanning. Alle goedwillenden in onze sector verdienen dat, want zij mogen telekns fout gedrag gaan uitleggen en dat is niet langer houdbaar. We zullen ook een voorbeeld zijn voor de sectoren waar het vertrouwen aanzienlijk lager is.
Op deze wijze blijft onze prachtige sector schoon en verschoond van publieke verontwaardiging over de hele goede doelen sector.

Maarten de Vries, o.a. adviseur bij de Sher Foundation en columnist van Vakblad Fondsenwerving, vraagt zich dit af: ‘Waarom houden alle directeuren van alle betrokken instellingen zich zo stil?’
En komt to de volgende bespiegelingen:
‘Vrezen zij dat staatssecretaris Teeven een slim besluit heeft genomen: Het is hun voorstel, ik wil wel meewerken. Want het cadeautje dat ik geef is niet meer dan een lintje, een mooie strik op een doosje dat ze zelf moeten vullen. De staat hoeft niets te organiseren, de staat hoeft de orde en uitvoering tussen al die kikkers niet te handhaven en bovenal we hoeven nooit iets te betalen. Als het mislukt, valt de blauwe hemel niet neer. Als er mensen die blauwe plekken krijgen zijn het niet mijn burgers maar hun donateurs. Als het al te dol wordt kan ik alsnog alle voordelen van ANBI en SBBI met terugwerkende kracht terug draaien.
Ik hoop dat de directeuren inzien, dat de Britten het nog steeds beter voor elkaar hebben dan wij. De Britse directeur hebben zich dan ook actief ingezet voor het verkrijgen en behouden van een convenant. Zij zagen in dat je dingen goed moet doen om het beter te krijgen en niet kan overlaten aan mensen die het goed menen met het goede doel.’
gerelateerde items