Hoe rijker, hoe minder vrijgevig?

28 februari 2019, 06:02
Hoe rijker, hoe minder vrijgevig?
Hoe rijker, hoe minder vrijgevig?
In zijn persoonlijke blog behandelt filantropieprof René Bekkers (VU) de vraag welke verklaringen er kunnen zijn voor het feit dat rijke mensen verhoudingsgewijs minder geven dan mensen met lage inkomens. Een ding is zeker: meer onderzoek is nodig om dit fenomeen goed te kunnen verklaren.

Economen spreken van een basisgoed als de consumptie ervan relatief gesproken afneemt met het inkomen. Dit geldt heel duidelijk voor geven aan goede doelen. Hogere inkomens en vermogens doen in euro’s meer aan filantropie, maar als deel van hun inkomen en vermogen juist minder. In de jubileumeditie van Geven in Nederland (GIN) publiceerden we een special, waarin waarin we alle gegevens over giften uit de jaren 2001-2015 hebben gecombineerd en de inkomens in decielen (groepen van 10%) hebben ingedeeld. De invloed van uitschieters hebben we verminderd door de 1% hoogste waarnemingen te winsoriseren, dat wil zeggen ze te behandelen alsof ze net iets lager zijn.


 
Het percentage van het inkomen dat huishoudens doneren aan goededoelenorganisaties neemt stelselmatig af met de hoogte van het inkomen. De 10% huishoudens die de laagste inkomens in Nederland verdienen, geven 1,16% van het inkomen aan goede
doelen. Onder de hoogste 10% van de inkomens is dat 0,44%.

Vivienne van Leuken vroeg me per e-mail hoe dit komt.
Er zijn grofweg drie groepen verklaringen voor deze bevinding.
  1. Het ligt aan de gevers:
    • (a) rijkdom maakt mensen hebberig;
    • (b) hebberige mensen worden rijker.
  2. Het ligt aan de vragers:
    • (a) goededoelenorganisaties spreken de taal niet waarin ze de rijken kunnen overtuigen,
    • (b) ze hebben niet de juiste netwerken en
    • (c) doen niet de juiste proposities.
  3. Het ligt aan de samenleving:
    • (a) dat je moet geven is de norm, maar niet dat je meer moet geven naarmate je inkomen stijgt.
    • (b) Voor verschillende soorten giften is er een geefstandaard, een bedrag dat normaal is om te geven. Die geefstandaard is een specifiek bedrag en niet relatief naar inkomen en vermogen.
    • (c) De vrijgevigheidsnorm dat je een deel van je inkomen zou moeten geven is in de loop van de geschiedenis verdwenen. Bovendien houdt met de ontkerkelijking een steeds kleiner deel van de bevolking zich aan zulke normen.
In elk van deze verklaringen zit wel een kern van waarheid, maar er is nog geen goed onderzoek dat aantoont in welke mate deze drie soorten verklaringen verantwoordelijk zijn voor de afname van de vrijgevigheid met inkomen en vermogen.
*Deze column werd gepubliceerd op de blog van René Bekkers: voor meer artikelen en aanmelding nieuwsbrief, klik hier.
♦Wilt u een exemplaar bestellen van het grote onderzoek Geven in Nederland, waarnaar in deze blog wordt verwezen? klik hier
 
 
gerelateerde items