Amsterdamse fondsen zetten zichzelf op de kaart

12 april 2012, 08:59

AMSTERDAM (12 april) - Het Amsterdams fondsenoverleg is een overleg van zo’n vijfentwintig vermogensfondsen die elkaar vier maal per jaar informeren over ontwikkelingen die van belang zijn voor hun beleid en werkzaamheden. Deze fondsen namen het initiatief tot een inventarisatie van de rol van fondsen in Amsterdam en de bedragen die daarmee gemoeid zijn. Een van de redenen daarvoor is de relatie met de overheid. Die is er nauwelijks.

“Ons is gebleken dat de overheid totaal geen weet heeft wat wij als fondsen in Amsterdam bewerkstelligen”, zegt Paul van Oosten van de Protestantse Diaconie Amsterdam, een van de fondsen uit het Amsterdams fondsenoverleg. “Er is nauwelijks communicatie mogelijk met de overheid en ambtenaren lijken fondsen te zien als een soort van gatenvullers. Wij willen daar iets aan doen.”

Rol van fondsen duidelijk maken
Van Oosten schreef een tachtigtal fondsen aan die actief zijn in Amsterdam op het terrein van zorg en welzijn. “We willen hiermee de rol van deze fondsen duidelijk maken. Als je bijvoorbeeld kijkt naar initiatieven als inloophuizen, hospices en weekendscholen, dan zijn dat allemaal ideeën van fondsen geweest. Zij hebben gezorgd voor de start van deze initiatieven, waarna in veel gevallen de overheid dan aansloot door bijvoorbeeld het geven van subsidie. Maar zonder de fondsen waren deze projecten nooit van de grond gekomen.”

“Eigen unieke positie bepalen”
Door het inzichtelijk maken van de rol van Amsterdamse fondsen en de bedragen die daarmee gemoeid zijn, wil Van Oosten in kaart brengen wat er in Amsterdam gebeurt. “En vanaf dat punt kun je dan ook met de overheid in gesprek gaan”, zegt hij. “Maar eerst zou ik graag de fondsen zelf bijeen willen brengen om de resultaten te bespreken en te bekijken op welke terreinen we actief zijn. Zo kunnen we onze eigen unieke positie bepalen ten opzichte van de overheid vanuit onze eigen maatschappelijke rol. Juist in deze tijd van crisis en bezuinigingen zou het goed zijn dat fondsen en overheid elkaar weten te vinden en in dialoog gaan over hun respectievelijke rol en verantwoordelijkheid.”

Meer samenwerking
Een ander punt is de zichtbaarheid van de fondsen die in Amsterdam werkzaam zijn. “Ik neem als voorbeeld Fonds 1818, dat een duidelijk gezicht heeft in Den Haag. In Amsterdam is het heel anders. Wij kennen niet veel grote fondsen die specifiek en alleen gericht zijn op Amsterdam. Er zijn ook geen goede contacten tussen de Amsterdamse fondsen en de lokale overheid. Daarom hebben we voor Amsterdam als speerpunt gekozen. Wellicht kan met ons initiatief een basis gelegd worden voor meer samenwerking tussen de fondsen.”

Eerste reacties
In de brief wordt aan de fondsen gevraagd projecten op te geven die het betreffende fonds over de afgelopen vijf jaar heeft gesteund en hoeveel het bedrag was. Inmiddels is een aantal reacties binnen gedruppeld. Van Oosten: “Daar stond ik al van te kijken. Neem nou de organisatie Kinderpostzegels. Zij hebben in 2010-2011 maar liefst 400.000 euro in Amsterdamse projecten gestopt. Als alle tachtig aangeschreven fondsen reageren, dan ben ik ervan overtuigd dat we samen miljoenen hebben bijgedragen aan zorg en welzijn in onze hoofdstad. Ik denk niet dat de overheid zich daarvan bewust is en het wordt tijd dat we dat laten weten.'

Reageren
Fondsen die nog niet hebben gereageerd, kunnen dat doen door een e-mail te sturen naar info@diaconie.org met daarin de projecten en de hoogte van de bijdrage aan dat project, bij voorkeur in Excel. Opgaven kunnen worden ingestuurd tot 1 mei aanstaande en fondsen worden op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen en het resultaat.

gerelateerde items