Toezicht op gdo's kan en moet veel beter

12 september 2007
Opinie | | Validatie & Toezicht

De afgelopen weken is er veel geschreven over het onderzoek in opdracht van het ministerie van Justitie waaruit zou blijken dat 5 procent van de bestuurders van goede doelen organisaties (GDO's) over een strafblad beschikt. Bijna alle commentaren laakten de kwaliteit van het onderzoek en de tendentieuze artikelen in de Volkskrant en het NRC. Graag wil ik onder de aandacht brengen dat het onderzoek en de artikelen ook positieve effecten zouden kunnen hebben voor de goede doelen sector. Het is namelijk goed mogelijk dat de regering op basis van het onderzoek de conclusie trekt dat het toezicht op GDO's verbeterd moet worden en dat zij daaraan zelf een bijdrage moet leveren. Dat is precies wat de sector nodig heeft, want de sector is zelf niet in staat gebleken om het toezicht op een adequate manier te regelen. Het feit dat de toezichthoudende instantie, het CBF, op slechts 270 van de naar schatting 18.000 GDO's in Nederland toezicht houdt, zegt genoeg.


Op basis van gesprekken met bestuurders van GDO's en met ambtenaren van de ministeries van Financiën en Justitie ben ik tot de conclusie gekomen dat het toezicht op korte termijn aanzienlijk kan worden verbeterd. Mits de regering haar medewerking verleent. Er moet naar mijn mening een onafhankelijke instantie (of een aangepast CBF) komen die toezicht gaat houden op alle GDO's en die moet vaststellen of een GDO bonafide is. Hiervoor moet de toezichthouder antwoord krijgen op vragen als: wordt het geld dat de GDO werft grotendeels besteed aan het doel van de GDO?; zijn de bestuurders van de GDO strafbladloos?; is de beloning van de bestuurders niet excessief? De toezichthouder moet dus uitdrukkelijk niet vaststellen of een GDO effectief is c.q. goed presteert. Dat is heel belangrijk en donateurs willen het ook graag weten. Echter de methoden om de prestaties van GDO's inzichtelijk te maken, staan nog zodanig in de kinderschoenen dat de toezichthouder de prestaties van GDO's vooralsnog buiten beschouwing dient te laten.


Om de circa 18.000 GDO's tegen redelijke kosten te bereiken is medewerking van de Belastingdienst nodig. De Belastingdienst beschikt namelijk als enige organisatie in Nederland over de namen en adressen van het grootste deel van de GDO's, omdat deze GDO's de speciale fiscale (ANBI) status bij de Belastingdienst hebben aangevraagd. Echter de Belastingdienst mag bij wet geen gegevens van belastingplichtigen aan derden verstrekken. Dit kan als volgt worden opgelost. De Belastingdienst gaat het bezitten van een ‘bonafide-keur' (verstrekt door de nieuwe toezichthouder) als één van de criteria hanteren voor het verlenen van de speciale fiscale status aan GDO's. Dit dwingt GDO's om zich te melden bij de nieuwe toezichthouder en zich te onderwerpen aan het toezicht.



Kortom voor een adequaat toezicht op GDO's moet de sector de regering overhalen om twee dingen te doen: (1) de Belastingdienst opdracht geven om het ‘bonafide-keur' als criterium te gaan hanteren; en (2) voldoende geld beschikbaar stellen om de toezichthoudende instantie goed te laten functioneren (naar schatting 2 à 3 miljoen euro per jaar). Voor goed toezicht op een sector waarin jaarlijks 5 miljard euro omgaat, lijkt me dit niet teveel gevraagd. Zeker nu uit onderzoek in opdracht van de regering is gebleken dat het toezicht te wensen overlaat. Doordat met het toezicht zoals hiervoor beschreven de sector tegelijkertijd de centrale database realiseert waarover al zo lang wordt gesproken, heeft de sector alle redenen om zo snel mogelijk met de regering in gesprek te gaan!


Bart Hartman is voorzitter van de Stichting Nationale Goede Doelen Test.