Geavanceerde meetmethodes

‘Wat ‘werkt’ in ontwikkelingshulp is een vraag die steeds opnieuw beantwoord moet worden. Ik ben er trots op dat wij vanaf het eerste begin een lerende organisatie zijn geweest. Een groep mensen die leert van zijn fouten. Dat leren houdt nooit op. Het is nooit ‘af’. Ik ben blij te zien dat andere organisaties eenzelfde route naar onderzoek en evaluatie inslaan. Nieuwe, meer geavanceerde meetmethodes voor impact van ontwikkelings-interventies – zoals willekeurige steekproeven met controlegroepen – worden steeds meer de norm.’

Het attributieprobleem

Abed heeft alle begrip voor critici van impactmeting en onderkent ook het gevaar van de ‘donor darlings’ bij te veel sturen op resultaten alleen. Ook is hij zich bewust van het zogenoemde attributie-probleem: hoe kun je nu precies vaststellen of veranderingen een gevolg zijn van jouw interventie als het gaat om ongelooflijk complexe ketenproblemen met schier eindeloos veel variabelen? Abed: ‘Dat is helemaal waar en dat geldt vooral voor kleine organisaties met beperkte interventies. In grotere, meer holistische projecten, is het relatief gemakkelijker om op de hiervoor genoemde harde indicatoren te meten wat je impact is geweest.’



Behoefte aan patient capital

Uit oogpunt van complexiteit of praktische problemen geen structurele moeite doen om te zien welke impact jouw interventies teweegbrengen is volgens Abed echter geen optie. ‘Voordat je social impact gaat meten, moet je natuurlijk goed begrijpen dat maatschappelijke investeringen zelden een direct rendement laten zien. Ontwikkelingsmarkten hebben behoefte aan ‘patient capital’: geld dat geïnvesteerd wordt met de gedachte dat een directe, financial return niet aan de orde is. Sterker nog, soms zul je nooit een winst(je) onderaan de streep noteren.’

Ecosysteem voor ondernemerschap

Abed geeft een voorbeeld: ‘In de jaren negentig begonnen we bij BRAC met investeren in maïszaad in Bangladesh, met de bedoeling om veel kleine, vaak vrouwelijk pluimveehouders te helpen met een hogere kwaliteit dierenvoer. De maïsmarkt was op dat moment vrijwel non-existent: we moesten de kleine pluimveehouders zelfs een terugkoop-garantie geven om hen ervan te overtuigen deze nieuwe zaden te gaan planten. Kijk, uiteindelijk wil je een ecosysteem voor ondernemerschap creëren. De maïsmarkt in Bangladesh is nu up and running, met een groot aantal private bedrijven - inclusief dat van ons, genaamd BRAC Seed - die allemaal in competitie met elkaar om de gunst van al die pluimveehouders vechten. Daarmee hebben we dus onze eigen competitie in het leven geroepen. En dat vinden we een groot succes!’ 

Je moet altijd impact willen hebben

Bij die laatste constatering moet Abed hartelijk lachen. Hij kent de kritiek op BRAC, dat in Bangladesh nog maar voor 20% afhankelijk is van donaties, maar 80% aan inkomsten genereert door eigen social enterprises en microfinanciering, dat een businessmodel is geworden. De ontwikkelingsorganisatie zou te commercieel zijn geworden en een slaatje slaan: een plaatje dat past in het beeld van een op hol geslagen hulpindustrie. Abed blijft er siberisch onder: ‘Alle inkomsten uit onze enterprises gaan terug naar de projecten. En ik ben persoonlijk van mening dat je altijd een impact moet willen hebben, maatschappelijk en/of financieel.’
gerelateerde items