Fazle Hasan Abed: architect van de armoedebestrijding

29 juni 2017, 06:00
Het succes van zijn BRAC is 45 jaar na oprichting een overtuigend antwoord aan de cynici die ontwikkelingswerk al dood en begraven hebben verklaard.
Het succes van zijn BRAC is 45 jaar na oprichting een overtuigend antwoord aan de cynici die ontwikkelingswerk al dood en begraven hebben verklaard.
Hij staat nummer 37 op de Fortune’s List of World’s Greatest Leaders. Zijn palmares met hoge onderscheidingen is een behangrol lang. Hij is oprichter en ‘chairperson’ van ’s werelds grootste private ontwikkelingsorganisatie met 100.000 medewerkers in 11 landen en een budget van een miljard dollar. Hij is 81 jaar en zijn biografie leest als een rode oortjes-jongensboek. Het succes van zijn BRAC is 45 jaar na oprichting een overtuigend antwoord aan de cynici die ontwikkelingswerk al dood en begraven hebben verklaard. Zijn naam: Sir Fazle Hasan Abed. Medio juni was hij in Nederland. De Dikke Blauwe sprak met de architect van de armoedebestrijding.

For English translation by Andrew Rogers, Writewell: click here

Lenig van geest

Fazle Hasan Abed is even in Den Haag om de Nederlandse BRAC International-satelliet te bezoeken en verschijnt, tot in de puntjes gekleed, stipt op het afgesproken tijdstip in de lobby van het Haagse hotel - nog geen 100 meter van het Binnenhof - waar wij hebben afgesproken. Een wandelstok is hem tegenwoordig tot steun, maar in het interview is hij nog lenig van geest, energiek en vol zelfspot. ‘The fat blue’? zo’n quirky and sticky naam verleidt tot een gulle lach. Die Nederlanders, zegt hij tijdens de fotosessie, hebben een speciaal plaatsje in zijn hart: hij is een groot liefhebber van Nederlandse kunst en onze straight forward-mentaliteit. 

Accounting in Londen

Abed wordt op 27 april 1936 geboren in Baniachong, in wat toen nog Brits India heette. Zijn vader Siddiq Hasan en moeder Syeda Sufya Khatun - die op 44-jarige leeftijd jong sterft - zorgen voor een goede opleiding. Na Dhaka College gaat Fazle Hasan in 1954 op 18-jarige leeftijd naar de University of Glasgow om daar Naval Architecture te gaan studeren, een studie die hem weinig perspectief biedt en maakt dat hij na twee jaar al naar Londen trekt voor een studie in accounting.  

Terugkeer naar Bangladesh

Na zijn terugkeer in Oost-Pakistan - het tegenwoordige Bangladesh - komt hij in dienst van de Shell Oil Company en maakt snel carrière. Deze kennismaking met de corporate business zou zeer bepalend zijn voor het verdere verloop van zijn leven, dat een cruciale wending nam in 1970. In dat rampjaar kwamen bijna een half miljoen van zijn landgenoten om in een catastrofale overstroming, die de hele wereld beroerde. Kort daarna werd Abed gedwongen zijn land te verlaten toen de onafhankelijkheidsstrijd ontbrandde en verhuisde hij tijdelijk weer naar Londen. Toen de strijd in het voordeel van de onafhankelijkheidsbeweging was beslist, verkocht Abed zijn appartement en keerde, zoals vele vluchtelingen en ballingen, terug in zijn nieuwe vaderland: Bangladesh.

Echternach-processie

Abed besloot het geld van de verkoop van zijn Londense appartement te investeren in een eigen fonds om de allerarmsten in zijn land te helpen: aanvankelijk met noodhulp, maar daarna structureel om de levensstandaard duurzaam te verbeteren. Hij koos als uitvalsbasis het afgelegen noordoostelijke Sulla en begon in 1972 met een ngo die hij BRAC noemde: Bangladesh Rural Advancement Committee. Abed was zich bewust van één ding: het zou een lange en moeizame strijd worden. En dat werd het. En is het tot op de dag van vandaag, daar laat hij geen enkel misverstand over bestaan: development aid is een Echternach-processie. Net iets meer stappen vooruit dan weer achteruit.

Schaamteloze zelfverrijking

Abed: ‘Toen ik BRAC startte in 1972, waren mijn collega’s en ik echte groentjes op het gebied van ontwikkelingshulp. De geschiedenis van hulp in Zuid-Azië barstte van de goedbedoelde maar hopeloos falende pogingen om de armen te helpen. We realiseerden ons dat terdege en we zagen ook al snel waarom dit zo was: corruptie en mismanagement wonnen het uiteindelijk altijd van de goede bedoelingen. We zagen dat de lokale elite - de grondeigenaren, de woekerbankjes, dorpsoudsten en politie, vaak in nauw overleg – allerlei ondoorzichtige constructies optuigden om het geld voor de allerarmsten zelf in te pikken. Ze verrijkten zich schaamteloos ten faveure van hun vrienden, familieleden en politici en ten koste van de vooruitgang.’
gerelateerde items