Toon alles (2)

Religieuze handeling  
Een tweede verschil: liefdadigheid is volgens Beer een religieuze handeling waardoor men een band schept met God. Liefdadigheid is een middel om dichter bij het wezen van God te komen. Beer: 'Liefdadigheid was geen middel, tenminste niet primair, om een maatschappelijk probleem op te lossen, welvaart te herverdelen, of zelfs om de kerk populair te maken. Liefdadigheid praktiseren was een verklaring over de wereld en de God die hem geschapen en verlost had.'
Daarnaast zou datgene wat men weggaf, door God worden gecompenseerd met een gift van gelijke waarde. In deze wereld of in het hiernamaals. Joodse bedelaars, zegt Beer, vroegen om een aalmoes met de woorden 'zeki bi' wat betekent 'verwerf een verdienste middels mij'.
 
Liefdadigheid biedt geen structurele oplossing
Een derde verschil volgens Beer: liefdadigheid heeft niet tot doel de oorzaken van de problemen van de noodlijdende op te lossen. Het gaat er om de nood te verlichten, niet om de aard van de wereld te veranderen. Armoede wordt niet gezien als iets wat de wereld uit geholpen kan worden, maar als een inherent onderdeel ervan. Beer citeert opnieuw Deuteronomium (15:11): 'Want de arme zal niet ophouden uit het midden des lands; daarom gebiede ik u, zeggende: Gij zult uw hand mildelijk opendoen aan uw broeder, aan uw bedrukten en aan uw armen in uw land’. (Vertaling: Statenvertaling)
 
Hier toont Beer het meest prominente onderscheidt tussen liefdadigheid en filantropie. Want bij die laatste gaat het juist om het wegnemen van de oorzaken van leed. Meer dan het verzachten ervan. Beer illustreert dit met een sprekend voorbeeld: in 1837 werd in Philadelphia The Western Soup Kitchen Society opgericht. Het doel van de organisatie was het verlichten van armoede door voedsel uit te delen. Een concrete en simpele doelstelling. In het Amerika van die tijd kwam er echter veel kritiek op zulk soort initiatieven. Het verlichten van de noden van de armen, stelden de critici, werkte armoede in de hand door luiheid te belonen. Het alternatief van de critici: plaats hongerigen in armenhuizen. Hier zouden ze discipline leren opdat ze een nuttige bijdrage konden leveren aan de maatschappij...
 
Beer: 'De armen zullen altijd bij jullie zijn', zou Jezus volgens het Evangelie van Mattheüs hebben gezegd tegen zijn volgers. Maar in de midden en late 19e eeuw durfden de nieuwe liefdadigheidscritici te denken dat hij het bij het verkeerde eind had. Armoede en andere maatschappelijke kwalen konden uiteindelijk worden geëlimineerd, misschien door het toepassen van het juiste beleid. Maar op zijn minst hoefden zij niet in stand gehouden te worden door ondoordacht luiheid en immoraliteit te belonen.' 
 
Gedreven door het vooruitgangsdenken geloofde de verlichtings-filantroop dat armoede opgelost kon worden. Ook dacht hij dat individuen zichzelf zouden kunnen verbeteren om zich zo aan de armoede te onttrekken. Daarmee won ook de overtuiging dat wie arm was daar zelf schuld aan had, aan kracht.
‘Wat achter deze kritiek schuilging, was de idee dat armenzorg in de eerste plaats moet worden beoordeeld op zijn gevolgen. Dit lijkt vandaag de dag misschien de normale en vanzelfsprekende manier om ertegenaan te kijken, maar toentertijd was het een dramatische conceptuele verschuiving', schrijft Beer.  
 
De schrijver trekt zijn lijn van denken naar het heden met een anekdote over de Bill & Melinda Gates Foundation, dat bestrijding van dakloosheid als een van de speerpunten heeft. Als een woordvoerder wordt gevraagd waarom de Gates Foundation niets doet voor de vele daklozen die rond het hoofdkantoor in Seattle in de open lucht slapen, antwoordt ze dat de Gates Foundation 'het probleem op systeemniveau aanpakt'.
 
De teloorgang van de liefdadigheid
In zijn The Philanthropic Revolution: An Alternative History of American Charity neemt Beer duidelijk stelling. Hij argumenteert dat met het verdringen van de liefdadigheid belangrijke elementen van de charitas verloren zijn gegaan. De verschuiving van geven aan naasten naar meer generiek geven aan behoeftigen die donor niet kent, beschouwt hij als een verlies. Het voorbeeld van de Gates Foundation ziet hij als een gevolg van de doorgeslagen generalisering en abstrahering die door moderne filantropen wordt aangehangen.
 
Beer gaat niet zo ver dat hij pleit voor een volledige terugkeer naar de liefdadigheid. In plaats daarvan zou hij charitas-elementen willen terugbrengen in de huidige filantropie. Het belangrijkste doel wat filantropie zou moeten nastreven, zegt Beer, is het doen toenemen van de 'authentieke verbinding tussen mensen'. Het levert een nieuwe synthese, waarvoor Beer de term philanthrolocalism introduceert: filantropie met een oog voor de directe omgeving. 
 
gerelateerde items