De ultieme uitdaging: van output-denken naar impactsturing

De ultieme uitdaging: van output-denken naar impactsturing
De ultieme uitdaging: van output-denken naar impactsturing
23 mei 2018
Nieuws | | Wetenschap & Onderzoek

'Van output-denken naar impactsturing van Karen Maas vormt het vijfde deel in onze serie  ‘De wetenschap komt naar u toe’. Maas en collega’s hebben het thema impactdenken, meten en sturen door middel van onderzoek op de kaart gekregen. Maar meer onderzoek is nodig, want het gebruiken van de data, het sturen op impact, het leren van de resultaten en activiteiten en het aanpassen van de organisatie staat nog echt in de kinderschoenen. Wie gaat dat betalen? Maas pleit voor een ‘financieringspot’ waaruit dit soort onderzoek gefinancierd kan worden. 

►Lees artikel 1: Startartikel van de initiatiefnemers Pamala Wiepking, Lonneke Roza, Karen Maas, Theo Schuyt en René Bekkers
►Lees artikel 2: Science for more generous societies, van Pamala Wiepking
►Lees artikel 3: Bedrijfsfondsen: match wetenschap en praktijk via kennisplatform, van Lonneke Roza
►Lees artikel 4: Tweewegverkeer: Science With And For Society, van Theo Schuyt

Het was in 2007 dat ik terugging naar de universiteit. Na 12 jaar consultancy op het gebied van duurzaamheid, een periode waarin ik heel veel organisaties heb mogen helpen om duurzaamheid strategisch vorm te geven, had ik behoeft om zelf weer te leren en hier ook de tijd voor te nemen. Bij de Erasmus School of Economics waren ze net gestart met een programma om vrouwen met minimaal 10 jaar werkervaring terug te halen naar de wetenschap om zo het tekort, op termijn, van vrouwelijke hoogleraren in te vullen én om extra aandacht te kunnen geven aan vernieuwende maatschappelijk relevante thema’s.
Mooie ambities van de faculteit en een prachtige kans voor mij om in twee jaar een proefschrift te schrijven over een door mij te kiezen thema.
 
In mijn consultancyjaren was er een aantal vragen waar ik tegenaan liep en waar ik mij graag eens in zou vastbijten. Ten eerste, al de organisaties die met duurzaamheid bezig waren zeiden te streven naar het leveren van een positieve bijdrage aan de maatschappij, maar de gekozen activiteiten leken vrij willekeurig. Ten tweede, al deze activiteiten leken volledig los te staan van de dagelijkse strategie. Ten derde, er werd weinig nagedacht over behaalde resultaten (want ‘we zijn toch lekker bezig’) en nog minder gestuurd op de impact die wordt bereikt. Deze vragen bleken relevant voor alle organisaties, zoals bedrijven, goede doelen organisatie en overheden.

 
Karen Maas
Het was mijn droom een brug te bouwen tussen wetenschap en praktijk door relevante uitdagingen uit de praktijk te onderzoeken en te beantwoorden op basis van een gegronde wetenschappelijke aanpak. Tijdens het schrijven van je proefschrift heb je hier alle ruimte voor, immers het onderzoek is al gefinancierd, en die heb ik genomen. Ik ben gedoken in strategische aanpakken, meet methodieken en aansturingssystemen. Veel discussie gevoerd met allerlei partijen, op veel bijeenkomsten de vloer gekregen om mijn verhaal te vertellen en in het publieke debat de discussies op scherp gesteld: van output-denken naar impactsturing. 
 
Het is nu alweer 10 jaar geleden dat ik deze stap maakte. In die afgelopen jaren had ik de wind vrijwel continu mee. De eerste jaren heb ik, en velen met mij, mij hard ingezet om het thema van impactdenken, meten en sturen op tafel te krijgen. Dit is goed gelukt, veel organisaties zijn zich bewust van dit gedachtengoed. Ook zijn er veel organisaties echt aan de slag gegaan met het meten van hun impact. Hier valt echter nog wel veel te winnen. Gelukkig zijn er voldoende consultants die deze partijen goed kunnen helpen. Het gebruiken van de data, het sturen op impact, het leren van de resultaten en activiteiten en organisatie aan te passen op basis van deze resultaten staat nog echt in de kinderschoenen.
 
Ik zie het als mijn rol al wetenschapper en expert op dit gebied om hier een bijdrage aan te leveren. Dit doe ik, samen met mijn collega’s van het Impact Centre Erasmus (ICE), door nieuwe kennis ontwikkelen voor en door organisaties uit de praktijk (o.a. inzichten, overzichten, methodieken, aanpakken), deze kennis te verspreiden (o.a. via opleidingen, platforms, conferenties) en het publieke debat te voeden (o.a. via media). Binnen het centrum creëren we een vliegwiel waarin nieuwe kennis wordt gecreëerd, wordt gebracht naar de praktijk, wordt gebruikt door de praktijk en door gebruikservaring en inzichten weer nieuwe vragen oproept. Hiermee onderscheid ik mij van veel van mijn academische collega’s die zich vrijwel specifiek richten op de eerste stap en zich daarbij nauwelijks laten voeden door de praktijk. Ik heb juist voor alle bovenstaande activiteiten de praktijk nodig, maar dat betekent nog niet dat alle praktijkvragen door mij moeten en kunnen worden opgepakt. 
 
Organisaties een op een helpen kan ik maar mondjesmaat doen. Het kost veel tijd en is eigenlijk alleen waardevol als het een nog niet bestaande best practice of nieuwe kennis oplevert. Immers, daarna kunnen andere partijen, o.a. consultants, op basis van deze nieuwe kennis en aanpak verder uitrollen en opschalen. Om dit vast te kunnen houden moet ik selectief zijn in waar ik het beste mijn tijd aan kan besteden. Als ik mij zou richten op die dingen die anderen al kunnen, creëer ik nooit dat vliegwiel. Echter, financiering van deze aanpak is een grote uitdaging. 
 
De financiering van een op een trajecten is eenvoudig, de vragende partij betaalt. Lastiger is het als er niet één vragende partij is. Vaak houd ik mij bezig met het opbouwen van kennis die interessant is voor een hele sector, bijvoorbeeld hoe kun je nu sturen op impact om zo de dingen goed te doen (efficiënt) maar ook om de goede dingen te doen (effectief).  Hierbij benut ik management accounting- en control-theorieën, maar ook inzichten vanuit strategisch management en vanuit Business in Society theorie.  Op het moment dat dit soort onderzoek nieuwe inzichten oplevert vinden veel partijen het interessant en bruikbaar, maar van tevoren zijn niet veel partijen geneigd dit soort onderzoek te financieren. De gebruikelijke financiers van wetenschappelijk onderzoek, bijv. NWO, zijn meer geïnteresseerd in theoretisch onderzoek, de gebruikelijke financiers van praktijkonderzoek willen vaak graag hun eigen operationele vragen ingevuld zien. Hoe kunnen we komen tot een oplossing voor deze patstelling? Een mooie aanpak zou kunnen zijn om niet steeds per onderzoek te moeten zoeken naar financiering, maar om met een groep organisaties een financieringspot te creëren waaruit dit soort onderzoek gefinancierd kan worden. Op deze manier kunnen we iets creëren waar alle organisaties wat aan hebben en de wereld een beetje mooier maken.