De fondsenwervende universiteit

‘On-Nederlands, maar super Rotterdams’: zo presenteerde Margot van Sluis-Barten (foto), director development van het Erasmus Trust Fonds, het succes van het fonds dat eind 2017 naar buiten kwam met de aankondiging dat een selecte groep betrokkenen al ruim €26 miljoen had toegezegd voor onderzoek aan de Erasmus Universiteit.
Van Sluis nam haar gehoor mee in de uitgangspunten en ontwikkeling van haar fonds:  losgekoppeld van de universiteit, met als einddoel om in 2025 honderd miljoen euro in kas te hebben. Nu, na een ‘stille fase’, kwart daarvan intussen is opgehaald, is men in Rotterdam rechtop gaan zitten voor het concept van de fondsenwervende universiteit. Daarvoor is samenwerking vereist en interne stammenstrijd weinig productief om met een gezamenlijk verhaal naar buiten te treden. Van Sluis bekent dat zij weinig heeft met het begrip ‘fondsenwerving’: ‘Ik vind dat een moeilijk woord. Het doet me denken aan “geef me honderd euro, dan krijg je een sleutelhanger”.

Aarzelende rolmodellen

Ook het vieren van betrokkenheid als een feestje en het produceren van rolmodellen voor andere potentiële donoren is voor Van Sluis en haar team wel een Nederlands ‘dingetje’ gebleken. Om de 29 donoren van de eerste 26 miljoen op de foto te krijgen, moest Van Sluijs alle registers opentrekken: ‘De mannen wilden wel, maar het waren juist de dames die liever op de achtergrond bleven.’
Het doelbedrag is volgens Van Sluis vooral bedoeld voor onderzoeksvrijheid: ‘Wij kunnen hier niet concurreren met Harvard. Bijna alles ligt hier vast, inclusief beloningen. Het geld is dus niet bedoeld om toponderzoekers te lokken met een hoog salaris, maar ze zoveel mogelijk vrijheid te geven om onderzoek te doen.’

Een valse start

De bijdrage van Michiel de Wilde (foto), directeur van de Goldschmeding Foundation, was daarna interessant vanuit een fondsgevend perspectief en ook om te laten zien dat niet alleen het hoger onderwijs doel van giften is. Ook voor middelbare scholen kan filantropie een belangrijke rol spelen. Zo liet De Wilde zien welke resultaten er zijn bereikt met het programma ‘Innovatie Economie Onderwijs’, dat in 2016 met hoogleraar Lans Bovenberg werd gestart met als doel een bijdrage te leveren aan een ingrijpende en duurzame vernieuwing van het economie-curriculum binnen het voortgezet onderwijs. De Wilde bekende dat de aparte en nog jonge stichting hiervoor (SIEO) een valse start had gemaakt. De top down-benadering bleek totaal niet te werken. Dialoog met het onderwijsveld wel. En vooral veel geduld, volgens De Wilde, die de randvoorwaarden voor giften vanuit de stichting toelichtte: ‘Vastzittende organisaties veranderen, kost gewoon heel veel tijd. Voor draagvlak en inbedding is een bottom up-methode de juiste weg.’
Behalve praktische aspecten (bij wie komt het intellectueel eigendom?), is het volgens De Wilde vooral belangrijk om de wederzijdse verwachtingen helder uit te spreken. Dat leverde direct een prangende vraag op over de invloed van een particulier fonds op de inhoud van ons onderwijs, een spookbeeld dat ook aan de orde kwam tijdens de laatste presentatie van Roel Endert, beleidsambtenaar van OCW, over een mede door de overheid gesubsidieerde pilot ‘filantropie voor het voortgezet onderwijs’ op een zestal scholen.
gerelateerde items