Negatieve rente: slim dansje tussen banken en goede doelen

13 februari 2020, 06:02
Negatieve rente: slim dansje tussen banken en goede doelen
Negatieve rente: slim dansje tussen banken en goede doelen
Goede doelen zijn net als andere vermogensbezitters bezorgd over de negatieve rente die de grote Nederlandse banken de komende tijd over spaargeld gaan rekenen. Dat meldde Het Financieele Dagblad vorige week en toen vertrok er een hele trein van publieksmedia. 
We zagen zelfs Rode Kruis-directeur Marieke van Schaik in het NOS Journaal de samenleving voorrekenen dat haar tegoed van €87 miljoen, bedoeld voor de directe inzet bij rampen, €435.000 aan rente zou kosten. Donatiegeld dat natuurlijk beter naar warme dekens en tenten zou kunnen gaan in plaats van naar de ING, die het vervolgens weer zegt door te storten aan de ECB om de eigen renteboete af te lossen voor aldaar (verplicht) geparkeerd geld.

Uitgekookte actie Goede Doelen Nederland

Het publieke pleidooi van koepel Goede Doelen Nederland om een uitzondering te maken voor goede doelen als het gaat om doorberekenen van negatieve rente, was buitengemeen uitgekookt. De banken, toch al in de verdediging voor wat betreft hun maatschappelijke rol, konden bij zo’n, in de media breed uitgemeten appèl niet op hun handen gaan zitten. Een bankboete op de gulheid van het Nederlandse publiek? 

Er ontrolde zich een intrigerend pr-spel tussen de grote systeembanken. Vanaf april betalen zakelijke klanten bij ING 0,5 procent rente over bedragen boven 1 miljoen euro en bij ABN Amro over bedragen boven de 2,5 miljoen. Bij Rabobank betalen zakelijke klanten 0,5% rente over bedragen boven de 1 miljoen. Hoeveel precies is onbekend. Maar de voormalige boerenleenbank was wel het meest assertief en verklaarde in een reactie dat goede doelen niet per se evenveel rente hoeven te betalen als bedrijven. ‘Gezien het maatschappelijke karakter van goede doelen en ook ons eigen maatschappelijke karakter, kunnen ruimhartiger afspraken gemaakt worden’, zei een woordvoerder. ‘Specifieke afspraken worden uiteraard gemaakt tussen bank en klant, dat is informatie die we niet met media delen.’ 

Slimme zet van de Rabobank

Slimme zet van de Rabobank: enerzijds maatschappelijk meebuigen, maar anderzijds ook niet al te specifiek worden. Voor ING, dat als eerste aankondigde negatieve rente te gaan doorberekenen, was het een stuk lastiger en de bank draaide zich in alle bochten om het slechte nieuws toch positief te spinnen, zonder de goede doelen een uitzonderingspositie te geven: ‘We willen met klanten met grote tegoeden wel kijken naar andere mogelijkheden, of ze iets anders kunnen doen met hun geld.’ Wat dan? ING zegt dat de negatieve rente geldt voor klanten met meer dan een miljoen per rekening. Een goed doel zou dus voor elke miljoen een aparte rekening kunnen openen, om zo de negatieve rente te ontlopen. Say what? 
Dat klinkt als een groot gat knippen in het hek dat je zelf net hebt neergezet. Voor Rode Kruis dus niet 1 rekening van €89 miljoen, maar 90 aparte rekeningen van net niet een miljoen… Plus twee extra medewerkers op de afdeling administratie dan toch zeker om die donatie-diaspora onder controle te houden. Heel veel gekker moet het toch niet worden.

Lakmoesproefje publieksvertrouwen

Interessant is dat het appèl van Goede Doelen Nederland ook een testje is voor de publiekskennis van en dito vertrouwen in goede doelen. Hoezo hebben goede doelen tientallen miljoenen euro’s op hun bankrekening staan? Dat moet je nog wel even heel goed uitleggen (wat gebeurde), al zul je er de trollen en complotdenkers in de sociale riolen sowieso nooit mee overtuigen. Die zien in al die zo rijkelijk gevulde spaarrekeningen toch wel het bewijs van schaamteloze zakkenvullerij. Die wíllen ook niet weten waar de klepel in de goede doelenklok hangt.

Waarom toch die uitzondering?

Blijft de vraag of Goede Doelen Nederland met recht een uitzonderingspositie claimt voor goede doelen. Wat maakt hen zo speciaal dat zij geen rente hoeven te betalen en andere zakelijke klanten wél? 
Het Financieele Dagblad redeneert dat er - hoe zuur ook - geen goede reden is om een uitzondering te maken voor goede doelen en vermogensfondsen ‘want waar trek je als bank de lijn? Waarom wel KWF Kankerbestrijding vrijstellen, maar bijvoorbeeld niet een ziekenhuis? De grens zal altijd willekeurig zijn en discussie oproepen. Bovendien is het niet redelijk om van een bank te eisen dat die tonnen verlies maakt op een sparende klant. Banken betalen zelf immers ook 0,5% over het overtollige kasgeld dat ze bij de Europese Centrale Bank moeten stallen. Door de negatieve marktrentes staat hun verdienmodel onder druk. Banken moeten de bewegingsvrijheid hebben om naar eigen inzicht de gevolgen van de lage rente op te vangen.’

De glijdende schaal

Het laatste argument is het minst overtuigend. Natuurlijk hebben banken wel degelijk de vrijheid om in hun verdienmodel keuzes te maken en te besluiten op welke onderdelen er (voorlopig) een verlies moet worden genomen, terwijl op andere onderdelen een gezonde marge zit. Lastiger is inderdaad de glijdende schaal, die het FD noemt. Welk criterium zou je als bank moeten aanhouden om klanten wel of niet negatieve rente door te berekenen? 

Onze geldstromen

Wat als je de bron en doel van het vermogen als criterium aanhoudt? De filantropie claimt (bij monde van Goede Doelen Nederland) dat filantropische fondsen werken met ‘publieksgeld’ dat bestemd is om naar ‘goede doelen’ te gaan. Maar in termen van verschillende financieringsstromen in ons land is dat ‘publieksgeld’ een verneukeratieve kwalificatie. Het komt weliswaar van ‘het publiek’, maar de aard van de donaties is ‘privaat’. Het komt vrijwillig uit onze particuliere portemonnee, conform de definitie van de filantropische geldstroom: ‘private bijdragen aan het algemeen nut’.
Maar wat van onze eerste geldstroom: ‘publieke bijdragen voor het publieke belang’? Die publieke bijdragen: dat is het (niet vrijwillige) belastinggeld van alle Nederlanders, dat we bestemmen voor publieke doelen, zoals ziekenhuizen, scholen en wegen… Dat zijn toch ook door de hoofddonor (de Nederlandse Staat) gesteunde goede doelen toch? Waarom zouden die wél, en charitatieve fondsen níet onder negatieve rente moeten zuchten?

Minder 'gevoel' dan het lijkt...

Uiteindelijk zijn het de banken zelf, die hierover beslissen. Zij hanteren daarbij criteria die ogenschijnlijk in de gevoelssfeer en publieksperceptie liggen, maar die zeker niet van economische logica ontbloot zijn. De reactie van de Rabobank zegt hierover alles: het is enerzijds een zaak tussen de bank en de zakelijke klant, maar ook het ‘maatschappelijke karakter’ van de zakelijke klant speelt een rol. De voorlopige conclusie: een boete op de collectieve collectezak van de overheid (€285 miljard) lijkt onvermijdelijk, maar die op ons private geefgeld (€6 miljard) klaarblijkelijk niet. Vertaald naar de Rabobank: het kleinste economische verlies, bij de grootste publicitaire winst. Het lijkt erop dat niet alleen de goededoelenbranche een uitgekookte strategie volgt... 
* Auteur Edwin Venema was meer dan tien jaar hoofdredacteur van De Dikke Blauwe tot zijn vertrek eind 2018. Tegenwoordig heeft hij zijn eigen redactiebureau De Kopijmeester en schrijft hij nog regelmatig bijdragen over filantropie voor DDB op persoonlijke titel. Wilt u meer columns en commentaren van hem lezen? Klik hier.
 
gerelateerde items