Toon alles (2)

Hoe groot moet de risicoreserve zijn?
Op de vraag hoe groot de risicoreserve (ook wel weerstandsvermogen genoemd) moet zijn, is geen eenduidig antwoord te geven. De gewenste omvang van de risicoreserve is afhankelijk van meerdere elementen. Zo moeten onder andere worden meegewogen:
  • Samenstelling en variabiliteit baten. Des te groter de kans op een snelle terugval in inkomsten, bijvoorbeeld door de afhankelijkheid van enkele grote donateurs, des te meer vermogen moet worden aangehouden om een plotselinge daling van de baten te kunnen opvangen. 
  • Exploitatieflexibiliteit. Een organisatie met veel vaste lasten (personeel, huurcontracten) zal over het algemeen meer tijd en dus geld nodig hebben om de organisatie af te bouwen of aan te passen aan een ander inkomstenniveau.
  • Risico. Wat is de ‘risk appetite’ van het bestuur en wat is de maximale impact van de te onderkennen risico’s. Hoe meer vermogen wordt aangehouden voor tegenvallers, des te minder kan worden besteed aan de doelstelling. Het bestuur moet hier een goede balans in zien te vinden.
 
Ook de post voorzieningen heeft vaak een meerjarig karakter waarvoor middelen worden aangehouden, bijvoorbeeld in de vorm van liquiditeiten. Neveneffect hiervan is vergelijkbaar. De organisatie lijkt voldoende middelen te hebben, edoch die zijn feitelijk beklemd door verwachte toekomstige uitgaven. Als dit nader wordt toegelicht zoals hierboven aangegeven bij eigen vermogen, is/wordt het de donateur helder dat er extra middelen nodig zijn om de doelstelling te kunnen realiseren.
Het inzichtelijk maken van de omvang van eigen vermogen en voorzieningen en dan met name gekoppeld aan het meerjarige karakter van deze posten, helpt de organisatie ook bij te maken keuzes in de assetmix, in treasury keuzes en in cashflowmanagement.
 
De jaarrekening bevat naast de balans en de staat van baten en lasten ook altijd een toelichting. Hier kan het bestuur een aanvullende toelichting geven op de gevormde bestemmingsreserves en eventuele bestemmingsfondsen. Voor stakeholders is na het lezen van de balans en de toelichting dan inzichtelijk waarvoor het eigen vermogen wordt aangehouden. Wat vaak nog wel ontbreekt is informatie over de periode waarin de reserves en fondsen worden uitgeput. Dus wij adviseren om dergelijke posten in jaarlagen toe te lichten. Wanneer is de post ontstaan, en in welke jaren loopt de reserve eruit. Helder daarbij is dat de risicoreserve het meest permanente karakter heeft. Met dergelijke toelichtingen snapt de lezer dat je feitelijk geen ‘rijke’ fondsenwerver bent, maar dat je dus bewust en soms gedwongen (bestemmingsfondsen) vermogen aanhoudt.
 
Communicatie stopt niet bij de publicatie van het jaarverslag
Duidelijke keuzes in de samenstelling en opbouw van de reserves weerspiegelt het beleid van het bestuur van de stichting en wordt daarmee een verlengstuk van het communicatiebeleid. Het is echter belangrijk te beseffen dat de communicatie over het eigen vermogen niet stopt bij de heldere presentatie ervan in de jaarrekening. Van de meeste charitatieve instellingen worden de jaarrekening (en het jaarverslag) slechts door een beperkt deel van de donateurs gelezen. Veel stakeholders krijgen informatie tot zich via andere kanalen, zoals nieuwsberichten op de website en media. Zeker de artikelen die op basis van ‘willekeurige’ benchmarks met andere organisaties tot stand komen, kunnen onnodig tot imagoschade leiden. Door proactief te communiceren over eventuele bijzonderheden in de cijfers, desgewenst direct met relevante media, grote donateurs en andere stakeholders, houdt de organisatie meer controle over de beeldvorming en is men beter voorbereid op vragen.

Inzicht in risico en rendement van het eigen vermogen is cruciaal
Zoals gezegd is het vermogen het bestaansrecht van charitatieve instellingen. Voor vermogensfondsen, die in de regel geen tot weinig additionele inkomsten hebben, is het resultaat uit vermogen de belangrijkste inkomstenbron. Hieruit worden de donaties en subsidies bekostigt. Veel vermogensfondsen hebben als onderliggende doelstelling dat zij tot in lengte der jaren willen voortbestaan, bijvoorbeeld een stamvermogen. Dit vermogen moet bij voorkeur in stand blijven. Voor fondsenwervende instellingen heeft het vermogen een geheel andere functie, dit dient feitelijk als buffer of reserve voor diverse aanwending. Dit loopt uiteen van reserve om de continuïteit van de organisatie te waarborgen, het creëren van een buffer voor tegenvallende inkomsten, financieren van kort- of langlopende projecten, etc. 
gerelateerde items