Erasmus (her)ontdekt de kracht van filantropie

16 november 2017, 06:00
Erasmus (her)ontdekt de kracht van filantropie
Erasmus (her)ontdekt de kracht van filantropie
Hét filantropisch nieuws van de afgelopen week: de komst van een nieuw vermogensfonds dat het Erasmus Trustfonds samen met de universiteit heeft opgezet. Die nieuwe private pot moet binnen enkele jaren gevuld worden met 100 miljoen euro en meer dan een kwart is intussen al opgehaald bij vermogende alumni.
Michiel Muller, zelf alumnus en groot geworden in de onbemande Tango-tankstations en tegenwoordig de online boodschappendienst Picnic, is de bedenker. Samen met rector magnificus Huib Pols denkt hij op dit bronvermogen acht tot tien procent rendement te maken en zo een kleine tien miljoen euro aan het jaarlijkse universiteitsbudget van 590 miljoen euro toe te voegen om hiermee baanbrekend onderzoek te financieren, topwetenschappers naar Rotterdam halen en uitmuntende studenten met beurzen te ondersteunen. De heren zijn naar eigen zeggen ‘wel bereid hiervoor wat extra risico’s te nemen.’
 
De media maakten direct gewag van ‘Amerikaanse toestanden’, maar nieuw is private financiering van universiteiten natuurlijk niet in Nederland. Al enige jaren proberen academische instellingen filantropie in te zetten om bij de afkalvende overheidssubisidies de gestaag groeiende stroom studenten te accommoderen en onderzoek te bekostigen. Nieuw lijkt wel het ambitieniveau, zowel voor het bronvermogen als rendement.
Lang werd gedacht dat alumni slechts in beperkte mate zouden willen bijdragen omdat in ons land, anders dan in gidsland VS, het primaat van de overheidsfinanciering grote giften zouden tegenwerken. Waarom zouden burgers overheidstekorten moeten ‘aanzuiveren’?
Als die psychologische drempel (‘financiering van wetenschap is primair een taak van de overheid’) er ooit geweest is, dan is die door jarenlange financiële kaalslag in de academie wel zeker ernstig verlaagd. Iedereen die een krant kan lezen, weet dat geven via het IB-formulier niet meer volstaat om het wetenschappelijk onderwijs en onderzoek op internationaal concurrerend niveau te houden.
 
Maar eerder is waarschijnlijk dat fondsenwerving onder alumni in ons land juist door het genoemde primaat lange tijd in de hoek van de ‘financiële extraatjes’ heeft gezeten en door colleges van bestuur niet gezien werd als een écht serieuze financieringsbron. De band die de meeste alumni met hun alma mater hebben is echter van zo’n diepte en kracht, dat de doelstelling van Erasmus om honderd miljoen bij elkaar te halen zeker niet overambitieus kan worden genoemd. Eerder is er het gevoel: ‘we’re only scratching the surface’. Vooral omdat er nog heel wat alumni in ons land zijn die nog nooit gericht gevraagd zijn een bijdrage te leveren: dus niet een generieke gift aan ‘hun’ universiteit, maar juist een donatie in het verlengde van hun specifieke afstudeerrichting en dus belangstellingssfeer.
 
Eerder overambitieus is een rendementsdoelstelling van tien procent. Dat ondernemers pur sang als Michiel Muller bereid zijn daar wel wat beleggingsrisico’s voor te nemen, is niet verwonderlijk, maar of alle alumni in dit verhaal kunnen worden meegenomen is nog wel de spreekwoordelijke uitdaging. Welke risico’s zijn nog verkoopbaar aan private donoren? Een universiteitsvermogensfonds met duizenden ‘aandeelhouders’ is nog wel even wat anders als een familiefonds met vier bestuursleden. Het lijkt voor verduurzaming van de giften eerder verstandig de lat voor het bronvermogen te verhogen en het risicoprofiel een tandje defensiever te maken.
Verstandig is het ook om donoren inspraak te geven in de bestedingen en rekening te houden met culturele verschillen. Er worden vooralsnog geen Erasmus-gebouwen vernoemd naar major donors, want dát aspect van Amerikaanse fundraising onder Nederlandse alumni lijkt de bedenkers een brug te ver. Maar misschien moeten zij die aankondiging weer inslikken als zich een grootgever meldt die bereid is om vijftig miljoen plus in de nieuwe pot te stoppen. De Rotterdamse koopman zal dan vast wijken voor de dominee bij dit nieuwe fonds. ‘Amerikaanse toestanden’ willen we misschien niet, maar hoe hoger de giften, hoe buigzamer de moraal. Alles stroomt door, ook in filantropie en wetenschap. We zijn intussen al een stuk 'Amerikaanser' dan tien jaar geleden.
gerelateerde items