Toon alles (3)

Suzanne Kooij
Meer kennisdeling
Eén van de conclusies van ons onderzoek is dat er in Nederland wel allerlei aanbod bestaat (vanuit fondsen of andere aanbieders) voor maatschappelijke pioniers op het gebied van financiering, organisatieontwikkeling en het in kaart brengen van maatschappelijke impact, maar dat dit aanbod niet compleet, moeilijk vindbaar en onvolledig is. Meer kennisdeling op dit gebied tussen vermogensfondsen onderling zou een eerste stap in de goede richting kunnen zijn. De mogelijkheden om méér te doen voor aanvragers zijn legio.
De bevindingen uit het onderzoek zijn inmiddels in een aantal bijeenkomsten met vermogensfondsen binnen en buiten de FIN gedeeld; er is enthousiasme bij een aantal fondsen om met 'Funding Plus' aan de slag te gaan.
 
Wat is 'Funding Plus'?
Bij 'Funding Plus' levert een vermogensfonds meer dan (project)financiering alleen, bijvoorbeeld:
  • advies, begeleiding, coaching, training van aanvragers (soms hands on management support);
  • toegang tot relevante nieuwe netwerken;
  • strategische financiering ('core funding' of langetermijnsteun) in combinatie met inhoudelijke betrokkenheid.
     
'Funding Plus' veronderstelt:
  • meer aandacht voor organisatie/inhoud en minder voor project/procedures/administratie;
  • versterken van maatschappelijk effect;
  • meer aandacht voor uitdagingen van aanvragers in diverse stadia van hun organisatieontwikkeling;
  • vertrouwen en een goede relatie tussen aanvrager en financier.
 
Een aantal Nederlandse vermogensfondsen voert al een 'Funding Plus' beleid (zonder het zo te benoemen), maar nog op beperkte schaal en over het algemeen slechts voor een beperkte groep aanvragers toegankelijk.
 
Hoe richt een vermogensfonds nu het 'Funding Plus' beleid zó in, dat aanvragers er het meest mee gebaat zijn? Dat hangt nauw samen met de manier waarop het fonds de relatie met de aanvrager inricht. Kijkend naar deze relatie onderscheiden wij drie typen praktijken:
1. Fund & Forget
2. Select & Oversee
3. Commit & Integrate[1]
 
Deze typen praktijken zijn alle drie geschikt voor bepaalde groepen aanvragers; vooral bij de twee eerste types zijn verbeteringen in de werkwijze mogelijk, en ze hebben elk zowel voordelen als beperkingen.
 
Fund & Forget
Een groot deel van de Nederlandse vermogensfondsen (met name de wat kleinere) werkt via 'Fund & Forget': er komt een aanvraag binnen, als deze goed wordt bevonden wordt er een financiële bijdrage toegekend en daarbij houdt de betrokkenheid van het fonds bij de aanvrager en diens missie op. Er wordt nog wel een verantwoording gevraagd, maar als die binnen is, is het mogelijk dat de aanvrager van het netvlies van het fonds verdwijnt.
Als deze aanvrager een jaar daarna opnieuw aanvraagt, volgt wederom dezelfde procedure. Wanneer een aanvrager daarna voor de derde keer aanvraagt, zegt het fonds ofwel dat dit dan de laatste keer is, ofwel er wordt een meer langdurige relatie met een aanvrager aangegaan. Dat gebeurt bij 'Fund & Forget' vrijwel nooit op initiatief van het fonds zelf. Het is de aanvrager die dan jaar na jaar opnieuw blijft aanvragen. Als dat niet zou gebeuren, zou het 'forget' principe meteen inwerkingtreden.
 
Uit ons onderzoek blijkt, dat de 'Fund & Forget' werkwijze (in feite: 'de projectencaroussel in de praktijk') prima aansluit bij organisaties in de pioniersfase. Fondsen die volgens het 'Fund & Forget' principe opereren, ondersteunen het liefst projecten wanneer ze nieuw óf vernieuwend, aansprekend, baanbrekend of bijzonder zijn. Dat is in de pioniersfase vrijwel altijd het geval: 'iets nieuws' start omdat er een maatschappelijke nood wordt waargenomen die met een nieuwe interventie op hoopgevende en nieuwe wijze wordt aangepakt. Zo'n nieuw project heeft baat bij projectfinanciering.
 
'Fund & Forget' ontaardt dan ook pas in een projectencaroussel voor aanvragers die de pioniersfase ontgroeid zijn. Wij hebben hierbij vooral naar die groep aanvragers gekeken, die zich gedurende een aantal jaren, dóór de financiële steun van vermogensfondsen, succesvol hebben kunnen ontwikkelen. Na die eerste jaren is het voor hen erg lastig om een sluitend business model te vinden zonder geld van fondsen. Ze gaan dus over het algemeen door met aanvragen indienen bij vermogensfondsen en hun hele werkwijze is op een gegeven moment daar omheen gebouwd: het steeds weer verzinnen van nieuwe projecten, om maar geld binnen te kunnen halen om te kunnen voortbestaan. Dit wordt met de tijd een steeds moeizamer proces, zoals ook blijkt uit de reactie van een aanvrager waar dit artikel mee begon.
 

Eén van de geïnterviewde aanvragers tijdens het onderzoek: ‘Wat ons nu overkomt is dat eigenlijk het ene fonds na het andere zegt “Ja, we vinden jullie wel bijzonder dus je krijgt nog weer een keer geld, maar nu is het dan wel de laatste keer.” Dus of je moet met iets heel bijzonders komen, dan klop je maar weer aan, want we willen toch niet dat je omvalt... Ik zit nog continu in het gevecht.’

 
Het feit dat de meeste 'Fund & Forget' fondsen tijdelijk financiële steun verlenen, uitsluitend op projectbasis, en daarbij complexe administratieve procedures hanteren, levert met name negatieve consequenties op voor de initiatieven die al wat verder in hun ontwikkeling zijn. Voor starters is het echter een prima werkwijze.
 
[1] Deze indeling komt uit 'Health Foundations Facilitate Translational Research Through Public-Private Partnerships Diverse Funding Models and Integration Strategies', van Waseem Awad, Anne Stolk, Fred Dijcks and Remco de Vrueh, Uitgegeven door TI Pharma, 2013, pag. 13
gerelateerde items