Toon alles (2)

Gronings onderzoek bevestigt: de donateur is een vastbesloten mens

27 september 2017, 08:00
Een overgrote meerderheid van consumenten is vastbesloten in de keuze om ofwel altijd of nooit te geven aan goede doelen.
Een overgrote meerderheid van consumenten is vastbesloten in de keuze om ofwel altijd of nooit te geven aan goede doelen.
Onderzoeksresultaten naar geefgedrag, die als ‘bijvangst’ in een groot consumentenonderzoek van de Universiteit van Groningen naar voren kwamen, zijn in lijn met een vergelijkbare studie van prof. dr.  René Bekkers, onderzoeksleider van ‘Geven in Nederland’ van de VU. Een overgrote meerderheid van consumenten is vastbesloten in de keuze om ofwel altijd of nooit te geven aan goede doelen. Verder speelt de zogenaamde ‘theorie van de morele balans’ een rol:  dat is een fenomeen waarbij mensen een donatie compenseren met een niet-donatie.
 
Onderzoekers consumentengedrag Marijke Leliveld en Hans Risselada van de Universiteit Groningen liepen min of meer bij toeval tegen de onderzoeksgegevens aan. De onderzoekers werkten met onderzoeksdata van een ander onderzoek, waarbij twintigduizend Nederlanders tien maanden lang werden ondervraagd over bedrijven en producten. Na elke reeks vragen kregen de respondenten een bedrag als beloning. Ze konden aangeven of ze dat geld voor zichzelf wilden houden of liever aan een goed doel wilden schenken. Marijke Leliveld: ‘Met deze data hadden we de kans om te kijken hoe mensen in het dagelijkse leven en voor een enkele lange periode doneren, zonder dat ze het idee hadden dat hun gedrag gecontroleerd werd.’
 
Meerderheid houdt geld zelf
De meeste deelnemers (89,3 procent) kozen ervoor het geld te behouden. Slechts 6,4 procent gaf het geld aan het goede doel en 4,4 procent hield soms het geld zelf en soms gaven ze het weg. Volgens de onderzoekers stijgt de kans op donatie wanneer mensen het geld de vorige keer hebben gehouden en het bedrag dat op het spel staat aanzienlijk verschilt: als ze meer geld kunnen verdienen houden ze het vaker zelf.
De cijfers lijken op het eerste gezicht geen rooskleurig beeld te schetsen van de geefbereidheid van de Nederlanders. Hoe moeten we dit onderzoek, waarin de proefpersonen een goede afspiegeling van de Nederlandse bevolking vertegenwoordigden nu eigenlijk zien en hoe zijn deze cijfers te plaatsen tegen vergelijkbaar onderzoek?
 
Methodologie speelt een rol
Om te beginnen zijn er methodologische factoren die een rol kunnen spelen. De proefpersonen in het Groningse onderzoek hadden gemiddeld bijna veertien keer de kans om iets aan het goede doel te schenken, maar wel zonder dat het ze iets kostte. Verder stond ook de optie om het geld zelf te houden helemaal bovenaan de lijst opties: een keuze die dan snel gemaakt kan worden. Daarnaast zou het kunnen dat het favoriete goede doel van de deelnemers er niet bij stond, of dat ze liever vrijwilligerswerk deden dan geld te geven.
 
Geen afwijkende uitkomst
Op basis van enkel dit Groningse onderzoek is het dus moeilijk conclusies te trekken voor het algehele donateursgedrag. Prof. René Bekkers, onderzoeker van het tweejaarlijkse geefonderzoek Geven in Nederland, zegt desgevraagd dat het Groningse onderzoek niet in tegenspraak is met vergelijkbaar onderzoek dat hij al eerder deed. De resultaten van dat onderzoek, Measuring Altruistic Behavior in Surveys: The All-or-Nothing Dictator Game, zijn in lijn met de resultaten van de Groningse onderzoekers. ‘Dit onderzoek documenteert een interessante manier om te geven aan goede doelen. Onderzoeksbureaus kunnen deelnemers de mogelijkheid geven om de beloning voor het invullen van een vragenlijst aan een goed doel te geven. Kantar Public (voorheen TNS/NIPO) dat voor ons de vragenlijst voor Geven in Nederland uitzet, geeft die mogelijkheid ook’, aldus Bekkers.
 
Beslissingen begrijpen
De longitudinale data vormen volgens Leliveld en Risselada een eerste stap om beslissingen over donaties aan goede doelen beter te begrijpen. Leliveld: ‘Je ziet bijvoorbeeld dat mensen heel vastberaden keuzes maakten. Liefst 95 procent van de respondenten koos er altijd voor om oftewel niets te geven, oftewel altijd te geven. En bij de 4,4 procent die soms iets aan goede doelen gaf zagen we de zogenaamde theorie van de morele balans opduiken. Dat is een fenomeen waarbij mensen een donatie compenseren met een niet-donatie.’
Dat laatste zou betekenen dat goede doelen weinig kans maken om bij deze categorie mensen opnieuw een donatie te krijgen. Want het bekende idee dat mensen meer zouden geven nadat ze een eerste keer hebben gegeven gaat bij hen meestal niet op.
 
►Klik hier voor het onderzoek Dynamics in charity donation decisions: Insights from a large longitudinal data set van Marijke Leliveld en Hans Risselada.
 
►Klik hier voor het onderzoek Measuring Altruistic Behavior in Surveys: The All-or-Nothing Dictator Game van René Bekkers.
 
♦Bron: De Kennis van NU
 
gerelateerde items