Daalmeijer over vertrek VFI: 'Meer gevraagd van mij dan afgesproken'

30 september 2011, 06:59


AMSTERDAM (29 september) - "Ik ben vertrokken bij de VFI, omdat het werk voor deze vereniging veel meer van mij vroeg dan bij mijn aantreden was afgesproken." Met deze verklaring opent Joop Daalmeijer een uitgebreide schriftelijke reactie op de nieuwsanalyse van FM-hoofdredacteur 5 van vorige week. Daarin reconstrueerde Venema Daalmeijers beweegredenen voor zijn plotselinge vertrek als VFI-voorzitter.


In zijn schriftelijke reactie op de nieuwsanalyse van FM gaat Daalmeijer voor het eerst uitgebreid in op zijn vertrek bij VFI als voorzitter. De balans over twee jaar voorzitterschap bij de grootste koepel van goede doelen in Nederland valt uiteindelijk positief uit, maar Daalmeijer kraakt ook wel enkele (zeer) kritische noten.


Op de man gespeeld

Zo was Daalmeijer not amused over de felle discussies binnen VFI over het filantropieconvenant waarin behalve op de bal volgens hem ook op de man werd gespeeld. "Ik zal eerlijk zijn. De hele discussie in de VFI over SBF en convenant was soms behoorlijk op de persoon gespeeld. En was niet altijd even plezierig. Als het dan je baan is, dan slik je dat, want je hebt naast principes ook vaste lasten. Maar als het een hobby betreft, dan tel je je knopen anders."


Salarisdiscussie

Ook de discussie over de directeurssalarissen kan volgens Daalmeijer beter en transparanter: "Mijn stelling is dat alle salarissen openbaar moeten zijn. Daar hebben donateurs recht op. De berekening van het salaris van een directeur binnen de goede doelen is goed geregeld. Maar de uitkomst van die berekening moet je niet verstoppen, zoals sommige directeuren willen. Vreemd genoeg nooit directeuren van grote stichtingen. Die zijn namelijk voor 100% transparant. Bij kleinere clubs vinden ze die openheid moeilijk."


Gebrek aan sympathie

Over zijn beweegredenen om toch vrij abrupt een einde te maken aan zijn voorzitterschap, zegt Daalmeijer: "De tijd die VFI vraagt en het gebrek aan een sprankje sympathie bij sommigen, hebben me alles optellend en afwegend doen besluiten te kiezen voor vertrek. En dan maar beter meteen, zodat de discussie over mijn vertrek buiten de VFI plaatsvindt en niet daar binnen."


SBF en convenant

Daalmeijer vindt dat hij als voorzitter vooral een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de totstandkoming van de SBF en het filantropiebrede convenant. De al geruime tijd durende ‘keurmerkstrijd' moet volgens Daalmeijer ook binnen die context worden opgelost. Dat hij, zoals Venema concludeerde, als voorzitter weinig zichtbaar is geweest, bestrijdt Daalmeijer: "Ik ben ook nooit uit geweest op optredens in de media. Ledenorganisaties binnen VFI hebben meer recht op publicitaire ruimte dan de koepel."


"Uitstekend kunnen werken"

Positief is Daalmeijer over zijn mandaat als extern en onafhankelijk voorzitter. Hij adviseert het bestuur van VFI daarom ook opnieuw naar een externe praeses op zoek te gaan: "Ik heb bij de VFI als onafhankelijke voorzitter gewerkt. Uitstekend kunnen werken. Ik had geen belangen en zelfs mijn inkomen was niet afhankelijk van de VFI. Dat is toch een prachtige positie. En vanuit die positie kan iemand ook gemakkelijk afscheid nemen. Je legt namelijk verantwoording af aan je zelf en je hoeft niet eerst naar de organisatie die je heeft afgevuurd richting bestuur VFI."


De volledige tekst van de reactie van Joop Daalmeijer luidt als volgt:


"Nieuwsanalyse: de bestuurlijke knopen van Joop Daalmeijer" van 5 op FM-platform, eindigt met: "NB, Joop Daalmeijer zelf was tijdens het ter perse gaan van deze FM Weekly niet bereikbaar voor commentaar of reflectie. Ik vermoed dat hij .... geen tijd had."


Beetje leuke humor, maar beetje onzin tegelijk. Zo'n uitsmijter voor een analyse is helaas weinig passend bij de statuur van een beschouwing.


Edwin blijkt me een mail te hebben gestuurd, maar dan wel naar mijn voormalige werkmail en heeft me niet gebeld. Niet thuis en niet per gsm. Was dat wel gebeurd, dan hadden we er samen lustig op los kunnen reflecteren.


Ter zake nu. Ik ben vertrokken bij de VFI, omdat het werk voor deze vereniging veel meer van mij vroeg dan bij mijn aantreden was afgesproken. Het zou gaan om een paar bestuursvergaderingen en om een paar maal het leiden van een ALV. Iedereen die gevraagd wordt voor een bestuursfunctie zal zo'n antwoord op de vraag: Gaat het veel tijd kosten? herkennen. Het lijkt weinig, maar in werkelijkheid is het veel en wordt het steeds meer. Zo ook bij VFI. De SBF kwam erbij, het onderhandelen over het convenant met de overheid, het zoeken naar nieuwe bestuursleden, het oplossen van problemen binnen de vereniging. Roept u maar. Voor mij werd het te veel. En zelfs ondanks mijn pensioen. Want ik doe meer dan de VFI. Een mens moet dan keuzes maken. Ik heb gekozen voor andere besturen dan de VFI. Ook om de VFI te behoeden voor een voorzitter die veel moet afzeggen of zich onvoldoende in de dossiers en materie kan verdiepen.


Ik heb bij de VFI als onafhankelijke voorzitter gewerkt. Uitstekend kunnen werken. Ik had geen belangen en zelfs mijn inkomen was niet afhankelijk van de VFI. Dat is toch een prachtige positie. En vanuit die positie kan iemand ook gemakkelijk afscheid nemen. Je legt namelijk verantwoording af aan je zelf en je hoeft niet eerst naar de organisatie die je heeft afgevuurd richting bestuur VFI.


Ik ben ook nooit uit geweest op optredens in de media. Ledenorganisaties binnen VFI hebben meer recht op publicitaire ruimte dan de koepel. Een mooi stuk over bijvoorbeeld "Doe Een Wens" kan namelijk leiden tot meer donateurs en dus tot meer mooie ervaringen voor kinderen.


Daar waar een algemeen belang voor de sector in het geding was, heb ik opgetreden. Denk aan de oprichting SBF en het ondertekenen van het convenant met de Nederlandse overheid. Dat lijkt me wel genoeg. Aan de professionalisering van SBF heb ik hard gewerkt. Buiten de publiciteit, dat wel. Is dat erg? Natuurlijk niet. En ik heb Steven van Eijck binnen mogen halen als nieuwe, onafhankelijk voorzitter. Een prima man op de juiste plaats. Ik was slechts tijdelijk voorzitter, want zat in SBF namens VFI en SBF heeft als voorzitter geen belangenbehartiger nodig van een deel van de sector. Nee, de voorzitter van SBF is iemand die namens iedereen en alles optreedt.


Het convenant van de branche met de overheid- opgesteld door SBF, samen met een aantal ambtenaren van verschillende departementen - heeft inderdaad binnen de VFI tot veel discussie geleid. En terecht, want dat convenant is van betekenis voor alle organisaties binnen de filantropie. En ook: de VFI is een vereniging, waar de leden het voor het zeggen hebben. Sommige gezondheidsfondsen waren tegen het convenant. Ik kan me dat vanuit hun positie voorstellen. Een aantal fondsen wordt namelijk door de maatregelen van het huidige kabinet zwaar getroffen. Denk aan het PGB. Die gezondheidsfondsen hebben aan hun leden heel wat uit te leggen als zo'n convenant gesloten wordt. En ook een aantal andere leden was tegen. Maar de meerderheid was voor het afsluiten van het convenant.


In het overtuigen van een aantal gezondheidsfondsen heb ik (en ook andere leden uit het bestuur) veel tijd gestoken. We hebben argumenten uitgewisseld, we hebben aanpassingen voorgesteld en nog zo wat. Het heeft niet mogen baten, helaas. Maar iedereen heeft recht op zijn eigen mening.


Het convenant is er ondanks alles gekomen. Ik heb dat als voorzitter van VFI in het openbaar ondertekend. Ik was dus zichtbaar. Het convenant en het aantreden van SBF als een stichting met handen en voeten, zie ik als een mooie punt achter mijn loopbaan(tje) bij VFI. Er is iets bereikt. En de discussie over het keurmerk - daar heb ik als aantredend voorzitter mee afgetrapt - zal gevoerd worden binnen de uitwerking van het convenant. Ook een belangrijk punt voor mij.


Ik zal eerlijk zijn. De hele discussie in de VFI over SBF en convenant was soms behoorlijk op de persoon gespeeld. En was niet altijd even plezierig. Als het dan je baan is, dan slik je dat, want je hebt naast principes ook vaste lasten. Maar als het een hobby betreft, dan tel je je knopen anders.


Ook de vreemde discussie binnen de ALV van VFI over het publiceren van de salarissen van directeuren, werkend in de Goede Doelen Sector heb ik niet als constructief ervaren. Mijn stelling is dat alle salarissen openbaar moeten zijn. Daar hebben donateurs recht op. De berekening van het salaris van een directeur binnen de Goede Doelen is goed geregeld. Maar de uitkomst van die berekening moet je niet verstoppen, zoals sommige directeuren willen. Vreemd genoeg nooit directeuren van grote stichtingen. Die zijn namelijk voor 100% transparant. Bij kleinere clubs vinden ze die openheid moeilijk. En de discussie daarover binnen de ALV van VFI voeren ze hard en onverantwoord.


Ook de discussie over de hoogte van de salarissen van directeuren van Goede Doelen wordt niet echt gevoerd. Binnen de Internationale Samenwerking (zeg maar Ontwikkelingssamenwerking) heeft de overheid de eis gesteld dat bestuurders van instellingen die geld ontvangen van buitenlandse zaken niet meer mogen verdienen dan de DG-IS. Dat is hard, maar een geldgever mag die eis stellen. De sector heeft daar goed op gereageerd. Kijk naar het Rode Kruis, waar het salaris van de directeur onmiddellijk is aangepast. Dat vind ik stoer van zo'n bestuurder. Die toont karakter en beschermt daarmee tegelijk zijn organisatie. De overheid kan zo'n eis natuurlijk niet stellen als het gaat om salarissen van directeuren van Goede Doelen die geen overheidssubsidie ontvangen, maar wel geld van de samenleving. Daar bepaalt de sector het zelf. Maar de discussie over de hoogte moet nu echt gevoerd worden. Zijn de huidige salarisnormen nog maatschappelijk verantwoord? Ik heb geen eenduidig antwoord op die vraag, maar ik weet wel dat het gesprek binnen de sector snel gevoerd moet worden. Zeker door Raden van Bestuur of Raden van Toezicht van instellingen, waarvan de directeuren hun salarissen niet willen publiceren, omdat ze anders zoveel telefoontjes krijgen van donateurs. Het mag wel in het jaarverslag (wie leest dat helemaal?) maar vooral niet in een persbericht van de VFI.    


De tijd die VFI vraagt en het gebrek aan een sprankje sympathie bij sommigen, hebben me alles optellend en afwegend doen besluiten te kiezen voor vertrek. En dan maar beter meteen, zodat de discussie over mijn vertrek buiten de VFI plaatsvindt en niet daar binnen. Ik zou de VFI willen adviseren vooral een voorzitter van buiten aan te trekken. Iemand met veel tijd en weinig andere banen. Iemand met een dikke huid en een rechte, maar gladde rug. De Goede Doelen zijn een prima voorman waard, want de sector is van eminent belang voor de samenleving, zeker nu de overheid steeds verder terugtreedt. Daarom blijf ik de VFI steunen en al die andere goede doelen waaraan ik nu nog mijn tijd geef. En nu wat meer tijd bij de andere clubs, want ik ben met pensioen. En ik blijf reflecteren over de sector en ook op die elementen die de sector zwakker maken dan nodig is.


Joop J. Daalmeijer


Lees hier de nieuwsanalyse van FM's hoofdredacteur 5, waarop Daalmeijer reageerde.

gerelateerde items