Slecht rapportcijfer

Slecht rapportcijfer
Slecht rapportcijfer
6 juni 2013
Opinie | | Politiek en overheid

Vorige week overhandigde Sadik Harchaoui van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) aan staatssecretaris Van Rijn een rapport met aanbevelingen over ‘de organisatie van solidariteit’. Van een klassieke verzorgingsstaat groeit Nederland namelijk naar een maatschappij waarin mensen minder beroep doen op overheidsvoorzieningen en meer terugvallen op onderlinge redzaamheid. Deze transitie brengt vragen met zich mee over de manier waarop we solidariteit gestalte geven.
‘Mooi zo’n rapport’, denk je.
‘Minimaal een jaar of vijf te laat’, denk je ook trouwens.
Maar het wordt na lezen nog teleurstellender.
Het RMO-rapport blijkt een abstracte academische exercitie die grossiert in open deuren. Solidariteit is ‘dynamisch’ (nee toch) en de meest concrete aanbeveling is om ‘solidaire ervaringen te ontwikkelen’. Wat zijn dat? Hoe doe je dat? Wie betaalt dat?
De belangrijke vraag over de betaalbaarheid van al die dynamische solidariteit wordt nauwlettend gemeden door de RMO. Aan de oudste vorm van particulier betaalde solidariteit in Nederland – filantropie – wordt in het gehele rapport zegge en schrijven één alinea gewijd. Het woord ‘filantropie’ valt slechts één keer en verwijst ook nog eens naar de hardnekkige mythe die vorig jaar door dagbladen werd verspreid: dat filantropie crisisbestendig is. Een gotspe, want wij weten intussen allang dat die bewering geen stand houdt.
Natuurlijk kan filantropie nooit promoveren van derde naar eerste of tweede geldstroom: niet in omvang (1 procent BBP), maar ook niet omdat het gelijkheidsbeginsel van de overheid niet van toepassing is op de doelbestedingen. Maar om in een rapport over de ‘organisatie van solidariteit’ de Nederlandse charitas zo majestueus te mijden?
Het is een faux pas zonder allure en een rapport dat Van Rijn op de stoffige stapel kan leggen van al die andere academische aanbevelingen waar je nooit meer wat over hoort.

RMO-rapport ‘Rondje voor de publieke zaak’: klik hier.