PWC en NOTS opperen Nationaal Kunstfonds

2 maart 2011

AMSTELVEEN (3 maart) - Een Nationaal Kunstfonds waaraan particulieren en bedrijven gelden kunnen lenen, of waarbij het Kunstfonds obligaties uitgeeft om gelden aan te trekken. Dat is het kernidee dat PWC en NOTS Foundation hebben ingestuurd voor de prijsvraag over alternatieve cultuurfinanciering. Op 22 maart wordt bekend of dit idee behoort tot de winnaars.

Hoogleraren culturele economie Arjo Klamer en Cees Langeveld en NRC Handelsblad vroegen begin dit jaar aan iedereen binnen én buiten de kunstwereld hoe de kunstfinanciering anders kan. De beste twee ideeën zullen worden bekroond met een prijs van de Van den Ende Foundation.

Innovatie
De twee hoogleraren deden hun oproep in een artikel in NRC handelsblad van 28 januari. Samen met de masterstudenten van de opleiding Cultural Economics and Cultural Entrepreneurship van de Erasmus Universiteit beoordelen ze de ingezonden nieuwe of alternatieve vormen van kunstfinanciering. "Welke innovatie kunt u bedenken in de presentatie van de kunsten, in de financiering via de markt of via de overheid? Of bent u al met iets anders bezig?", zo luidt de oproep.

PWC en NOTS
De oproep voor creatieve financiering van de kunstsector trok de interesse van PWC. Marcel Oliemans schreef aan jurylid Arjo Klamer: "Als adviseurs binnen de charitatieve sector is deze vraag de afgelopen jaren al eerder bij PWC opgepakt ten behoeve van enkele grote culturele instellingen. Tot nu toe zijn daar voor onze cliënten 'individuele' oplossingen uit voort gekomen waar echter wel een basisgedachte aan ten grondslag ligt." Omdat PWC's basisgedachte ook al was uitgewerkt door maatschappelijke entrepreneur Bart Hartman via zijn NOTS Foundation (stichting voor "Ondernemende Ontwikkelingssamenwerking"), werd besloten tot een gezamenlijke inschrijving.

Idee
De tekst van het idee voor alternatieve cultuurfinanciering wordt als volgt verwoord:
"Een gedachte zou kunnen zijn een Nationaal Kunstfonds in te stellen waaraan particulieren en bedrijven gelden kunnen lenen, of waarbij het Kunstfonds obligaties uitgeeft om gelden aan te trekken. Die gelden worden voor een bepaalde periode geleend en daarna in principe weer terugbetaald aan de geldverstrekkers/obligatiehouders. Kwalificerende kunstenaars/kunstacitiviteiten zouden bij het Kunstfonds vervolgens een renteloze lening kunnen vragen. Die hebben daarmee een nieuwe financieringsbron. De lening moet te zijner tijd wel terugbetaald worden aan het Kunstfonds waardoor wel bepaalde kwaliteitseisen of commerciële slagingskans als voorwaarde voor financiering van een kunstactiviteit moet worden ingebouwd."

Garantievermogen
"De overheid zou mogelijk ook (een deel van) de kunstsubsidies in dit fonds kunnen storten als garantievermogen voor de terugbetaling aan de geldverstrekkers en/of om de kunstsector breder te ondersteunen zonder praktische bemoeienis. Mogelijk kan de overheid dan toe met minder subsidies omdat een deel door kunstminnende beleggers wordt bijeengebracht."
Rentedragend
"De geldleningen/obligaties die particulieren (en bedrijven) verstrekken aan het Kunstfonds zijn formeel rentedragend - stel bijvoorbeeld 4% - waarbij de geldlener echter de te ontvangen rente weer jaarlijks kwijtscheldt, zodat er geen geld 'over de toonbank' hoeft. De kwijtgescholden rente kan, onder voorwaarden, als gift worden aangemerkt (aangenomen dat het Kunstfonds als algemeen nut beogende instelling kwalificeert) zodat de geldverstrekkers ondanks het gemis aan rente toch nog een 'fiscaal rendement' genieten. Bij een particulier met een toptarief inkomstenbelasting zou dat neerkomen op 52% x 4% (rente) = 2,1%, wat een redelijk rendement is gezien de spaarmarkt op dit moment. Dergelijke regelingen werken in de praktijk en zijn al voor bepaalde instellingen geaccordeerd door de Belastingdienst."

Fiscaliteit
"Het rendement voor de geldverstrekker zou nog verhoogd kunnen worden door aan de lening/obligatie zelf nog een fiscaal voordelige status te verbinden. Thans bestaat er zo'n fiscale faciliteit voor bijvoorbeeld groene beleggingen en culturele beleggingen waarbij deze vrijgesteld zijn van de jaarlijkse 1,2% inkomstenbelastingheffing. De procedure om deze kwalifcatie te verkrijgen is echter formeel en omslachtig en zou voor het Kunstfonds dus veel eenvoudiger moeten."

In natura
"Anderzijds zou er voor de kunstminnende belegger nog een klein rendement in natura mogelijk gemaakt kunnen worden doordat het Kunstfonds bijvoorbeeld vrijkaarten voor bepaalde kunstactiviteiten of kunstwerken beschikbaar stelt onder de geldverstrekkers.
Twee kanttekening bij dit idee:
1) De wetgever is de fiscale faciliteiten voor onder meer culturele beleggingen aan het verminderen met het oog op vereenvoudiging van de inkomstenbelastingwet;
2) Er komt een herziening van de (voorwaarden) voor onder meer de giftenaftrek in de inkomstenbelasting via een aangekondigde 'Geefwet'.

Voordelen
"Alles op een rijtje heeft een met privaat geld gefinancierd Kunstfonds de volgende voordelen:
Voor de kunstminnende belegger: Een fiscaal rendement van 2%-3,5%, (maar dat is mogelijk geen doorslaggevend motief voor de doelgroep van geldverstrekkers);
Voor de kunstsector: Een financieringsbron voor renteloze leningen voor een kwalificerend project + Mogelijkheid tot inbouwen van kwaliteitseisen voor te financieren projecten/activiteiten;
Voor de overheid: Minder subsidie en daarmee gemoeide uitvoeringshandelingen en bemoeienis."

De beste twee ideeën worden bekroond met een prijs van de VandenEnde Foundation die wordt uitgereikt tijdens een symposium in the Creative Factory in Rotterdam op 22 maart. Het Cultureel Supplement van NRC Handelsblad zal een dag eerder een selectie uit de inzendingen - de shortlist - publiceren.