Toon alles (1)

De participatiesamenleving lijkt er vooral voor de elite

19 september 2017, 14:00
De participatiesamenleving lijkt er vooral voor de elite
De participatiesamenleving lijkt er vooral voor de elite
Koning Willem Alexander introduceerde in 2013 in zijn eerste troonrede de term ‘participatiesamenleving’. Hoe staat het er vier jaar later voor? Wil Verschoor en Daan de Bruijn van landelijk kennisinstituut en adviesbureau voor het sociaal domein Movisie zien dat vooral blanke, hoogopgeleide Nederlanders die bijvoorbeeld een zorgcoöperatie beginnen of een mantelzorgwoning bouwen voor hun ouders, invulling geven aan het begrip. Daardoor dreigt een maatschappelijke kloof zich te verbreden, aldus Movisie. Over filantropie als historisch belangrijke vorm van burgerinitiatief wordt in het onderzoek nergens gesproken.
 
‘Van iedereen die dat kan wordt gevraagd verantwoordelijkheid te nemen voor zijn of haar eigen leven en omgeving.’ Dat is de zin waarmee koning Willem-Alexander in 2013 het begrip participatiesamenleving introduceert. Concreter lijkt de term participatiesamenleving daarna niet te zijn geworden. Een definitie en daaraan gekoppelde doelstelling ontbreekt en niemand weet wat met de participatiesamenleving precies wordt bedoeld.
 
Tegenstrijdig beeld
Movisie signaleert dat er een tegenstrijdig beeld is als het gaat om burgerinitiatieven. ‘Het is lastig te zeggen hoeveel burgerinitiatieven er in het licht van de participatiesamenleving zijn opgekomen’, zeggen Verschoor en De Bruijn. ‘Daarvoor is de diversiteit te groot: van wijkrestaurant tot zorgcoöperatie en van kleinschalig wonen voor dementerenden tot de gezamenlijke inkoop van zonnepanelen. En veel burgerinitiatieven zijn zo kleinschalig en informeel dat ze nergens staan geregistreerd.’
Met deze begripsomschrijving wordt duidelijk dat de onderzoekers een onderscheid maken tussen informeel prosociaal gedrag (zoals mantelzorg) en formeel prosociaal gedrag (je inzetten voor het goede doel). Daarmee blijven alle minder of meer georganiseerde vormen van burgerinitiatief die vallen onder de noemer ‘filantropie’ buiten beschouwing, al erkennen de onderzoekers wel dat beide vormen elkaar beïnvloeden. Na invoering van de nieuwe Wmo is 2015 is meer dan de helft van de mantelzorgers meer zorg gaan geven, zo blijkt uit onderzoek van Mezzo. Tegelijkertijd blijkt uit Geven in Nederland 2017 dat de hoeveelheid tijd die Nederlanders gemiddeld besteden aan vrijwilligerswerk is gedaald, vanwege het toenemende beroep dat de overheid doet op burgers om mantelzorg te verlenen.
 
Meerderheid heeft nog nooit aan burgerinitiatief meegedaan
Uit onderzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken blijkt dat in 94 procent van alle gemeenten burgers initiatieven ondernemen die gericht zijn op het versterken van de sociale samenhang en actieve deelname aan de samenleving. In ruim acht procent van de gemeenten vragen burgers aan gemeenten om ondersteuning bij hun initiatieven, bijvoorbeeld in de vorm van geld of het beschikbaar stellen van faciliteiten. 81 procent van de Nederlanders heeft echter nog nooit meegedaan aan burgerinitiatieven, zoals Movisie ze definieert. Bovendien lijken de burgers die initiatieven nemen voornamelijk hoogopgeleide autochtone burgers te zijn. Movisie: ‘Daardoor kan er een tweedeling ontstaan van enerzijds een elite van hoger opgeleide, autochtone burgers die de weg kent en het goed weet te regelen voor zichzelf. En anderzijds een klasse van lager opgeleiden, migranten, mensen met een licht verstandelijke beperking en sommige ouderen, die het niet voor elkaar weet te krijgen.’
 
Kwetsbare burgers
De participatiesamenleving werkt niet altijd goed voor kwetsbare burgers, zo constateren de onderzoekers. Zo zijn vluchtelingen in het kader van zelfredzaamheid zelf verantwoordelijk geworden voor het regelen en betalen van hun inburgeringscursus, maar werd de gemeentelijke klantmanager die voorheen hulp bood in 2013 afgeschaft. Het gevolg is dat in 2017 slechts een derde van hen binnen drie jaar slaagt voor het inburgeringsexamen. Dat is de helft minder dan voorheen. De Rekenkamer beveelt daarom aan dat gemeenten weer een sturende rol gaan spelen (NRC Opinie en debat, 2017).
 
Eenzaamheid
Uit De Amsterdamse gezondheidsmonitor 2016 blijkt dat een op de acht volwassen Amsterdammers ernstig eenzaam is, een stijging van negen procent (2008) tot dertien procent in 2016. Dit cijfer had met de introductie van de participatiesamenleving eigenlijk moeten stijgen, omdat burgers meer naar elkaar zouden moeten omzien.
gerelateerde items