Toon alles (1)

Business partners
Groos: ‘Er is minder infrastructuur in Afrika, dus traditioneel marktonderzoek is best lastig. Voor een deel creëer je daarom je eigen markt met je product en ga je af op je eigen instinct. Tegelijkertijd moet je wel heel rationeel analyseren wat de kansen en bedreigingen zijn, als je je bedrijf opzet. Net zoals je dat in Nederland zou doen. Onze belangrijkste productiepartner is Hardeman, een grote staalbouwer uit Veenendaal. We werken verder samen met Afrikaanse ontwikkelaars, lokale investeerders en leveranciers van bouwmaterialen, maar ook met allerlei ngo’s, zoals  het uTshani fundCordaid, architectuuropleidingen, eigenlijk alle organisaties die in een bepaalde situatie belangen hebben of stellen in het opzetten van een wijk. uTshani is een ngo die met de bevolking projecten voor huisvesting faciliteert. De arme bevolking is er aan gewend dat iedereen heel veel praat, maar dat er zelden wat gebeurt. Daarom is zo’n organisatie, die uit hun eigen gelederen is voortgekomen, enorm belangrijk.’

Grass root initiatieven
Groos: ‘Er zijn nu in Afrika een heleboel grass root initiatieven die samenwerking met elkaar zoeken.  Er is een nieuwe sociale economie aan het ontstaan, een nieuwe dynamiek. Daar zijn we onderdeel van.  Interessant is dat deze samenwerking over de traditionele grenzen tussen disciplines heen gaat. Academici en studenten, sociale ondernemers, financiële instellingen, ondernemende ambtenaren en dito ngo’s, Afrikanen voor het merendeel. We proberen ver weg te blijven van het traditionele beeld van de westerse hulporganisatie. Wij zijn proudly for profit en dragen dat uit.’

Eyeopener
‘De doelgroep denkt nogal  traditioneel. Die kijkt vooral naar mensen die het beter hebben, de middenklasse in de buitenwijken. Dat is best lastig. Een metselwerkgevel wordt bijvoorbeeld erg gewaardeerd, vanwege het traditionele beeld, maar ook omdat die bullet-proof is. Baksteen of betonsteen zijn echter relatief dure materialen, en lastig om weer af te breken, dus kozen we ervoor om de draagstructuur van staal te maken en de gevels van gemakkelijk te verwijderen elementen, zoals  schuimbeton. In ons ontwerp houden we ook rekening met culturele aspecten. Er zit bijvoorbeeld standaard een veranda aan het huis, dat is de traditionele ontmoetingsruimte tussen huis en straat in de meeste Afrikaanse landen. Verder kan het huis gemakkelijk worden aangepast aan de gebruikerswensen, het kleurgebruik en materiaaltoepassingen. Het dragende skelet staat er in één dag; daarna kan het huis decennia lang worden uitgebouwd en aangepast. We verwachten dat we daarmee een brug slaan tussen traditie en innovatie.’

Toekomst
Groos: ‘In Nigeria en Zuid Afrika hebben we nu twee bedrijven, met lokale directeuren en medewerkers die beschikbaar zijn als de projecten, waar ik het eerder over had, groen licht krijgen. Als het dit jaar allemaal gaat lopen, zijn we na een flinke aanloop goed op weg. Over vijf jaar willen we dat de bedrijven, die we nu hebben neergezet in Zuid Afrika en Nigeria, gezond en productief zijn. Het succes van Butterfly Housing staat of valt immers bij grote aantallen. We streven er op die termijn ook naar dat het  stalen frame lokaal, in licentie, geproduceerd wordt. Het probleem van slechte huisvesting is heel veelzijdig. Het is een complexe uitdaging met beleidsmatige, theoretische en hele praktische kanten. Het geeft heel veel voldoening om dat te tackelen.  Er zijn uiteraard makkelijkere en vooral snellere manieren om geld te verdienen, maar die zijn lang niet zo uitdagend en bevredigend als wat we nu doen.’
Wie: Frederik Groos en Robert van Kats
Investeringen: eigen tijd en geld, enkele kleine investeerders en subsidies
Omzet (per jaar): verwachting voor 2013: €250.000
Opgericht: 2012, aanloop 2009-2011
Sector: woningbouw
Locaties: Nigeria, Zuid-Afrika
Bron voor dit verhaal: Ondernemen Zonder Grenzen
2/2
gerelateerde items