Toon alles (4)

Kabinet-‘suggesties’ giftenaftrek: hogere drempel, versoepeling anti-oppoteis

30 april 2018, 11:30
Staatssecretaris Menno Snel kwam gisteren met een kamerbrief waarin het kabinet zijn 'suggesties' over de giftenaftrek ontvouwt: munitie voor het kamerbreed overleg medio juni, en voor overleg met de sector (SBF).
Staatssecretaris Menno Snel kwam gisteren met een kamerbrief waarin het kabinet zijn 'suggesties' over de giftenaftrek ontvouwt: munitie voor het kamerbreed overleg medio juni, en voor overleg met de sector (SBF).
Het kabinet wil de regels voor de fiscale aftrek van giften aanpassen voor een effectievere inzet en verbetering van de uitvoering en handhaving. De huidige regeling zou te complex zijn en uitnodigen tot misbruik. Daarom komt staatssecretaris Snel in aanloop naar een breed kameroverleg in juni nu met ‘suggesties’ in een brief van 26 april aan beide Kamers, o.a. een hogere drempel en een versoepeling van de ‘anti-oppoteis’. Het kabinet ontkent dat zij uit is op een versobering van de huidige regelingen voor giftenaftrek en wil kijken naar de gevolgen van aanpassingen voor de geefbereidheid en de administratieve lasten voor de goede doeleninstellingen.

Breed maatschappelijk draagvlak

In de Kamerbrief van donderdag herhaalt het kabinet nog eens de in het Regeerakkoord afgesproken handhaving van de Geefwet en de daaraan gekoppelde regelingen voor ANBI’s en SBBI’s uit oogpunt van breed maatschappelijk draagvlak hiervoor en de bijdrage die de wet levert aan financiële ondersteuning van goede doelen en cultuurinstellingen.
Diverse evaluaties van de giftenaftrek vormen echter aanleiding om de huidige regelingen nog eens goed tegen het daglicht te houden. De evaluaties zijn met name op het punt van de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid volgens het kabinet kritisch. De huidige regelingen zouden kwetsbaar zijn voor ‘oneigelijk gebruik’.

Suggesties, geen beleidsvoornemens

Staatssecretaris Snel presenteert de visie van het kabinet nadrukkelijk als ‘suggesties’ en niet als beleidsvoornemens. De reden: ‘Omdat ik een breed draagvlak voor verbeteringen van de regelingen van groot belang acht, kom ik niet met beleidsvoornemens in deze kabinetsreactie maar met suggesties die ik graag eerst met uw Kamer en met de goededoelensector bespreek. Daarbij ben ik uiteraard ook benieuwd naar de suggesties van de kant van de Kamer en de goededoelensector om de werking van de regelingen te verbeteren.’

Kijken naar het buitenland

Het kabinet wil met haar suggesties de huidige regeling ‘minder complex’ maken en waar mogelijk de uitvoering verbeteren. Het heeft daarbij ook gekeken naar ‘good and bad practises’ uit het buitenland, waaronder Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk, België en Oostenrijk. 

Standaard-sjabloon voor publicatie op internet

ANBI’s zijn verplicht hun gegevens op het internet te publiceren, maar aan de vorm daarvoor zijn geen specifieke eisen gesteld. Dit maakt de controle volgens het kabinet arbeidsintensief. ‘Invoering van een (vrijwillig of verplicht) standaardsjabloon dat permanent en rechtstreeks toegankelijk is op de website van de ANBI, kan daarin een verbetering brengen en de transparantie en daarmee het vertrouwen in de filantropiesector bevorderen.’ Volgens het kabinet heeft ook de filantropiesector aangegeven voordelen te zien in een standaardsjabloon en daarover te willen meedenken. ‘De standaardformats kunnen eventueel beschikbaar worden gesteld via de website van de Belastingdienst of het zou verplicht kunnen worden gesteld om de gegevens in een standaardformat in te vullen’, aldus de Kamerbrief.

Uitbreiding van de publicatieplicht van ANBI’s 

Volgens het kabinet is het te overwegen om de publicatieplicht uit te breiden zodat basale informatie over de feitelijke activiteiten en bestedingen eenvoudig en eenduidig toegankelijk wordt. ‘Belastingbetalers, donateurs en begunstigden, maar ook de Belastingdienst hebben hier nu niet direct zicht op. Te denken valt aan: 
· de aard van de activiteiten, 
· de omvang van de ANBI in termen van vermogen, bestedingen, donaties, aantal werknemers, aantal vrijwilligers, 
· of die ANBI al door anderen wordt gecontroleerd (toezichthouder semipublieke sector, accountant) en zo ja, hoe. 
Een beperkte uitbreiding van de publicatieplicht op deze punten kan volgens het kabinet de transparantie bevorderen en ‘vergemakkelijkt in dat geval het werk van het ANBI-team: controle kan meer gericht en daarmee efficiënter worden ingezet.’

Anti-oppoteis versoepeld

Een ANBI moet ten minste 90% van zijn bestedingen ‘algemeen nuttig’ doen. Daarom mag een ANBI niet meer vermogen aanhouden dan redelijkerwijs nodig is voor de continuïteit van de activiteiten ten behoeve van zijn doelstelling. In de praktijk zijn er regelmatig vragen over de juiste interpretatie van deze ‘anti-oppoteis’. Bovendien blijkt deze eis lastig te toetsen. Het kabinet stelt: ‘De vraag is in hoeverre dat vermogen nog redelijkerwijs nodig is voor de doelstelling van de instelling. De huidige wettelijke voorwaarden die gelden rondom deze eis zouden kunnen worden versoepeld.’ 

Toezicht op ex-ANBI’s versoepelen 

De Belastingdienst moet ex-ANBI’s jarenlang blijven volgen om te controleren of zij het vermogen in overeenstemming met het oorspronkelijke beoogde algemeen nut besteden. Dat vergt steeds meer toezichtcapaciteit: het aantal ex-ANBI’s bedraagt intussen al ruim 5600. Een suggestie die volgens het kabinet nader onderzocht kan worden is om een afrekenmoment na een redelijke periode voor ex-ANBI’s in te bouwen: ‘Dit leidt tot een beter uitvoerbare situatie.’ 
Een andere optie is, al dan niet in combinatie met het voorgaande, een verhoging van de vermogensgrens van (nu) €25.000 die bepaalt of ex-ANBI’s informatie aan de fiscus moeten verstrekken.

Toezicht op buitenlandse ANBI’s 

Per 1 januari 2018 zijn er 236 ANBI-instellingen die gevestigd zijn in het buitenland. De ANBI- status wordt in die gevallen veelal aangevraagd voor de vrijstelling van de erfbelasting na het overlijden van een in Nederland wonende persoon. ‘Als dat een eenmalige kwestie voor de buitenlandse instelling is, is de ANBI-status hier feitelijk overbodig en complicerend in het toezicht’, zo stelt het kabinet in haar kamerbrief. 
gerelateerde items