Waarom geven mensen?
Antwoorden vinden op de vraag naar het effect van filantropie met kwantitatieve, econometrische methoden wekt nog niet zoveel verbazing op. Maar de vraag 'waarom geven mensen?' is een eeuwenoude, verstrekkende vraag. Een vraag die eerder bij de filosofie lijkt thuis te horen dan bij de econometrie. Toch heeft Hubers het aangedurfd.
 
In een van de vier empirische onderzoeken van zijn proefschrift bestudeert hij de relatie tussen emoties en het geven van donaties. In een deelonderzoek onderzocht hij samen met collega's of blijheid tot grotere donaties leidt. Tijdens de Nederlandse voetbalkampioenschappen werd aan voetbalsupporters gevraagd een bedrag te doneren. Dat jaar won Ajax. Hubers: 'We gaan ervanuit dat de Ajax-supporters op dat moment blijer waren dan de supporters van de tegenpartij. Ajax-fans bleken inderdaad meer te geven aan een goed doel dan de verliezende fans. Het gaat er om dat emotie wordt beïnvloed. Mensen hebben een positieve emotie en daarom zijn mensen guller.'
 
Hubers vindt overigens dat het onderscheidt tussen kwalitatief en kwantitatief niet zo zwart-wit is. 'Je moet kwantitatief en kwalitatief onderzoek niet te hard tegen over elkaar zetten', zegt hij. 'Vaak kom ik door kwalitatief onderzoek van mijzelf of anderen tot een hypothese. Vervolgens gebruik ik kwantitatief onderzoek om het empirisch te onderbouwen.'
 
Onzuiver altruïsme
'Waarom mensen vrijwillig private giften doen is een hele grote vraag die uit een heleboel kleine stukjes bestaat.’ Hubers hangt de theorie van econoom James Andreoni aan, die drie redenen noemt:
 
1. Mensen kunnen geven omdat ze interesse hebben in een publiek goed. Bijvoorbeeld, je bent bereid vrijwillig diensten te leveren bij je voetbalclub omdat je daar dan zelf ook goedkoper kunt sporten. Het is een bijdrage waar je zelf ook van profiteert.
 
2. Zuiver altruïsme. Economen hebben het altijd over nut. Je hebt mensen die blijkbaar nut ontlenen aan het weggeven van geld. Bijvoorbeeld, als mensen een arm persoon zien, voelen zij zich blijkbaar beter als zij geld aan hen geven.
 
3. Onzuiver altruïsme. Deze derde reden is het interessants en het leukst om te onderzoeken. Hier geldt dat er nut wordt ontleend aan het geven zelf. Je voelt je beter over jezelf doordat je geld weggeeft. Bijvoorbeeld omdat het status oplevert als je laat zien dat je gul bent. Of meer basaal: je voelt je een beter mens. Wervers voor goede doelen die je op straat aanklampen, proberen je soms een schuldgevoel aan te praten zodat je uiteindelijk toch maar een handtekening zet. Andreoni noemt dat onzuiver altruïsme. Het lijkt op altruïsme, maar is het niet. Je geeft omdat je geen schuldgevoel wilt. Volgens die theorie is het dus gunstig voor goede doelenorganisaties om je een schuldgevoel aan te praten.'
 
Nuttig geven
De twee hoofdvragen van Hubers' proefschrift - 'Waarom geven mensen?' en 'Wat is de impact van die private giften?' - komen voor hem samen in een derde vraag: hoe beweeg je mensen te geven aan die projecten die het meest effectief zijn? Hubers: 'We geven vooral aan doelen die niet het meest nuttig zijn. We geven geld aan een weeshuis of zamelen knuffels in voor Roemenië. Terwijl er andere interventies zijn die meer nut hebben. Neem bijvoorbeeld een land als Haïti. Wat daar goed zou werken is het opzetten van overheidsstructuren. Als je iets wilt opbouwen, heb je een minimale overheid nodig. Een goede interventie zou bijvoorbeeld zijn om belastingcontroleurs op te leiden.
Maar stel dat je Oxfam Novib bent en je wilt belastingcontroleurs opleiden. Probeer daar maar eens geld mee te werven. Het maakt niet uit hoeveel impact het heeft of hoe kosteneffectief het is, uiteindelijk gaan donateurs toch voor dat weeshuis. Dat is een paradox.'
 
Van emotioneel naar effectief
'We zien dat emotie meespeelt in geefgedrag. Is het mogelijk om van het emotionele geven meer effectief geven te maken? Als mensen weet hebben van de impact, zouden ze dan nog steeds een emotioneel project zonder impact verkiezen boven een emotieloos project? Of kan kennis van impact leiden tot ander gedrag? Dit is een derde vraag die tussen de twee vragen van mijn proefschrift in zit. Om daarmee aan de slag te gaan, moet je beide vragen beantwoorden.’
 
2/2
gerelateerde items