Hoe benader je major donors (en hoe niet)?

26 april 2019, 06:00
Knuffel je major donor! Of juist niet?
Knuffel je major donor! Of juist niet?
Major donors, grote gevers dus, benaderen is best spannend. Hoe je dat moet doen, vragen we twee mensen die vaker met het bijltje hebben gehakt. Of eigenlijk: ze vragen het elkaar. Major donor Elise Wessels, en adviseur Pieter Stemerding gaan erover in gesprek.
 
Elise Wessels richtte diverse fondsen op naam op bij binnen- en buitenlandse kunstorganisaties, waar onder het Rijksmuseum Amsterdam, Concertgebouworkest en Metropolitan Opera New York. Pieter Stemerding was onder meer directeur van de Adessium Foundation en is nu filantropie-adviseur voor vermogende families en bedrijven
 
Pieter: Elise, hoe ben je in contact gekomen met de kunstorganisaties waarvan je vaste gever bent?
Elise: ‘Het grootste deel van mijn giften gaat naar mijn eigen Stichting Für Elise, waaruit mijn privémuseum voor Japanse prenten wordt gefinancierd. Daardoor kan het gratis opengesteld worden, op afspraak, en zo kan ik de collectie nog steeds uitbreiden. Ook wordt de parttime-conservator uit dat fonds betaald. Daarnaast heb ik meer dan tien fondsen op naam gesticht bij culturele instellingen in Nederland en in het buitenland. Vooral op het gebied van klassieke muziek en opera, maar ook bij enkele musea. Die organisaties heb ik zelf benaderd, ik was er al een regelmatige bezoeker voordat ik donor werd, zoals de Metropolitan Opera in New York, het Holland Festival, Nationale Opera & Ballet en het Rijksmuseum.’
 
Pieter: Het zijn organisaties met wie je al een band had?
Elise: ‘Ja, ik moet er echt een klik mee hebben. Bij voorkeur zijn het instellingen bij mij in de buurt in Amsterdam en in New York. Persoonlijke betrokkenheid en contact met de mensen die er werken, vind ik een van de cruciale dingen van geven. Als muziek- en kunstliefhebber reis ik ook naar operafestivals als Bayreuth en Glyndebourne, die steun ik ook. Mijn geefportefeuille is nu rond, nieuwe organisaties kunnen er voorlopig niet bij. Als ik tegenwoordig word benaderd, vraag ik daarom meteen: ‘gaat het om fondsenwerving?’ Meestal is dat het geval.’
 
Pieter: Wat vind je van de manieren waarop je wordt benaderd door fondsenwervers?
Elise: ‘Inmiddels is de werving ook in Nederland enorm geprofessionaliseerd in de cultuur. Tien jaar geleden stond fundraising nog in de kinderschoenen hier, dat was
Elise Wessels
voor mij wel wennen. Ik was de uiterst professionele manier gewend waarop je in Amerika als gever wordt betrokken. Vooral het relatiebeheer, nadat je een schenking had gedaan, liet te wensen over. 
Toen ik in 2007 in Amsterdam kwam wonen, ben ik begonnen met een periodieke gift aan het Concertgebouw. Kort daarna meldde ik me bij de Nederlandse Opera - nu Nationale Opera & Ballet - toen ze nog nauwelijks aan fondsenwerving deden. Ze hadden zelfs nog geen fundraiser in dienst destijds. Het contact verliep moeizaam, er was geen structuur om je door de organisatie te leiden. Als ik bijvoorbeeld last minute een kaartje wilde kopen, werd ik botweg naar de kassa verwezen: ‘Als u een half uur tevoren in de rij gaat staan, lukt het misschien’. Ik wilde uiteraard gewoon betalen voor het ticket, maar verwachtte wel een beetje hulp. Nu is er veel ten goede veranderd.’
 
Elise: Pieter, wat adviseer jij aan vermogenden die willen geven qua selectie van goede doelen?
Pieter: ‘Wat mij aanspreekt aan het werken met een ondernemer die filantroop wordt, is de zakelijke en professionele aanpak van de filantropie, met middelen die op lange termijn iets teweegbrengen. Bij oprichters van vermogensfondsen pleit ik altijd voor zo’n langetermijnstrategie. Strategische filantropie, waarbij wordt ingezet op een zo groot mogelijke en blijvende impact. Kijk daarbij naar grote maatschappelijke problemen die structurele oplossingen vragen. Bijvoorbeeld armoede in Nederland, een vraagstuk waar Adessium een bijdrage aan heeft geleverd, onder meer met steun aan het professionaliseren van de voedselbanken. Mijn advies aan vermogenden en bedrijfsfondsen is weg te blijven van de ‘baby’s, turtles & dolfins’. Hoewel dit op zich belangrijke onderwerpen zijn, krijgen ze door de hoge aaibaarheid vaak toch wel steun. Zoek eerder onderwerpen die wat minder voor de hand liggen, lastig te vermarkten of qua problematiek complex zijn, maar maatschappelijk wel heel relevant, zoals de onderzoeksjournalistiek. Impact hebben op structurele problematiek kan natuurlijk alleen als er, liefst voor langere tijd, aanzienlijke vrij besteedbare middelen zijn.’
gerelateerde items