Esther Jacobs rekent hard en emotioneel af met goededoelenbranche

1 oktober 2009, 08:59


AMSTELVEEN (1 oktober) - Op 8 oktober wordt tijdens een besloten bijeenkomst in Amsterdam het boek “Wat is jouw excuus?” van Esther Jacobs gelanceerd. In Jacobs’ demasqué worden man en paard genoemd. En niet gespaard. FM kreeg van uitgever A.W. Bruna het exclusieve recht tot voorpublicatie.

 


Jacobs eiste het afgelopen decennium een zeer eigenzinnige rol op in de goede doelenwereld. Eerst als initiator van publieksactie Coins for Care en later als motor achter de inmiddels ter ziele gegane Donateursvereniging. Haar boek is een zeer persoonlijk en ook minutieus verslag (352 pagina’s!) van haar zoektocht naar voortdurende zelfontplooiing. Een zoektocht waarin de lezer de facto een weinig vleiend beeld van de goede doelenbranche krijgt voorgeschoteld.

 


Expeditie Robinson Crusoë

“Wat is jouw excuus?” is gecomponeerd als een raamvertelling waarin Jacobs’ deelname aan het tv-reality-survival-programma “Expeditie Robinson Crusoë” begin- en eindpunt vormen van een confronterende zoektocht naar haar diepere, persoonlijke drijfveren. Voor de liefhebbers van dit soort zelfhulpegodocumenten is er veel holistische introspectie, maar voor wie de goede doelenwereld een beetje kent zijn vooral Jacobs’ uitvoerig beschreven belevenissen in de wondere wereld van goed doen interessant en pikant. Veruit het grootste deel van dit rijk geïllustreerde boek gaat over de goede doelenbranche, waarin Jacobs in een merkwaardige mengeling van naïef optimisme en bewonderenswaardige vasthoudendheid bijna een decennium heeft rondgestapt.


Zelfverrijking en eigenbelang

Haar verslag is, zoals gezegd, een zeer persoonlijke kijk op de gang van zaken. Er zijn geen pogingen gedaan de observaties te onderbouwen met documenten of andere bronnen, maar dat was ook ongetwijfeld niet de bedoeling van deze publicatie. “Wat is jouw excuus?” heeft Jacobs vooral geschreven voor iedereen die geen genoegen wenst te nemen met de wetten die staan tussen droom en werkelijkheid. Feit is echter wel dat die werkelijkheid – in dit geval van de goede doelen – tot in details wordt beschreven. Het beeld doemt op van een vrouwelijke Don Quichot die het in haar eentje opneemt tegen de masculiene gevestigde goede doelenmolens, waarin politieke spelletjes, zelfverrijking en eigenbelang een zwaar accent krijgen. Misschien wel zo’n zwaar accent, dat Jacobs in de ogen van veel lezers uit de goede doelenwereld haar doel voorbijschiet. Haar reconstructie is een keiharde (tegen)aanval geworden op personen en daarmee laadt zij de verdenking van stevig rancune op zich. Maar dat zal de onmiskenbaar eigengereide Jacobs ongetwijfeld, ook met terugwerkende kracht, een worst zijn: “Geen geld, geen baan, geen tijd? Geen probleem!”


Collecteplan en Eurocollecte

Een rode draad door het boek vormt het gevecht dat Jacobs schetst van de samenwerking tussen haar eigen Coins for Care – opgezet rond de transitie van gulden naar euro om zoveel mogelijk muntjes naar goede doelen te sluizen – en Stichting Collecteplan, en later Eurocollecte. Jacobs begint zonder enige kennis van de branche vol goede moed aan een samenwerking met de “professionals” van Stichting Collecteplan. Maar de start is al niet veelbelovend volgens Jacobs:


“Op de dag dat de Coins for Care-website proef zou draaien, maakte mijn hart een sprongetje toen ik ’s ochtends de Telegraaf zag. “Megacollecte oud muntgeld” stond er in grote letters op de voorpagina... Helaas bleek het artikel over de actie van Collecteplan te gaan... Ik baalde dat Collecteplan zonder mij daarover te informeren kennelijk hun actie hadden doorgezet.”


Ook de tweede ontmoeting met Stichting Collecteplan tegenover acht voornamelijk zwijgende bestuurders verloopt volgens Jacobs weinig hoopgevend:


“Het was een raar gesprek... Ik zat daar in mijn eentje in die kille sfeer en probeerde zo enthousiast en open mogelijk te zijn. Ik wilde graag samenwerken en dacht nog steeds dat mijn onbekendheid in de goededoelenwereld een tijdelijke barrière was, die kon worden overwonnen door veel informatie te geven... Waarom zouden we niet laten zien dat alle goede doelen kunnen samenwerken? Zo hoeven we geen energie te verspillen aan concurrentie, maar kunnen we alle energie richten op het inzamelen van muntjes.”


Uitvoerig beschrijft Jacobs hoe zij met hulp van vrienden en sponsorende bedrijven Coins for Care in de steigers zet. Barters en belangeloze medewerking spelen hierin een hoofdrol, zoals met het Engelse muntjesbedrijf Coin Co, met wie zij een deal sluit. Tot haar verbijstering blijken twee leden van Stichting Collecteplan achter haar rug ook contact te zoeken met dit bedrijf:


“Op een dag werd ik gebeld door Coin CO... ‘Ken jij ene Jaap Zeekant en Raymond van Haeften?’ vroeg John de eigenaar. Verbaasd vertelde ik dat dit twee mannen van Collecteplan waren waar ik mee had gesproken. John: ‘Ze zeggen het niet met zoveel woorden, maar uit hun verhaal maak ik op dat ze me willen overhalen om niet met Coins for Care, maar met Collecteplan in zee te gaan.’ Jacobs: ‘Mijn verbazing sloeg langzaam om in boosheid... Zou ik bedrogen worden?”


CBF en VFI

Ook haar gesprek met het CBF beschrijft Jacobs als een ontluisterende ervaring:

“Ik was verbijsterd dat er in Nederland buiten het vrijwillige CBF-keurmerk geen enkele andere controle voor goede doelen bleek te zijn. Goede doelen hoeven zelfs niet hun jaarverslag in te leveren bij de Kamer van Koophandel, zoals alle bedrijven dat wel verplicht zijn. Bij gebrek aan beter besloten we uiteindelijk om een CBF-keurmerk of de lichtere ‘Verklaring van Geen Bezwaar’ verplicht te stellen voor goede doelen die aan Coins for Care wilden meedoen. Dat bood geen garantie, maar betekende in ieder geval dat er naar het goede doel gekeken was.”


Na een gesprek met VFI-directeur Gosse Bosma, die volgens Jacobs aangeeft meer heil in samenwerking met Stichting Collecteplan te zien, constateert Jacobs:

“Jaren later kreeg ik inzicht in het politieke spel in de goededoelenbranche. Pas toen begreep ik waarom deze belangenorganisatie de relatie met Collecteplan zwaarder liet wegen dan de belangen van de meerderheid van de aangesloten doelen.”


Samenwerking torpederen

Esther Jacobs, bijgestaan door vriendin Anita van Leeuwen, krijgt steeds meer te maken met Jaap Zeekant en Raymond van Haeften, die als zelfstandige consultants door Collecteplan naar voren zijn geschoven om de Eurocollecte op te tuigen. Uitvoerig beschrijft Jacobs hoe over een lange periode de relatie met deze twee omslaat. Jacobs schetst daarbij het beeld van twee koele, berekenende mannen, die er vanaf het eerste moment op uit zijn om de samenwerking te torpederen. Vooral ook als Jacobs het besluit heeft genomen zelf helemaal niets te willen verdienen aan de actie. Volgens haar komen Zeekant en Van Haeften voortdurend terug op eerder gemaakte afspraken, of wordt zij geconfronteerd met nieuwe gesprekspartners:



“Tijdens het eerstvolgende gesprek met Eurocollecte werden Anita en ik verwelkomd door een voor ons totaal nieuwe persoon. Klaas van de Poll was een wat oudere man; een bleke verschijning met harde ogen. Hij stelde zich voor als directeur van de Kankerbestrijding en bestuurslid van Collecteplan en Eurocollecte. Tot onze verbazing begon hij het gesprek weer met de oude vraag: ‘Waarom zouden we samenwerken’...? We konden onze oren niet geloven...’ Jaap en Raymond handelden in de voorgaande gesprekken op persoonlijke titel. Zij zijn geen vertegenwoordigers van Eurocollecte, ik ben dat wel’, zei Klaas zonder met zijn ogen te knipperen.”


Een later gesprek met Collecteplan-bestuurslid Arno Wamsteker haalt Jacobs aan als typerend voor de wijze waarop zij werd gezien:



“Nooit zal ik het antwoord van Arno vergeten, geruststellend bedoeld, maar zo typerend voor er bij Eurocollecte over me werd gedacht, ongeacht wat ik zakelijk had bereikt. ‘Natuurlijk neem ik je serieus. Ik heb ook een dochter van jouw leeftijd.’”


Sleutelpassage

Een sleutelpassage in Jacobs’ reconstructie vormt de uitvoerige beschrijving van een tumultueus congres voor fondsenwervers waarop zowel Zeekant en Van Haeften (Eurocollecte) als ook Jacobs (Coins for Care) hun plannen uit de doeken doen.



“Na twee presentaties was het niet te vermijden dat het publiek vragen wilde stellen. Jaap en Raymond probeerden dit krampachtig af te houden... De zenuwen gierden door mijn keel... De microfoon ging richting Raymond. ‘We zijn ermee bezig en doen hier liever geen mededelingen over’, zei hij met een geforceerde glimlach op zijn gezicht... Met trillende handen en een droge keel liep ik naar de microfoon en zei zo rustig mogelijk: ‘...we zijn nu al een jaar in gesprek... maar we hebben nooit antwoord gehad van Eurocollecte. Dus ik ben eigenlijk ook wel benieuwd waarom we niet samenwerken.’ De hele zaal keek verwachtingsvol naar beide heren... Raymond zag er boos uit... Jaap moest het maar opknappen.”


Als Zeekant volgens Jacobs vilein opmerkt dat Coins for Care (nog) geen CBF-keurmerk heeft, schrijft ze:

“Nu wist ik zeker dat ze helemaal niet van plan waren geweest op onze talloze voorstellen te reageren.”


Apotheose

Jacobs uitvoerige beschrijvingen van de verstoorde verhouding met Zeekant en Van Haeften mondt uit in een scène met twee nieuwe bestuursleden van Eurocollecte in het zogenoemde ‘Breukelen-overleg’: voorzitter Paul Nouwen (ANWB) en penningmeester Erik van de Merwe (Mees Pierson). Als Jacobs volgens eigen zeggen haar kant van het verhaal uit de doeken heeft gedaan, citeert zij Nouwen:


“’Als dit zo is wat je ons nu vertelt, dan ben ik bang dat wij verkeerd geïnformeerd zijn.’... Nu draaide iedereen zich richting Jaap en Raymond. Paul en Erik vroegen hen: ‘Waarom hebben jullie gezegd dat Coins for Care geen belangstelling had voor een ontmoeting als wij daarom vroegen? En hoe zit het met al die andere zaken over de logistiek, vrijwilligers en verdere samenwerking die Coins for Care noemt, waarom hebben we daar nooit iets over gehoord?’ Jaap en Raymond zaten een beetje op hun stoel te draaien en hadden geen verweer... Erik en Paul zeiden dreigend tegen hen: ‘Met jullie praten we later nog wel!’”


Uiteindelijk besluit Jacobs de samenwerking met Eurocollecte op te zeggen:

“We stelden een brief op aan het bestuur van Eurocollecte waarin we aangaven dat het ons enorm speet, maar dat er met het directieteam niet viel te werken. We gaven ook aan dat we sterk twijfelden of deze mannen wel het beste voor de actie voor ogen had. We stelden voor de samenwerking voor de buitenwereld te laten bestaan, in het belang van de goede doelen, maar dat we nooit meer iets met Jaap en Raymond te maken wilden hebben. Naar aanleiding van onze brief werd in het diepste geheim een onderzoek ingesteld naar de financiën van Eurocollecte. Tijdens het accountantsonderzoek werden ‘grove financiële onregelmatigheden’ gevonden.”


Eigen beerput

Niet alleen Zeekant en Van Haeften zaten Jacobs dwars, maar ook Hans Breukhoven van Free Record Shop probeert haar volgens eigen zeggen een kunstje te flikken door een eigen inzamelingsactie te beginnen. Die aanval van buitenaf wordt volgens Jacobs afgeslagen, maar tegen een interne strop heeft ze nauwelijks verweer. Het blijkt dat vrijwilliger “Michel” (een gefingeerde naam) zijn eigen huis als depot voor de ingezamelde Coins for Care-muntjes heeft ingericht. Als het bedrog uitkomt, haalt Jacobs een auto vol met geldzakken weg uit Michels huis. De volgende dag blijkt de beerput nog dieper en komt Michel een nog grotere lading geldzakken bij Jacobs afleveren. In een “vuile was-dilemma” besluiten Jacobs en haar vrijwilligers geen aangifte te doen:


“Om hem te sparen besloten we het achter de schermen op te lossen. Maar omdat ik openheid en transparantie wel heel belangrijk vind, wil ik toch laten weten wat er is gebeurd. Ik hoop dat dit een voorbeeld kan zijn van organisaties die hetzelfde meemaken.”


Donateursvereniging

Minder uitgebreid dan over de Coins for Care-periode, is Jacobs over haar periode rondom de Donateursvereniging en de uiteindelijke roerige afwikkeling daarvan. Haar ‘heilige graal’: de goede doelenwereld transparanter maken. Met de reality check van Coins for Care in de rugzak zou de lezer verwachten dat Jacobs dit project met minder naïviteit zou aanvatten, maar dat blijkt tegen (mee?) te vallen:


“Goede doelen bleken terughoudend om over hun kosten te praten. Elke organisatie stelde een definitie voor die voor hen het gunstigst was. De brancheorganisaties durfden geen berekening voor te stellen, omdat ze hoe dan ook altijd een paar organisaties in hun achterban zouden benadelen. Door gebrek aan cijfers en definities blijft het voor donateurs tot op de dag van vandaag helaas gissen welk deel van hun geld besteed wordt aan de doelstelling en wat aan de kosten opgaat.”


Toch gaan bij Jacobs nu lampjes branden die voorheen klaarblijkelijk gedimd bleven:

“De collecterende goede doelen hebben via Collecteplan overal een vinger in de pap. De macht is verdeeld, vriendjes en oude bekenden zitten overal.”

“De gevestigde orde was bang van mij. Van alle publiciteit die ik steeds wist te genereren, van wat ik wist, wat ik had gezien tijdens Coins for Care, en wat ik met die kennis zou kunnen doen... In het begin wilde ik vooral laten zien dat de branche niet bang voor me hoefde zijn, dat ik constructief een bijdrage wilde leveren. Later werd duidelijk waar het echt om ging.’ ‘We willen wel veranderen, maar in ons eigen tempo en in eigen beheer’, zeiden ze als ik mijn vinger weer eens op de zere plek legde.”


“Ik wil WEG”

Net als de lezer zich afvraagt wanneer Jacobs eindelijk gedesillusioneerd zal afhaken, volgt inderdaad een breekpunt:

“Na hun ontslag bij Eurocollecte waren Jaap en Raymond nog steeds actief in de goede doelenwereld. Op een dag was ik op een goede doelencongres waar Klaas van de Poll dagvoorzitter was, Raymond een workshop over ethiek verzorgde en Jaap als journalist voor zijn eigen fondsenwerversblad rondliep. Ineens werd het me te veel. ‘Ziet niemand dat dit niet kan kloppen?,’ raasde het door mijn hoofd... Ik wil WEG, was het enige wat ik nog kon denken.”

Als blijkt dat ook Jacobs’ gezondheid een knauw heeft gehad met een verhoogd risico op baarmoederhalskanker, is het tijd om het roer helemaal om te gooien. Net als zij haar Donateursvereniging “netjes” wil achterlaten, komt een volgens Jacobs onverwachte blast from the past:

“Het bleek dat Jaap in zijn Vakblad Fondsenwerving een kritiek had geplaatst over de donatie van Coins for Care aan de Donatuersvereniging van al meer dan een halfjaar geleden... Helaas bleek dat De Volkskrant nu op de voorpagina een artikel hierover had gepubliceerd... Zo leek het net of ik geld van goede doelen aan mezelf had besteed!”

“Een aantal bestuursleden moet zich zorgen hebben gemaakt over hun eigen positie in de sector. Zo bleef er druk uitgeoefend worden dat ik moest toegeven dat ik fout zat, om daarmee de kou uit de lucht te halen. Ik overwoog hun raad op te volgen... Maar ik kon het niet. Als ik dat zou doen, zou ik afstand nemen van alles waar ik voor stond.”


Rechtszaak

Jacobs’ dagen in de goede doelenbranche lijken geteld. Helemaal als ze een rechtszaak aan haar broek krijgt:

“Ik had iets doms gedaan. In mijn haast de Donateursvereniging op te heffen, had ik de aardige mevrouw die bij de oprichting... 25.000 euro had geschonken niet persoonlijk op de hoogte gesteld. Ze voelde zich benadeeld en vond gehoor bij een groepje dat de rechtszaak aanspande... We moesten een advocaat in de arm nemen om de rechtszaak voor te bereiden. Mijn rechtvaardigheidsgevoel protesteerde hevig en mijn stressniveau bereikte ongekende hoogten.”

“Achteraf gezien heb ik misschien een fout gemaakt door niet mijn zwakte te durven laten zien. Hoe sterker ik me opstelde, hoe meer tegengas er kwam. Sommige mensen wilden me op mijn knieën dwingen.”



De afloop van de rechtszaak en haar Donateursvereniging omschrijft Jacobs als volgt:

“Om een lang (en emotioneel) verhaal kort te maken; we wonnen de rechtszaak... We moesten nog een laatste ALV organiseren om de Donateursvereniging officieel af te kunnen ronden. Helaas maakten de zes ‘dissidenten’ daar een soort herhaling van de rechtszaak van. Maar uiteindelijk werd met een meerderheid van stemmen besloten dat de Donateursvereniging opgeheven mocht worden. Het voelde echter niet als een overwinning. Ik was op, aan het eind van mijn Latijn.”


Egodocument

Wie zonder kennis van de goede doelenwereld het boek van Jacobs dichtslaat, blijft in lichte verbijstering achter. Het beeld dat zij schetst is op z’n zachtst gezegd weinig vleiend. En of Jacobs het nu zo bedoeld heeft of niet, een afrekening met personen is het in ieder geval zeker geworden. Het boek leest als een soap, zij het met personages van vlees en bloed die keihard worden aangepakt. De lezer zal zich realiseren dat het verhaal van Jacobs en de wijze waarop zij personen sprekend opvoert of parafraseert zonder achterliggende objectieve bronnen wel zeer persoonlijk en derhalve zeer gekleurd is. En hoewel Jacobs wel pogingen doet om haar eigen gedrag te relativeren en fouten te erkennen, is zij in haar zeer persoonlijke reconstructie wel een tamelijk onbevlekte heldin gebleven. Misschien is dit een van haar karaktertrekken die zoveel (ongetwijfeld onbedoelde) weerstand oproept, evenals het onverwoestbare optimisme en de daadkracht die veel mensen klaarblijkelijk heeft geïnspireerd, maar minstens zoveel mensen lijkt te hebben verlamd. Zou het toeval zijn dat Jacobs ook bij het tv-programma “Expeditie Robinson Crusoë” ook vrij snel werd uitgekotst door haar medespelers?

De geschiedenis zal nog oordelen over het belang van Jacobs voor de ontwikkeling van de branche, met name voor het transparantiedossier. De controverse rond haar persoon leek met haar vertrek uit de goede doelenbranche geluwd, maar met de publicatie van dit boek krijgt zij weer nieuw voedsel. In elk geval is “Wat is jouw excuus?” wel heel erg La Jacobs: met een feilloos gevoel voor self promotion wind zaaiend, en bijna onontkoombaar storm oogstend.

 


Esther Jacobs, “Wat is jouw excuus?”, A.W. Bruna Uitgevers, Utrecht, 2009. ISBN 978 90 229 9658 4.Winkelprijs: € 16,95. Publicatiedatum: 8 oktober a.s.

 


 FM heeft Van Haeften en Zeekant om een reactie gevraagd. Die leest u hier.

gerelateerde items