Aan tafel of op het menu
Van Gendt ziet een opdracht voor fondsen in de kritiek van Bregman e.a.: zodra filantropie op grotere schaal bedreven wordt, komt er uiteraard ook het vergrootglas op. En terecht, meent hij. Dan past het niet meer om in een ‘black box’ te opereren. Filantropie moet dus niet in een kramp schieten, maar de handschoen oppakken.
Natuurlijk is het belangrijk duidelijk te maken dat filantropisch geld ‘swimming pool money’ is in vergelijking met de ‘ocean money’ van overheden en bedrijven (een vergelijking van EFC’s Gerry Salole); natuurlijk kan filantropie niet de ruimte vullen die terugtrekkende overheden open laten vallen en zijn de uitdagingen van deze tijd te complex om alleen door overheden of filantropie te worden aangepakt… maar we kunnen en moeten wel onze unieke rol duidelijker maken, aldus van Gendt: ‘Ofwel zitten we aan tafel, ofwel staan we op het menu’. Eten of gegeten worden…
 
Opnieuw vertrouwen opbouwen
Van Gendt in zijn rede: ‘Dit alles betekent dat we niet defensief moeten worden, maar serieus naar onze legitimiteit moeten kijken. Belastinggeld voor het algemeen belang is niet superieur aan particulier geld voor het algemeen belang. De overheid heeft evenmin het monopolie om het algemeen belang te dienen. Het betekent dat we veel explicieter moeten zijn over onze toegevoegde waarde. We moeten vertrouwen opnieuw opbouwen en aantonen dat we, met ons privégeld voor het algemeen belang, met ons potentieel om risico's te nemen en met onze onafhankelijkheid, een duidelijke rol te spelen hebben en dat we daar transparant over zijn.’
 
Luisteren is de sleutel
‘Legitimiteit’ zal naar Van Gendts mening de meest strategische kwestie voor de toekomst van filantropische fondsen zijn: ‘De sleutel hiervoor is dat we echt gaan luisteren naar de community’s die we beweren te dienen. Wat de verantwoordingsplicht betreft, lijkt het duidelijk dat er een is van fondsen tegenover de overheid: de afdwingbare verantwoordingsplicht. We moeten echter veel meer aandacht besteden aan de niet-afdwingbare verantwoordingsplicht; de verantwoording van stichtingen aan de lokale gemeenschappen. Het ‘ownership’ van stichtingen berust niet bij de oprichters of beheerders, maar uiteindelijk bij de gemeenschap. Foundations zijn er om de gemeenschap te dienen. Dit betekent dat we naar die gemeenschap moeten luisteren, open moeten staan ​​voor signalen van de gemeenschap. Betrekken we de gemeenschappen waarmee we samenwerken voldoende bij ons werk, hebben we de vinger aan de pols van de samenleving? Ik dacht het niet. Dit is wat lokale organisaties en gemeenschapsgroepen gek maakt. Ze hebben een hulpvraag en denken in mogelijkheden, terwijl wij procedures en beleidsplannen hebben en in beperkingen denken en waarom een ​​suggestie niet in onze strategie past. We vragen van ze om hun ‘Theory of Change’ te formuleren, terwijl ze wanhopig behoefte hebben aan ondersteuning.’
 
Een stille revolutie
Van Gendt over de opdracht die hij ziet voor fondsen in de komende jaren: ‘We moeten gemeenschappen veel meer betrekken bij ons werk: bij het definiëren van het probleem, bij het definiëren van de oplossing en bij het beoordelen van de impact. Gelukkig zijn er ontwikkelingen in de goede richting. De beweging ook in Europa van gemeenschapsfilantropie is een stille revolutie, waarbij de nadruk niet ligt op het opbouwen van lokale gaven, maar op het benutten van lokale middelen.’

Voor de volledige (Engelstalige) tekst van de keynote kunt u de bijlage bij dit artikel downloaden

Over de auteur:

Edwin Venema is publicist, schrijfcoach en eigenaar van redactiebureau De Kopijmeester. Hij was meer dan tien jaar hoofdredacteur van De Dikke Blauwe, waarvoor hij tegenwoordig als onafhankelijk commentator nog regelmatig bijdragen levert.
2/2
gerelateerde items