De engste trends in filantropie: moeten we nu bang worden?

De engste trends in filantropie: moeten we nu bang worden?
De engste trends in filantropie: moeten we nu bang worden?
12 februari 2015
Opinie | | Governance & Finance

Eind vorig jaar publiceerde David Callahan (foto), redacteur van het Inside Philanthropy blog, zijn vijf engste trends in filantropie. Deze trends zijn allemaal gebaseerd op filantropie in de Verenigde Staten. Alliance zocht uit of ze ook van toepassing zijn op andere landen, Filanthropium zocht uit hoe het in Nederland zit.

Allereerst een opsomming van Callahan's trends:

  1. De groeiende druk om rijkdom om te zetten in macht door middel van filantropie

  2. Filantropische dollars zijn een andere vorm van politiek geld geworden

  3. De daling van de publieke sector ten opzichte van private financiers

  4. De opkomst van de ‘know-it-all financier’

  5. Een stijgende vloed van anoniem geld




  6.  
  7.  
  8.  

1. De groeiende druk om rijkdom om te zetten in macht door middel van filantropie
Lourdes Sanz van Cemefi (Mexicaans Centrum voor Filantropie) is geneigd om hiermee in te stemmen. Deze trend is volgens haar ook van toepassing op Mexico en Latijns-Amerika.
Het meest verontrustend hiervan vindt ze de door grote financiers verworven subsidies en de macht die ze hiermee krijgen.
‘Ik wou dat het niet het geval was’, zegt Maria Chertok van CAF Rusland. ‘In Rusland is private filantropie veel te onbelangrijk om echte invloed op het land uit te oefenen’. Ze voegt eraan toe dat dit gebrek aan invloed soms geen slechte zaak is. Sommige donateurs zijn duidelijk conservatief (bijvoorbeeld anti-abortus) als gevolg van onze traditionele waarden.’

Voor Rui Esgaio van de Calouste Gulbenkian Foundation, zijn er aanzienlijke verschillen in de filantropiesector in Portugal in vergelijking tot de VS. ‘In de eerste plaats leunt de sector sterk op steun van de overheid, in de vorm van contracten die een deel van hun kosten dekken’, aldus Esgaio. Er zijn wel nieuwe veranderingen in aantocht en dan met name de komst van nieuwe zakelijke financiers. Hij ziet dit als een welkome en noodzakelijke verandering.  
Voor Bhekinkosi Moyo van de Southern Africa Trust is het samengaan van rijkdom en macht niets nieuws in Afrika: ‘Er is veel ongelijkheid en politiek en bedrijfsleven gaan meestal ook niet goed samen. Het is voor ons dus geen enge trend, maar onderdeel van het leven dat we gewend zijn.’

FIN-voorzitter Rien van Gendt denkt niet dat dit gebeurt vanuit machtsoverwegingen. ‘Rijkdom die niet wordt omgezet, vertegenwoordigt wellicht juist meer macht, omdat men meer zeggenschap heeft en minder beperkingen dan wanneer men dit geld buiten de eigen directe beschikkingsmacht in een eigen fonds stopt voor filantropie’, legt hij uit. ‘De omzetting van rijkdom in filantropie geeft eerder legitimering en zichtbaarheid en een oprechte mogelijkheid de kwaliteit van de maatschappij te veranderen. In Nederland herken ik deze trend dus niet.’

2. Filantropische dollars zijn een andere vorm van politiek geld geworden
'Filantropische dollars zijn altijd een andere vorm van politiek geld geweest in mijn ogen’, zegt Moyo. ‘Afrika kreeg altijd al veel hulp en steun van internationale filantropische instellingen. De meerderheid van deze ondersteuning is altijd politiek geweest. Afrikaanse filantropen hanteren veel macht en die macht is sterk verbonden met politiek, cultuur en economie. Ik vind dat geen bedreiging voor de democratie.’
Dhaval Udani, tot voor kort van GiveIndia, stemt daarmee in. ‘Deze trend kan ik niet plaatsen in de Indiase context. Dat heeft vooral te maken met het feit dat filantropen in India veel hoger worden geacht dan politici. De meeste filantropen hebben hier hun geld op eerlijke wijze verdiend en worden vaak beschouwd als staatslieden. Ze hebben daarom ook veel invloed. En dat is ook goed, want politici zijn hier niet veel mee bezig.’

Marianne Quebral van het Asian Institute of Management kan zich ook geen situatie indenken waarbij gedoneerd geld gebruikt wordt om het politieke beleid te beïnvloeden. ‘Ik denk zelfs dat het omgekeerde waar is in veel delen van Azië.’
In het Verenigd Koninkrijk wordt de trend wel herkend. ‘Ik zie hier al signalen van politieke filantropie’, zegt Charles Keidan van de City University London. ‘We proberen zoveel mogelijk onderscheid te maken tussen directe private financiering van politieke partijen en individuele politici en de financiering van denktanks. Maar het is nu eenmaal zo dat beide vormen van financiering invloed hebben op het beleid.’

Van Gendt is het eens met de stelling, maar merkt op dat dit niet nieuw is: ‘Filantropen schrijven zelden zomaar de cheque uit voor alles wat langs komt en voldoet aan het algemene belang. Filantropen geven hun fonds een missie mee. Die keuze bepaalt wat zij doen en wat zij verwerpen. Zij hebben een agenda en daarmee krijgt hun werk terecht een politieke dimensie, maar geen partijpolitieke dimensie. Als de Bernard van Leer Foundation zich toespitst op het voorkomen van kindermisbruik, dan heeft dat altijd een politieke lading, omdat men hoopt dat overheden het bestrijden van kindermisbruik een hoge prioriteit zullen geven.’

3. De daling van de publieke sector ten opzichte van private financiers
In Rusland gaat de meeste financiering nog steeds om basisbehoeften of steun van overheidsinstellingen. Maar net als in veel andere landen heeft de private sector ook hier een deel van de dienstverlening van de overheid overgenomen. Er is echter nog steeds debat over wanneer dat moet gebeuren en wanneer het een taak van de overheid betreft.
Door de enorme bezuiniging in Portugal is er een grotere vraag naar private financiers. Overheidstekorten kunnen hierdoor niet worden aangevuld, maar er worden wel urgente kwesties als jeugdwerkeloosheid mee aangepakt. Zo is de Gulbenkian Foundation samen met uitzendbureaus een programma gestart om jongeren opleidingsmogelijkheden te bieden.

Rien van Gendt meent dat deze trend wordt overdreven. ‘Private financiers kunnen geen substituut zijn voor de publieke sector, want de middelen die via private fondsen beschikbaar zijn voor het publieke nut, zullen altijd een fractie uitmaken van de omvang van de publieke sector (zelfs als die krimpt). Zelf geloof ik in een adequate overheid (geen minimale of maximale) die in complementariteit met de particuliere fondsenwereld functioneert. Ik denk dat in Nederland de private financiering moet worden gebruikt om de overheid te re-engageren in plaats van 'off the hook’ te laten. Overigens zou er een groot probleem zijn als private financiers de rol van de overheid zouden overnemen (voor mij een theoretisch geval): namelijk hun legitimering; wat doen ze wel en niet. Ze hoeven hierover geen verantwoording af te leggen. Denk maar aan mevrouw Eleanor Helmsley die in de VS 6 miljard dollar naliet voor het welzijn van honden, terwijl de samenleving daarmee belastinginkomsten misliep.’

In Mexico oefent de filantropische sector weinig invloed uit op de staat, zegt Lourdes Sanz. ‘Succesvolle particuliere initiatieven worden niet in aanmerking genomen door de overheid. Bovendien zie je de lessen die ze leren niet terugkomen in sociale programma’s die door de overheid worden gestart.’

4. De opkomst van de ‘know-it-all financier’
Voor Sanz is dit een kwestie die ook in Mexico speelt: ‘We zien meer en meer hoe hoogopgeleide individuen in de zakelijke of politieke sector geloven dat ze alle antwoorden hebben. Ze proberen maatschappelijke organisaties te leiden, terwijl ze niet genoeg ervaring of kennis hebben.'
‘Daar kan een gevaar zitten’, meent Rien van Gendt. ‘Mensen die uit het bedrijfsleven de wereld van de filantropie binnen gaan, hebben weleens de neiging om bij een maatschappelijk probleem te denken in termen van: ‘we fix it’ in een paar jaar en dan hebben we een exit. Het leidt er toe dat men niet ziet dat er sprake is van organische groei bij het zoeken naar de oplossing van complexe maatschappelijke vragen (het gaat niet om het overnemen van een bedrijfje) en vooral dat de oplossingen ontstaan door goed te luisteren naar lokale mensen, die de maatschappelijke problemen ervaren. Voor mij is een voorbeeld de zogenaamde Millennium Villages, die in relatie met de Millennium Development Goals werden ontwikkeld. Het concept was dat men een dorp in bijvoorbeeld Afrika adopteert om daar de armoede op te lossen. Ook Nederlands privaat kapitaal vond zijn weg naar dit cultureel arrogante idee.’
Marianne Quebral herkent het ook. ‘Veel Aziatische filantropen komen van succesvolle bedrijven en hebben hun rijkdom op efficiënte en effectieve manier bereikt. Zo ontstaat de verleiding om met deze kennis maatschappelijke problemen op te lossen. Maar deze zakenmensen kunnen soms nog veel leren van non-profitorganisaties, zeker als het gaat om lokale nuances.’

5. Een stijgende vloed van anoniem geld
In de meeste landen is anoniem geven geen enkel probleem. ‘Mensen kunnen persoonlijke redenen hebben om hun gift niet bekend te maken’, zegt Chertok. ‘Er zijn in Rusland veel doelen die niet populair zijn. Denk maar aan LGBT, mensenrechten en corruptiebestrijding. Mensen die de strijd daarin steunen kunnen dat alleen maar anoniem doen.’
Bhekinkosi Moyo is het daarmee eens. ‘Zeker in onze cultuur zijn er zeer goede redenen om anoniem te geven.’

Volgens de Portugese Rui Esgaio is het in Europa niet zo belangrijk dat je erkenning krijgt voor je gift en zijn donateurs veel discreter. ‘In de VS heerst een andere cultuur en is anoniem geven wat vreemder dan hier.’
‘Anoniem geld bestaat al, is niet stijgend en het is terecht dat het bestaat’, zegt Rien van Gendt over de Nederlandse situatie. ‘Veel filantropen (vooral familiefondsen) hebben geen behoefte om naar buiten te treden met wat zij doen om daarmee een risico te lopen met betrekking tot hun eigen veiligheid en privacy. Ook wordt er gegeven aan doelen, waarbij het contraproductief zou zijn, als dit niet anoniem zou gebeuren, zowel vanuit het perspectief van de gever als van de ontvanger. Een fonds in Nederland, waar ik bij betrokken ben, had als programma het brengen van een seculaire dimensie in Koranscholen in Mombassa. Het helpt de publieke zaak niet om hier transparant in te zijn. Ook transparantie als de pendant van anonimiteit moet functioneel zijn. Nederland heeft via de publicatieplicht voor fondsen een prima balans tussen transparantie en anonimiteit omdat je wel moet aangeven aan welke doelstellingen een fonds geeft maar niet aan welke concrete projecten.’

Moeten we dus bang worden?
Op de meeste punten zijn de respondenten het dus niet eens met Callahan. Maar hoe zit het met andere Amerikanen? Melissa Berman van Rockefeller Philanthropy Advisors is van mening dat hij een punt heeft als het gaat om private filantropie. ‘In de VS hebben we het geven aan liefdadigheid en het geven aan politieke activiteiten gescheiden. Maar soms is moeilijk te constateren wat zuiver politiek is.’  
Volgens haar zijn deze trends echter niet nieuw voor de Amerikaanse filantropie. ‘Er zijn verschillende voorbeelden waarbij privaat geld is aangewend voor politiek beleid op bijvoorbeeld het gebied van gezondheidszorg en onderwijs. Kijk maar naar John D. Rockefellers bijdrage aan de volksgezondheid in 1909 en Carnegie's openbare bibliotheek.’

Ook is ze het niet eens met de bewering dat de financiële invloed nu veel groter is. ‘In huidige dollars zou John D. Rockefeller ongeveer $ 500 miljard bezitten. In 1937 was zijn rijkdom naar schatting goed voor ongeveer 1,5 procent van het Amerikaanse BBP. Dat is veel, veel meer dan Bill Gates en Warren Buffett bij elkaar.’

Rien van Gendt herkent de meeste trends ook niet als nieuw. ‘Ze zijn niet eng en houden zelfs positieve elementen in zich’, zegt hij. ‘Ten opzichte van Europa heeft de VS het probleem dat fondsen zeer voorzichtig moeten zijn met wat wij in Nederland 'advocacy’ zouden noemen: het onder de aandacht van onder meer de overheid brengen van de lessen uit projecten van fondsen in de hoop dat het invloed heeft op beleid. Bij ons is dat een kwestie van impact en effectiviteit, maar in de VS wordt dat snel gezien als het voeren van een lobby en dat is niet toegestaan.'

Kortom, de respondenten vinden de door Callahan genoemde trends niet eng, maar vaak ook niet nieuw. Zelfs waar vergelijkbare trends waarneembaar zijn, is er weinig reden tot ongerustheid. Sterker nog, in sommige gevallen worden ze als positief waargenomen.