'Transparantie als een uitgelezen kans'

17 februari 2016, 18:00
Transparantie: je zou het zelf moeten willen. Ook als vermogensfonds.
Transparantie: je zou het zelf moeten willen. Ook als vermogensfonds.
Je kunt er op wachten - op verontwaardigde vragen vanuit de Tweede Kamer bij het eerste, beste nieuwe incident, affaire of al dan niet vermeende schandaal bij goede doelen. De brede sector van de filantropie kan sinds jaar en dag op een levendige publieke belangstelling rekenen. Er hoeft zich maar iets voor te doen of iedereen - media, politiek, bestuur, publiek - stort zich er op. Als regel krijgt het fonds, de stichting of de instelling meteen onder uit de zak.

Toegegeven: er gaat wel eens wat mis, lelijk mis zelfs, meer dan ons lief is. En meestal blijkt dan dat het vooral schort aan het vermogen om goed uit te leggen wat zich heeft afgespeeld, wat de afwegingen zijn geweest en waarom men tot het gewraakte besluit is gekomen.
Als wonderolie tegen die kwalen wordt steeds vaker transparantie verkocht. Vooral ‘Den Haag’ verwacht er veel van. Als het gaat om fondsenwervende instellingen en loterijfondsen gaan regering en parlement steeds verder om openheid en verantwoording af te dwingen. Andere delen van de sector, met name die delen die geen beroep doen op het publiek [zoals bedrijfsfondsen en zeker ook vermogensfondsen], dreigen er in mee gezogen te worden. Dat roept weerstanden op. En dat is begrijpelijk.
Wie alles over één kam scheert, is kortzichtig bezig.

Transparantie kan ook averechtse gevolgen hebben. Wie welgestelde particulieren dwingt tot en met naam, adres en telefoonnummer toe bekend te maken, loopt risico’s met privacy en veiligheid. Zo iemand zal zich wel drie keer bedenken alvorens z’n vermogen deels beschikbaar te stellen voor goede doelen. En wie fondsen wil verplichten om buitenlandse projecten met naam en toenaam op een website te zetten, bereikt al evenzeer het tegenovergestelde van wat hij beoogt. Vraag het maar aan NGO’s die in het Rusland van Poetin opereren.

Zeker, er zijn grenzen aan transparantie, meer dan ‘Den Haag’ zich af en lijkt te realiseren.
Maar transparantie is ook een kans. En niet alleen voor fondsen die afhankelijk zijn van de gulheid van het publiek. Ook voor vermogensfondsen die traditiegetrouw graag in stilte goed doen. Gekoppeld aan een zekere kopschuwheid tegen publieke, laat staan politieke ‘belangstelling’ [‘Het is ons geld’], leeft er in dat deel van de goede doelen-sector een soms nauwelijks verholen weerstand tegen transparantie.

Sinds een paar jaar [2011] wordt in de wereld van de vermogensfondsen gewerkt aan een stelsel van validatie, een set regels, voorwaarden en normen die meer inzicht bieden in wat fondsen doen (wie, wat & hoe). Dat lijkt er na veel discussies wel te gaan komen. Maar het is meer ingegeven door defensieve overwegingen [‘Anders grijpt de politiek in’, ‘Wie weet raken we onze ANBI-status kwijt’, ‘Zo houden we kamerleden en journalisten op afstand’, ‘Iets om burgers naar te verwijzen’] dan dat het als kans wordt gezien, laat staan als een impuls voor de toekomst.
gerelateerde items