Oud in Afrika #2: Beshatu Shagulie

Beshatu Shagulie. Foto: Dick Wittenberg
Beshatu Shagulie. Foto: Dick Wittenberg
16 september 2021
Nieuws | | Goede doelen

Ze dreigen te verdwijnen achter de stapels onderzoeksresultaten, beleidsstukken en impactnotities: de mensen voor wie al die mooie projecten bedoeld zijn. Schrijver en bestuurslid Dick Wittenberg van de stichting Oud in Afrika schreef drie portretten van Ethiopische ouderen die een maandelijkse uitkering krijgen van nog geen drie euro. Deze week: Beshatu Shagulie.

Voor het huis zit ze op een stoel in de zon, de ogen gesloten. Daar heeft haar zoon haar vanochtend neergezet. Om de kou uit haar botten te verdrijven. Hij weet hoe graag ze zich koestert in warmte en licht. Hj weet ook dat het regenseizoen is en dat het water straks weer met bakken uit het hemel valt.

Beshatu Shagulie is een jaar of tachtig. Haar preciese leeftijd kent ze niet. Het lopen is ze ontwend sinds ze steeds weer valt. De groet van het bezoek ontgaat haar. Haar wereld wordt steeds kleiner sinds ze zo slecht hoort.
Zuster Alganesh Assefa begroet haar nog eens, nu luider. Ze opent haar ogen. Ze opent ook haar mond maar zegt aanvankelijk niks, pas na een lange stilte. Haar woorden komen van ver.

Zuster Assefa, moederoverste van de Dochters van Liefdadigheid in de Ethiopische plaats Dembi-Dollo kent deze vrouw al heel lang. Ze noemt haar 'een doodgoeie vrouw die haar hele leven keihard heeft gewerkt’. Jong weduwe geworden. In haar eentje twee dochters en twee zonen grootgebracht. Nooit willen hertrouwen uit angst dat de kinderen eronder zouden lijden. Ook nog eens jaren voor haar alleenstaande zieke buurvrouw gezorgd. En nu is ze aan het einde van haar krachten.

Beshatu is een van de zestig ouderen in deze buitenwijk van Dembi-Dollo die van de zusters elke maand een piepkleine uitkering krijgen. Met geld van de Nederlandse stichting Oud in Afrika. Zuster Assefa kent ze stuk voor stuk.
Het zijn de armsten van de armsten die zelf niet meer aan de kost kunnen komen. Meestal wonen ze in huis bij het gezin van een kind of kleinkind dat zelf vaak met een lege maag naar bed gaat. Een buurtcomité van ouderen heeft hen aangewezen als degenen die het hardste hulp nodig hebben. ‘Maar er verkeren  hier veel meer oudere mensen in vergelijkbare situaties’, zegt zuster Assefa. ‘Mijn hart breekt omdat we niets voor hen kunnen doen.’



Beshatu Shagulie zit nog altijd onbeweeglijk op haar stoel. Schoondochter Marta verjaagt de vliegen rond haar hoofd. Marta komt uit het oosten van het land, meer dan duizend kilometer hier vandaan. Daar ontmoette ze een zoon van Beshatu, ze trouwden, ze kregen vier kinderen, ze hadden daar een lapje grond.

Drie jaar geleden verhuisden ze omdat Beshatu niet meer alleen kon wonen. Iemand moest voor haar zorgen. Eén voorwaarde stelde Marta: dat ze haar vader van 76 zouden meenemen. Ze wilde hem niet achterlaten. Nu hebben ze de zorg voor twee ouders.
‘Het gaat zo regenen’, zegt Beshuta met een blik op de lucht. ‘Breng me maar naar binnen.’ Ik vraag haar op de valreep: ‘Vindt u ouderdom een zegen of een last?’ 

Voor het eerst kijkt ze me aan. ‘Als je met alles geholpen moet worden. Als je zelf niks meer kunt doen. Als je zoon en zijn vrouw hun handen vol aan je hebben. Dan is ouderdom een beproeving. Maar blijkbaar wil God het zo.’