Toon alles (1)

Ondernemerschap culturele erfgoedsector nog in de kinderschoenen

18 maart 2014, 14:49
Ondernemerschap culturele erfgoedsector nog in de kinderschoenen
Ondernemerschap culturele erfgoedsector nog in de kinderschoenen
Ondernemerschap wordt door de culturele erfgoedsector als noodzaak gezien, vanwege de bezuinigingen op de subsidies. Tegelijkertijd wordt die subsidiekraan nog verder dichtgedraaid als de inkomsten gaan toenemen. Een paradox waar de sector behoorlijk mee worstelt, zo blijkt uit onderzoek van Panteia.

Onder Nederlandse musea en openbare bibliotheken is onderzocht in welke mate sprake is van proactiviteit, risicobereidheid en innovativiteit. Deze drie aspecten tezamen bepalen de mate van ondernemendheid. Hierbij valt op dat er in beide culturele sectoren een goede start gemaakt is met de invulling van het begrip ondernemendheid. Zo zijn er wat betreft proactiviteit voorbeelden als het Vrienden van-concept, verhuur van ruimtes, netwerk vergroten, sponsoring voor de extra’s. Op het gebied van innovativiteit komen voorbeelden voorbij als een reizende museale collectie, collectie in bruikleen tegen betaling, fondsenwerving, samenwerking en kennisdeling. Alhoewel de risicobereidheid in beide sectoren minder sterk ontwikkeld is, zijn hiervan ook al aardige voorbeelden te zien zoals crowdfunding, betaling vragen voor diensten en het aangaan van partnerships met commerciële organisaties. Uit het onderzoek blijkt dat eerdere ervaringen van de directie in andere culturele sectoren en/of het bedrijfsleven ertoe leidt dat organisaties een sterkere ondernemende houding hebben.

‘Cultureel ondernemerschap’ stuit op vele hindernissen
Daarnaast valt er nog veel te winnen in de museum- en bibliotheeksector. In het onderzoek zijn hindernissen aan het licht gekomen, zoals de taaie organisatiecultuur, die de overgang naar een meer marktgerichte instelling reëel in de weg staan. Ook de ‘subsidieparadox’ speelt een rol. Een ‘beloning’ voor meer marktgerichtheid en ondernemerschap kan een vermindering van subsidiegelden zijn. Dit vooruitzicht zal de ondernemendheid binnen culturele instellingen niet stimuleren.  Verder worden aspecten genoemd als zelfstandig kunnen zijn door ‘lossere banden’ met de gemeente, en in staat zijn de eigen organisatiecultuur te kunnen veranderen. Uit aanvullende analyses komt verder naar voren dat binnen culturele instellingen de ondernemende houding bijna even sterk tot uitdrukking komt in het versterkt nastreven van sociale en culturele doelen als in een grotere marktgerichtheid. Het vergroten van het publieksbereik volgt op duidelijke afstand.
gerelateerde items