Toon alles (3)

Kleine goede doelen worstelen met het tonen van impact

20 juni 2018, 12:30
Erik Boerrigter (partin): ‘De conclusie uit het rapport van de Britse Lloyd Bank Foundation lijkt integraal van toepassing op de Nederlandse situatie.'
Erik Boerrigter (partin): ‘De conclusie uit het rapport van de Britse Lloyd Bank Foundation lijkt integraal van toepassing op de Nederlandse situatie.'
Kleine goede doelen leveren aanzienlijke waarde voor hun lokale gemeenschappen, de economie en de lokale autoriteiten, maar velen worstelen om hun impact te meten en aan financiers te laten zien. Dat meldt een rapport van de Britse Lloyds Bank Foundation. De Foundation deed onderzoek onder een aantal kleine goede doelen in het Verenigd Koninkrijk. De bevindingen van het onderzoek lijken erg op de situatie in Nederland, zegt Erik Boerrigter, directeur van brancheorganisatie voor het particuliere initiatief Partin.
 
Het rapport The Value of Small meldt dat de waarde van kleine goede doelen is gelegen in het feit dat ze zich onderscheiden, dat ze persoonsgericht zijn en als klein goed doel sneller kunnen optreden in eventuele noodsituaties. Hierdoor bieden ze individuele waarde voor personen in de gemeenschap en economische waarde voor lokale openbare diensten. Daarnaast leveren ze meerwaarde door vrijwilligerswerk: Britse kleine goede doelen hebben 5,62 vrijwilligers voor elke ontvangen 10.000 pond, terwijl de grootste goede doelen over slechts 0,02 vrijwilligers beschikken op elke 10.000 pond, zo melden de onderzoekers.
 
Partin-directeur Erik Boerrigter: ‘De conclusie uit het rapport van de Britse Lloyd Bank Foundation lijkt integraal van toepassing op de Nederlandse situatie. Ook hier wordt aanzienlijk waarde gecreëerd, maar wordt er maar in beperkte mate gemeten. En ook hier ligt het aantal vrijwilligers per ontvangen euro beduidend hoger dan bij de meeste grote goede doelen.’
 
Kloof aanpakken
Hoewel eerder onderzoek suggereert dat het heel goed is om een variatie aan kleine en lokale goede doelen te hebben, zeggen de onderzoekers van de Britse Lloyds Bank Foundation, dat dit niet onomstotelijk kan worden vastgesteld. ‘Er is heel weinig sterk bewijsmateriaal over wat onderscheidend en waardevol is ten opzichte van grotere goede doelen en overheidsinstellingen’, zegt het rapport. ‘Het aanpakken van die kloof is nu belangrijker dan ooit, aangezien kleine en middelgrote goede doelen eerder negatief worden beïnvloed door bezuinigingen op overheidsbegrotingen.’ 
 
Waarde in geld uitdrukken
Acton Homeless Concern (AHC) was een van de goede doelen die voor het rapport werden onderzocht. De organisatie, met een inkomen van 251.000 pond, beheert twee centra die voedsel, dagjes uit en andere diensten aan daklozen bieden. Voorzitter Anne Gray vertelt dat kleine goede doelen niet altijd over de middelen beschikken om het werk dat ze doen inzichtelijk te maken. Zo hebben volgens het rapport de vrijwilligers van AHC naar schatting 250 uur per week bijgedragen, ter waarde van naar schatting 97.500 pond per jaar. Dat betekent dat voor elke pond overheidsfinanciering een extra 3,25 pond aan vrijwilligershulp werd verstrekt. ‘Het is voor ons heel moeilijk om die waarde in geld uit te drukken, zeker aan de lokale overheid’, zegt Gray. ‘Lokale overheden gaan er bijna vanzelfsprekend vanuit dat als je een vrijwillige organisatie bent, je meer met geld kunt doen dan je doet. Als je bijvoorbeeld zegt dat je 50.000 pond nodig hebt, gaan ze ervanuit dat je het ook wel met de helft afkunt.’
 
Beperkte middelen
Dat komt volgens Gray vooral omdat veel kleine organisaties gewoonweg niet in staat zijn hun werk te analyseren en de impact ervan te beoordelen. ‘Kleinere organisaties’, aldus het rapport, ‘hebben vaak beperkte middelen om maatschappelijke waarde op een dergelijke formele en systematische manier te meten.’ En hoewel financiers voorstander zijn van een dergelijke meting, zou dit de onderscheidende aanpak van kleine organisaties kunnen uithollen.
 
Impactmeting domein van wetenschap en consultants
Boerrigter is het met Gray eens: ‘Hoewel kleine goede doelen positief staan tegenover het meten van hun impact, is dit in de praktijk vaak niet haalbaar. Impactmeting is het domein geworden van de wetenschap en consultants. Als gevolg hiervan is uitbesteden van impactmeting veelal een te kostbare zaak en zelf meten vormt vaak een te zware administratieve belasting. De methoden die vanuit de wetenschap en de consultancy beschikbaar zijn, zijn afgestemd op de grotere organisaties. En die hoeveelheid werk kan de kleine club over het algemeen niet aan.’

Dat kleine goede doelen toch een aanzienlijke waarde leveren, is toe te rekenen aan het gebruik van hun logisch boerenverstand, meent Boerrigter. ‘Impact assessment vooraf sluit veel beter aan bij de werkwijze, de menskracht en de passie om iets moois te bereiken van dit type organisatie. Een methode/hulpmiddel om vooraf informatie te structureren en ordenen op een manier waar ook de financiers mee uit de voeten kunnen, zou een veel grotere toegevoegde waarde hebben.’
 
Minder overheidssubsidie
Uit het Britse rapport blijkt verder dat kleinere goede doelen zestien procent van de lokale overheidsfinanciering ontvangen die naar de vrijwilligerssector gaat. Organisaties met inkomsten van meer dan tien miljoen pond krijgen daarvan 55 procent. Samenwerking lijkt dan voor te hand te liggen, maar de onderzoekers waarschuwen hiervoor, omdat dit tot problemen kan leiden. Gray is het daarmee eens. ‘Het kost vaak meer om dergelijke partnerships te beheren, dan dat de samenwerking oplevert.’ 
 
gerelateerde items