De case-study Particuliere Initiatieven van Martje Nooij 

14 maart 2019, 06:00
De jury over de scriptie van Martje Nooij: 'vooral de academische kwaliteit, de zorgvuldigheid van het onderzoek en de diepgang ervan overtuigen’.
De jury over de scriptie van Martje Nooij: 'vooral de academische kwaliteit, de zorgvuldigheid van het onderzoek en de diepgang ervan overtuigen’.
De prijs voor de beste scriptie op het gebied van filantropie, de NAP Thesis Award, is onlangs uitgereikt op de Universiteit van Tilburg tijdens het symposium ‘Inzicht in Veerkracht’. Deze tweede editie van de Netherlands Academy of Philanthropy (NAP) kende twee eerste prijswinnaars: Martje Nooij met haar scriptie ‘Is een goede exitstrategie het halve werk?’ en Lieke van ‘t Veer ‘An exploration of the philanthropic engagement of Dutch major donors’. Vorige week kwam Lieke van ’t Veer aan het woord; deze week: Martje Nooij. Zij is afgestudeerd in de richting van Recht, Economie, Bestuur en Organisatie (UU) en vertelt enthousiast over haar filantropiescriptie en het praktische vervolg erop dat zij samen met Partin gaat invullen.
 
De scriptie van Nooij is een casestudy over Particuliere Initiatieven (PI’s) die actief zijn (geweest) in Zuid-Afrika. Eerder onderzoek stelde dat het nuttig zou zijn om te kijken naar de duurzaamheid van de resultaten van het werk van PI’s. Dit onderzoek haakt daarop in door de resultaten van negen PI’s, die gestopt zijn of dat ten tijde van het onderzoek van plan waren, tegen het licht te houden. Hoe zijn deze PI’s te werk gegaan om hun goede doelen te bereiken? Welke doelen hadden zij vooraf gesteld? Hadden zij een exit strategie en zo ja welke? 

Gebrek aan exit kennis

Nooij: “Ik kwam op het idee om mij te verdiepen in het onderwerp exitstrategie toen ik een paar jaar geleden de PAO ‘Besturen van filantropische organisaties’ volgde aan de VU. In een van de modules kwam het onderwerp exitstrategie ter sprake en dat vond ik interessant. Want het lijkt nog niet zo makkelijk om jezelf als goed doel overbodig te maken, getuige ook het artikel van Edwin Venema ‘Rondvlucht boven het Land van Goed Doen’ (Dikke Blauwe 2, 2015). Ik ben toen verder in de literatuur gedoken en ontdekte dat er vrij weinig was te vinden over exits van goede doelen. Verder kwam ik erachter dat in diverse onderzoeken exit en duurzaamheid met elkaar in verband worden gebracht, maar dat dit niet verder wordt uitgediept. Ik hoopte met mijn onderzoek bij te kunnen dragen aan exit kennis.”
 
Nooij had het geluk dat zij een lijst vond van ruim 100 PI’s die in 2010 nog actief waren. Zij achterhaalde via de Kamer van Koophandel dat in 2017 25% van deze PI’s niet meer bleek te bestaan of niet meer actief was. Uiteindelijk bleken negen PI’s bereid om mee te werken aan het onderzoek. Vooraf had Nooij geen veronderstellingen. “Ik ben niet uitgegaan van een hypothese, ik heb alles opengelaten. Het was een puur explorerend, interpretatief kwalitatief onderzoek.” 
 
Na het verzamelen en het analyseren van onderzoeksgegevens (interviews, documenten en foto’s) ontdekte Nooij dat PI’s een drievoudig handelingsrepertoire hebben, te weten: doen, denken en delen. Eenvoudig gezegd: onder de doen-modus vallen bijvoorbeeld de partner ‘daar’ werk uit handen nemen maar ook spullen geven. Bij de denken-modus gaat het vooral om het verkrijgen en verstrekken van financiële middelen en de controle op de besteding. In de delen-modus gaat het om bemiddelen, ontwikkelen, matchen en lobbyen.

Wel of niet een exitstrategie


Wat Nooij verraste was dat alle onderzochte PI’s twee of drie werkwijzen in hun handelingsrepertoire bleken te hebben, de meeste PI’s doen, denken én delen. Wel was er sprake van een dominante werkwijze, de dominante ‘d’. Bovendien lijkt het erop dat die dominante werkwijze invloed heeft op de exit en op de duurzaamheid van de resultaten. Zo ontdekte ze ook dat er onderscheid kan worden gemaakt tussen exitredenen en een exitstrategie. Exitredenen gaan over hier-en-nu, zoals “het geld is op”. Maar een exitstrategie is toekomstgericht. Immers, cruciaal voor duurzame resultaten is het opbouwen van capaciteit ‘daar’. Bij PI’s die vooral doen of denken wordt daar te weinig aandacht aan besteed. Probleem is dat ze op korte termijn resultaten willen boeken, vaak onder druk van donoren. Ook hun exit is doorgaans een zaak van de korte termijn. Maar PI’s die vooral dèlen helpen organisaties daar om zichzelf te redden. Voor hen is het doel pas bereikt als de zuidelijke partner het allemaal zelf kan. Dat zou je een exitstrategie kunnen noemen.”

Leesvoer voor PI’s, fondsen en sponsoren

De jury van de NAP Thesis Award 2018 vindt van de scriptie van Martje Nooij dat ‘vooral de academische kwaliteit, de zorgvuldigheid van het onderzoek en de diepgang ervan overtuigen’.Het onderzoek wordt zeer relevant genoemd omdat er een verband wordt gelegd ‘met moeizamer wordende fondsenwerving in Nederland, veranderende politieke omstandigheden, filantropisch particularisme en micromanagement.’Volgens de jury ‘biedt de scriptie een heel bruikbaar handelingsperspectief voor de hele sector, zowel voor de PI’s zelf als voor fondsen, sponsoren, als subsidiënten’.

Samenwerken met Partin

Nooij is niet alleen blij met de eerste prijs, maar ook met het gegeven dat haar filantropiescriptie maatschappelijk relevant is en binnenkort verzilvert zij dat al. Ze gaat samenwerken met Partin, de Nederlandse brancheorganisatie voor het particuliere initiatief in ontwikkelingssamenwerking. De organisatie heeft Nooij gevraagd om op basis van haar onderzoek een zogenaamde exit toolkit te ontwikkelen voor de achterban van Partin. Dat betekent dat er een vertaalslag moet komen van onderzoeksresultaten naar handvatten voor de praktijk. Een hele uitdaging vindt Nooij, die hiervoor gaat samenwerken met Lucy Engelen, de voorzitter van Partin. De toolkit zal in 2019 gereed komen.
 
Verder zou Nooij enkele artikelen willen schijven over prangende problemen die tijdens het onderzoek naar voren kwamen, zoals de vaak te korte financieringstrajecten van donororganisaties.De kennis en informatie die haar scriptie heeft opgeleverd kan daarbij als uitgangspunt dienen. Dus… wordt vervolgd. 
 
►Bestel een kopie van het onderzoek Exitstrategie: klik hier.
 
Over de NAP Thesis Award
De NAP Thesis Award is een initiatief van de Netherlands Academy of Philanthropy (NAP), een in 2016 opgericht samenwerkingsverband van de Maatschappelijke Alliantie en wetenschappers die actief zijn op het gebied van filantropie. De prijs heeft tot doel om studenten te enthousiasmeren voor filantropie.
 
*Op 7 maart publiceerden wij het interview met de andere NAP Thesis Award-winnaar Lieke van ’t Veer: klik hier

De Dikke Blauwe/Stichting Lenthe ondersteunt de NAP Thesis Award door journalistieke aandacht voor de winnaars op haar platform.
gerelateerde items