Onderwijs & onderzoek: de donor darling van de lange adem

30 april 2018

‘Onderwijs & onderzoek’ bungelen altijd behoorlijk zielig onderaan de lijstjes van favoriete doelen, zo blijkt uit ‘Geven in Nederland’. Het is duidelijk geen ‘donor darling’. Daar lijkt voorzichtig wat verandering in te komen, maar voorlopig blijft het nog hard sappelen om private donoren voor dit domein te enthousiasmeren: het is een kwestie van lange adem. Zoveel werd duidelijk tijdens het mini-symposium ‘De rol van filantropie voor onderwijs en onderzoek’, dat op 26 april tijdens de Dag van de Filantropie 2018 door het Centrum voor Filantropische Studies werd georganiseerd aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Twintig miljard voor onderwijs

Bijdragen van huishoudens, bedrijven en vermogensfondsen vormen slechts een klein deel van de totale inkomsten voor het middelbaar en hoger onderwijs in Nederland. Zo blijkt uit Geven In Nederland 2017 dat in 2015 er voor €243 miljoen euro filantropisch geld terecht kwam bij doelen op dit terrein. Ter vergelijking, in 2015 gaf de Nederlandse overheid een slordige €20 miljard uit aan de bekostiging van onderwijs op middelbaar en hoger niveau. VU-onderzoeker Barry Hoolwerf: ‘Toch vormt filantropie een essentiële bron van inkomsten, vooral als het gaat om innovatieve initiatieven. Bovendien speelt de relatie met donateurs en vrijwilligers een belangrijke rol als het gaat om draagvlak voor scholen en hoger onderwijsinstellingen.’

Reparticulariseren

Ook ligt het volgens Hoolwerf in de verwachting dat met het ‘reparticulieriseren’ van organisaties op dit terrein de rol van particuliere betrokkenheid toe zal nemen. Daarvoor is echter nog wel wat werk te verzetten, omdat overheden, donateurs en onderwijsinstellingen elkaar nog te weinig ontmoeten. Zo bleek tijdens het symposium ‘de rol van filantropie voor onderwijs en onderzoek’, dat op 26 april tijdens de Dag van de Filantropie 2018 door het Centrum voor Filantropische Studies werd georganiseerd aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

Betrokkenheidsgeld

Prof. Theo Schuyt is, zoals vaker, optimistisch over de kansen voor onderwijs & onderzoek om meer private ondersteuning te vinden. Het is ‘betrokkenheidsgeld’, doceerde Schuyt, die al geruime tijd ook in Brussel op Europees niveau aandacht vraagt voor een ‘diversified social model’ waarin de krachten van de civil society serieus genomen worden.
De wetenschap moet volop verbinding met de samenleving zoeken volgens Schuyt, die zijn gehoor informeerde over het nieuwste adagium ‘SWAFS’: science with and for society. Dat Schuyt daarvoor de lokale gemeenschapsfondsen in Nederland als voorbeeld aanhaalde, was een minder gelukkige keuze. Na een korte opleving met de oprichting van Lokale Fondsen Nederland lijkt dit project, mede na het vertrek van Monique van Bijsterveld als ‘anchor woman’ bij deze koepel, al meer dan twee jaar morsdood op de grond te liggen.

Harvard: verbijsterende getallen

Dat het opbouwen van relaties cruciaal is voor het opbouwen van een gemeenschap maakte daarna Sylvester Eijffinger (foto), hoogleraar financiële economie en ambassadeur van de ‘Tilburg University Society’ duidelijk. Het is daarbij van belang dat diverse initiatieven binnen een instelling van elkaars relaties op de hoogte zijn en dat het belang van filantropie ook door de hoogste beleidskaders wordt erkend. ‘Onderwijsinstellingen moeten hun relaties met hun achterban serieus nemen’, aldus Eijffinger. Deze open deur werd nog het beste geïllustreerd door Eijffingers zijdelings vertelde ervaringen als gastdocent aan het prestigieuze Harvard. Dat mekka van de filantropie haalt Nederland niet zomaar even in, aldus Eijffinger, maar de wijze waarop de Amerikanen betrokkenheid mobiliseren is ronduit indrukwekkend en de de getallen zijn verbijsterend. Meer dan tweehonderd professionele fundraisers houden een vermogen van veertig miljard op peil. Alumnus van Harvard word je vanaf de eerste dag dat je voet op de campus zet en die ‘Harvard experience’ is onontkoombaar: aan het einde van de rit ben je een (major) donor.

Het goede gevoel komt eerst

De kracht van verbondenheid met je universiteit is er ook in Nederland: ook hier is er het sentiment van ‘giving back’ en ‘legacy’. Maar daarvoor is wel een cultuurverandering vanuit de academie noodzakelijk, aldus Eijffinger: ‘Het is streven naar ‘science with a soul’ en alle medewerkers van de universiteit moeten die mindset hebben.’ Daarbij gaat het volgens Eijffinger in eerste instantie niet eens om het geld: ‘Eerst het goede gevoel; het geld komt dan later wel.’

De fondsenwervende universiteit

‘On-Nederlands, maar super Rotterdams’: zo presenteerde Margot van Sluis-Barten (foto), director development van het Erasmus Trust Fonds, het succes van het fonds dat eind 2017 naar buiten kwam met de aankondiging dat een selecte groep betrokkenen al ruim €26 miljoen had toegezegd voor onderzoek aan de Erasmus Universiteit.
Van Sluis nam haar gehoor mee in de uitgangspunten en ontwikkeling van haar fonds:  losgekoppeld van de universiteit, met als einddoel om in 2025 honderd miljoen euro in kas te hebben. Nu, na een ‘stille fase’, kwart daarvan intussen is opgehaald, is men in Rotterdam rechtop gaan zitten voor het concept van de fondsenwervende universiteit. Daarvoor is samenwerking vereist en interne stammenstrijd weinig productief om met een gezamenlijk verhaal naar buiten te treden. Van Sluis bekent dat zij weinig heeft met het begrip ‘fondsenwerving’: ‘Ik vind dat een moeilijk woord. Het doet me denken aan “geef me honderd euro, dan krijg je een sleutelhanger”.

Aarzelende rolmodellen

Ook het vieren van betrokkenheid als een feestje en het produceren van rolmodellen voor andere potentiële donoren is voor Van Sluis en haar team wel een Nederlands ‘dingetje’ gebleken. Om de 29 donoren van de eerste 26 miljoen op de foto te krijgen, moest Van Sluijs alle registers opentrekken: ‘De mannen wilden wel, maar het waren juist de dames die liever op de achtergrond bleven.’
Het doelbedrag is volgens Van Sluis vooral bedoeld voor onderzoeksvrijheid: ‘Wij kunnen hier niet concurreren met Harvard. Bijna alles ligt hier vast, inclusief beloningen. Het geld is dus niet bedoeld om toponderzoekers te lokken met een hoog salaris, maar ze zoveel mogelijk vrijheid te geven om onderzoek te doen.’

Een valse start

De bijdrage van Michiel de Wilde (foto), directeur van de Goldschmeding Foundation, was daarna interessant vanuit een fondsgevend perspectief en ook om te laten zien dat niet alleen het hoger onderwijs doel van giften is. Ook voor middelbare scholen kan filantropie een belangrijke rol spelen. Zo liet De Wilde zien welke resultaten er zijn bereikt met het programma ‘Innovatie Economie Onderwijs’, dat in 2016 met hoogleraar Lans Bovenberg werd gestart met als doel een bijdrage te leveren aan een ingrijpende en duurzame vernieuwing van het economie-curriculum binnen het voortgezet onderwijs. De Wilde bekende dat de aparte en nog jonge stichting hiervoor (SIEO) een valse start had gemaakt. De top down-benadering bleek totaal niet te werken. Dialoog met het onderwijsveld wel. En vooral veel geduld, volgens De Wilde, die de randvoorwaarden voor giften vanuit de stichting toelichtte: ‘Vastzittende organisaties veranderen, kost gewoon heel veel tijd. Voor draagvlak en inbedding is een bottom up-methode de juiste weg.’
Behalve praktische aspecten (bij wie komt het intellectueel eigendom?), is het volgens De Wilde vooral belangrijk om de wederzijdse verwachtingen helder uit te spreken. Dat leverde direct een prangende vraag op over de invloed van een particulier fonds op de inhoud van ons onderwijs, een spookbeeld dat ook aan de orde kwam tijdens de laatste presentatie van Roel Endert, beleidsambtenaar van OCW, over een mede door de overheid gesubsidieerde pilot ‘filantropie voor het voortgezet onderwijs’ op een zestal scholen.

Pilot filantropie voor voortgezet onderwijs

Endert vertelde over het ontluikende enthousiasme voor filantropie als alternatieve vorm van inkomsten voor middelbare scholen, maar zette de grootheden in financiering direct in een ontnuchterend perspectief: ‘De overheid investeert op jaarbasis zo’n 7000 euro per leerling. De vrijwillige ouderbijdrage is gemiddeld 188 euro per leerling.’
Private financiering in het traditioneel overheidsgesubsidieerde domein van ons onderwijs? Endert was zich vanaf dag één bewust van de politieke gevoeligheid. De SP stelde direct kamervragen… OCW benadrukt daarom dat de private financiering alleen voor additionele kosten bedoeld is en dat de bijdragen aan álle kinderen ten goed moet komen. Endert: ‘Ik zag de krantenkoppen al voor me waarin dit als een elite-regeling wordt neergezet die de verschillen tussen leerlingen met rijke en minder vermogende ouders alleen maar groter maakt.’

Verbinding met lokale gemeenschap

Volgens Endert is uit de pilot duidelijk geworden dat het eigenlijk minder om geld gaat, maar vooral om betrokkenheid en verbinding met de lokale gemeenschap. ‘Schoolleiders en filantropie zijn nog vaak twee gescheiden werelden, maar als de verbinding gemaakt is zien ook directies van middelbare scholen de relevantie van filantropie. Filantropie beperkt zich niet alleen tot het geven van geld door vermogende particulieren of het bedrijfsleven, maar is veel meer het bouwen aan een draagvlakorganisatie. Door filantropie zijn scholen beter ingebed in de lokale omgeving, wat allerlei kansen biedt voor zowel de scholen als de leerlingen.’
 

Aarzelende cultuurverandering

Dagvoorzitter Geert Sanders (Nyenrode Business University, foto) vatte de onontkoombare rode lijn van de middag samen: ‘Bij filantropie voor onderwijs & onderzoek gaat het om de continuïteit. Het opbouwen van een relatie vraagt veel geduld.’
Dat laatste maakt dat onderwijs & onderzoek voorlopig nog niet met stip zal stijgen als de nieuwe donor darling in de onderzoeken ‘Geven in Nederland’, maar de aanzetten om die trend op termijn naar boven om te buigen zijn er. Voorwaarde is dat een met staatssubsidie doordesemde sector een nog aarzelende cultuurverandering over de rol van ‘betrokkenheidsgeld’ zelf actief doorzet. En vooral ook dat voorwaarden voor private financiering kristalhelder zijn om oneigenlijke, ideologische of commerciële invloeden op ons onderwijs ('Dit college werd u aangeboden door McDonalds'), te voorkomen. De reparticularisatie van organisaties zal daardoor – evenals onder invloed van een verder slinkende overheids-lumpsum - in een versnelling komen.   
3/3