Toon alles (1)

Jongensboek

2 april 2015, 04:00
Niet elk jongensboek loopt goed af.
Niet elk jongensboek loopt goed af.
Een jongensboek moest het worden. Met vier drommelse kerels die de wereld zouden verbeteren. Niet door zelf naar donker Afrika te gaan, maar door huis aan huis lootjes te gaan verkopen. Een succesverhaal moest het worden. Een boek ook met een snufje tegenslag en tegenwind, maar vooral met bravoure. Blanke pitten in ruwe bolsterwerk. Jongens van Jan de Wit. Scheepsjongens van Bontekoe. VOC-helden met een Pietje Bel-hart en op de lippen Ciske de Rats ‘Krijg toch allemaal de kolere’. En dat verhaal moest geschreven worden door... Albert Verlinde? Carry Slee? Heleen van Royen?
Nee. Geen fictie-krabbelaar, hallo zeg! Maar door een steengoeie journalist. Iemand die het ‘echte’ verhaal zou optekenen. Iemand met een Tefal-pen en een keramieken geweten. Niks gemarchandeer: de rauwe werkelijkheid graag.
Maar een professionele journalist een spannend jongensboek met een heppie end laten schrijven was een minder briljant idee dan postcodes als loten aan de man brengen. Het was, zeg maar, Dutroux de leiding geven over een kinderdagverblijf. Het was, kortom, vragen om moeilijkheden. En die kwamen er ook. Want de vier drommelse kerels bleken ook agressieve souteneurs van Hollandse hebzucht. Geen filantropen, maar uitdelers van sigaren uit door anderen betaalde dozen. Reteslimme zakenjongens.
En daar zouden we misschien ook nog wel onze pet voor afnemen. Maar wat doen die onverschrokken drommelse scheepsjongens? Die janken nu als sneue schooljongens die uit hun boomhut zijn gevallen en bij mama een pleister en kusje komen halen.
Wat denkt die journalist wel! Heeft ze €65 mille gekregen en bederft het hele jongensboek.
De moraal van dit verhaal: zonder postcode vaart niemand wel en de rauwe werkelijkheid moet je nooit door journalisten laten koken.
gerelateerde items