Goed doen kan beter

4 oktober 2016, 09:00
Hoofd en hart in juiste balans bij strategische filantropie
Hoofd en hart in juiste balans bij strategische filantropie
Alle spelers in het filantropieveld zetten zich in om de wereld een stukje beter te maken, of het nu gaat om organisaties of de gevers die hen steunen. We doen allemaal op onze eigen manier ons stinkende best om er wat moois van te maken. Toch zijn er altijd weer geluiden dat het anders moet, of beter kan. Zo ook volgens een van de laatste trends in geversland: we moeten van intuïtief naar effectief geven.
 
‘Geven we nu dan vooral intuïtief?’, zal je wellicht denken. Volgens de grote gevers die deelnamen aan grote gever onderzoek Filantropie in Nederland (2015) wel.
 
Gevers serieus nemen
In dit onderzoek vroegen we onder andere wanneer grote gevers het meest positief zijn over non-profitorganisaties. En wat bleek? Pas wanneer zij serieus worden genomen, is dit het geval. Alhoewel zij het niet altijd ronduit toegeven, ervaren ze het als bijzonder sympathiek als organisaties hen erkennen voor hun steun. Zo ook André, die regelmatig een Rotterdams museum steunt: ‘Ik vind het echt heel knap, als ze van hoog tot laag weten dat je geeft. Je doet het er natuurlijk niet om, maar je wordt wel bevestigd in het gevoel dat je erbij hoort. Ontzettend fijn!’
 
Opvallend is dat hun gevoel een belangrijke invloed heeft op de perceptie van grote gevers (van het onderzoek). Het gevoel van betrokkenheid dat wordt gestimuleerd wanneer een projectbezoek mogelijk wordt gemaakt. Het goede gevoel dat ontstaat als het resultaat van een gift wordt getoond. Het gevoel van erkenning als een directeur je op een feestje herkent en een gesprek aanknoopt. Een Gronings grote gevers echtpaar vertelde vol passie: ‘Bevrijding. Dat gevoel ervaren we elke keer weer als we geven. Dan denken we: ‘Yes! We gaan lekker mooie dingen doen met ons geld.’ We horen vaak dat een goed gevoel ook de reden is om meer te geven. Of anders gezegd: als dit goede gevoel er niet (meer) is, wordt het vaak als belangrijke aanleiding gezien om te stoppen met geven.
 
Van intuïtief naar effectief geven
En dat is nou precies het punt waar nog flink wat te verbeteren valt. Tenminste, als het aan Nick Cooney ligt. In zijn boek How to be great at doing good (een aanrader voor mensen met interesse in effectieve filantropie) spoort hij gevers aan af te stappen van emotionele drijfveren bij hun keuze om wel of niet te geven. Cooney: ‘Ondanks onze goede intenties, zijn we niet altijd zo effectief als we kunnen zijn om een doel te bereiken.’ Gevoel kan gevers ‘blind spots’ geven. Hij waarschuwt dat het warme gevoel dat je aan goed doen kunt overhouden, je blik op het creëren van écht effect vertroebelt. Er wordt nog te soft naar filantropie gekeken. ‘We zijn opgevoed met het idee dat het niet uitmaakt wat je doet, zolang je intenties maar goed zijn. De gewoonte om berekende beslissingen te maken en onszelf uit te dagen als het gaat om goed doen, is ons niet aangeleerd.’
 
Eerder leerden we dat gevers graag serieus genomen worden door de doelen die zij steunen. Cooney draait het om: gevers moeten zichzelf meer serieus nemen bij het maken van hun geefbesluit. Als je beter wilt zijn in goed doen, moet je niet bekijken of een organisatie goed doet, maar hoeveel goed zij doet. En dus hoeveel jij goed kunt doen met je gift. Voor hem is ‘charitas’ de wereld verbeteren door lijden te verminderen en welzijn te vergroten. Hij spoort gevers aan om na te denken of organisaties deze doelen letterlijk dienen en in welke mate, voordat zij overgaan tot geven. Wat hem betreft kan emotie daarbij alleen maar in de weg staan en zijn het juist rationele argumenten die écht kunnen helpen de juiste keuze te maken. Laat intuïtie voor wat het is en laat je leiden door gekwantificeerde informatie die het klinkende bewijs voor goed doen levert.
 
gerelateerde items