De Europese anti-versnipperagenda van EFA-praeses Gosse Bosma

18 januari 2018
Nieuws | | Fondsenwerving

Eind 2017 bracht de European Fundraising Association (EFA) een onderzoeksrapport uit over geeftrends, EU-wetgeving, steun van de overheid en de zorgen die er zijn op het gebied van fondsenwerving. De Dikke Blauwe sprak erover met Gosse Bosma: de directeur van Goede Doelen Nederland is nu ruim een jaar voorzitter van de EFA, een netwerk van 17 Europese goede doelenkoepels. Bosma: ‘De Europese belangenbehartiging voor filantropie in de brede zin is te versnipperd. EFA zal zich onder mijn voorzitterschap focussen op meer samenwerking met andere Europese spelers.’
 
Gosse Bosma werd op de Algemene Ledenvergadering van de European Fundraising Association in Bratislava eind 2016 benoemd tot voorzitter. Hij volgde toen de Oostenrijker Günther Lutschinger op, die vanaf 2013 voorzitter was. EFA is de Europese koepel van zeventien Europese brancheorganisaties van goede doelen en fondsenwervers, waarbij ook Bosma’s Goede Doelen Nederland is aangesloten. EFA monitort de ontwikkelingen in andere landen, bijvoorbeeld op het gebied van fondsenwerving, regelgeving, best pratices, crossborder giving  en BTW. Ook wordt de besluitvorming in Brussel op de voet gevolgd. Het onderzoek ‘Fundraising in Europe’ is een goed moment om de Nederlandse praeses na het eerste bestuursjaar te bevragen naar zijn ambities en een nadere duiding van de onderzoeksuitkomsten, die wij hier eerst kort samenvatten.  
 
Groei van inkomsten
De meerderheid van de EFA-leden geeft in het onderzoeksrapport aan een groei van inkomsten te zien. Het toenemende gebruik van social media, technologische ontwikkelingen, groeiende nationale economieën en innovatie worden genoemd als positieve beïnvloedende factoren, samen met een professionalisering in de sector. De belangrijkste goede doelen zijn nog steeds die voor kinderen, maar kunst, onderwijs, sport en natuur worden steeds belangrijker.
 
Donateursaantallen groeien nauwelijks
Hoewel de Europese populatie groeit, geeft slechts minder dan de helft van de EFA-leden aan ook een toename in donateursaantallen te zien. Vijf leden melden een stagnatie en drie een afname. Met nieuwe technologische ontwikkelingen, zoals online donaties en donatieplatforms op internet, wordt getracht een nieuw en vaak jonger publiek te trekken.
 
Kosten en vertrouwen: nog steeds punten van zorg
Reden tot zorg zijn nog steeds de toenemende kosten in fondsenwerving, net als in het vorige rapport van 2015. Ook de nieuwe Europese regels inzake gegevensbescherming (GDPR) zijn een punt van aandacht. EFA-leden denken dat ze daar niet voldoende op voorbereid zijn. 

DDB: Wat zijn de grootste uitdagingen voor fondsenwervers in Europa die door het rapport naar voren komen?
Bosma: ‘Een grote uitdaging blijft het versterken van relaties met donateurs, met name die van jongere generaties, en het benutten van de nieuwe mogelijkheden die technologische ontwikkelingen en digitale fondsenwerving met zich meebrengen. Tegelijkertijd moeten goede doelen oppassen dat ze niet te veel vragen. Het aantal fondsenwervende organisaties stijgt, wat het publiek kan afschrikken. We moeten er alles aan doen om ervoor te zorgen dat elk contact met een huidige of potentiële donateur een positieve ervaring is.’
 
DDB: Nieuwe technologische ontwikkelingen geven mogelijk een antwoord op effectiever vormen van fondsenwerving, maar is het niet veel belangrijker om eerst en goed te kijken naar de oorzaken van stagnatie/terugloop in de aantallen donateurs?
Bosma: ‘Het publieksvertrouwen is op nationaal niveau al lastig grijpbaar, laat staan op Europees niveau. De reputatie van goede doelen en fondsenwerving is vooralsnog vooral een onderwerp dat nationaal aandacht vraagt. EFA kan haar nationaal opererende leden helpen de eigen activiteiten te versterken. Belangrijk is dat we als Europese organisatie staan voor een goede kwaliteit van fondsenwerving. Dat doen we nu al met een Europees certificeringprogramma voor opleidingen. Dat programma gaan we dit jaar vernieuwen. Daarbij moet een bepaalde visie op fondsenwerving tot uitdrukking komen. Fondsenwerving moet veel meer gericht zijn op het leggen van verbinding tussen mensen met een ideaal. Nadruk dus op de relatie en minder op de transactie; het geven van geld dus. Daarnaast komen uiteraard ook allerlei nieuwe vaktechnische aspecten aan de orde.’
 
DDB: De fondsenwervingsmarkt lijkt een verdringingsmarkt te worden, zeker voor de gevende consument. En het ziet ernaar uit dat het aanbod van fondsenwervende organisaties alleen maar zal toenemen. Op welke wijze is dat te reguleren?
Bosma: ‘We kunnen met elkaar veel regels afspreken maar een slot op de deur voor de civil society, waarvan de burger ook als gevende consument de basis vormt, is natuurlijk ondenkbaar. Des te belangrijker is het, voortdurend te zoeken naar de balans tussen een vrij toegankelijke civil society en een civil society die zichzelf, zijn spelers en zijn omgeving respecteert. Dat laatste brengt spelregels en verplichtende afspraken met zich mee.’    
 
DDB: Is het niet zo dat er koplopers binnen de sector zijn die investeren in innovatie, maar dat een groot deel innovatie nog helemaal niet (hoog) op de agenda heeft staan? Welke concrete voorstellen heeft EFA om de innovatieagenda over een breed front te stimuleren?
Bosma: ‘Innovatie kan niet van bovenaf geïnitieerd worden en kent altijd koplopers en volgers. Iedereen wil natuurlijk innoveren, ook goede doelen. De kunst is de goede keuzes te maken. Goede doelen beschikken niet over durfkapitaal en de meeste hebben, zoals grote bedrijven, geen afdeling research & development. De ruimte om dingen uit te proberen is beperkt. Door samenwerking binnen de brancheorganisaties kunnen ze wel kennis genereren en ervaringen delen. EFA’s agenda is daarvan weer een afgeleide. Maar EFA moet vooral zelf ook keuzes maken. Er zijn drie prioriteiten: we staan voor een hoge standaard van fondsenwerving, bij EFA haal je relevante marktinformatie en kennis en kunde uit andere landen en EFA staat voor het belang van fondsenwerving in de Europese civil society.’
 
DDB: Regulering via keurmerken kan niet voorkomen dat cowboys het voor de legitieme markt verpesten: slechte publiciteit besmet immers de gehele populatie. Wat is het standpunt van EFA hierin?
Bosma: ‘Elk land heeft zo zijn eigen geschiedenis en traditie, ook voor wat betreft regulering, de beeldvorming en fondsenwerving zelf. Dat nationale maatwerk moet je respecteren. EFA zal niet op de stoel gaan zitten van Goede Doelen Nederland of haar andere leden. Wat wel interessant is, is dat crossborder giving en in het voetspoor daarvan crossborder fondsenwerving aan belang zullen toenemen. Op termijn ligt een rol voor EFA daarbij voor de hand. Denk hierbij aan fiscale afspraken op Europees niveau. Op dit moment echter is de relatieve omvang van deze crossborder-ontwikkeling (nog) klein.’ 

DDB: Hoe denkt EFA de kostenstijging fondsenwerving te kunnen remmen? Worden hierbij behalve de fondsenwervende organisaties ook de dienstverleners betrokken?
Bosma: ‘Een rol voor EFA op dit punt is het delen van best practices tussen de Europese lidstaten. Er is veel kennis opgebouwd over hoe kostenbeperkende afspraken met bijvoorbeeld leveranciers gemaakt kunnen worden, wat werkt en wat niet. EFA richt zich daarbij niet op de arrangementen met leveranciers zelf. In de huidige omstandigheden is dat vooral een nationale aangelegenheid. Het gaat met name over het delen van kennis.
Aan de andere kant hebben we allemaal te maken met kosten om te voldoen aan wet- en regelgeving. EFA wil daar meer aandacht voor en kijkt in dit verband ook naar hoe de kosten die hiermee samenhangen zo laag mogelijk gehouden kunnen worden. Daarin heeft EFA nog veel meters te maken. EFA zal zich ook richten op mogelijke uitzonderingen en vrijstellingen voor goede doelen bij specifieke wet- en regelgeving. Denk hierbij aan BTW-afdrachten, EU-beleid om onmaatschappelijk gedrag te voorkomen, zoals anti-witwas en financiering terrorisme, en fiscale afspraken voor crossborder giving.’
 
DDB: Hoe ziet EFA belangenbehartiging op Europees niveau met onder andere EFC? De belangen van fondsgevende en fondsvragende organisaties lopen immers lang niet altijd parallel.
Bosma: ‘De Europese belangenbehartiging voor filantropie in de brede zin is inderdaad veel te versnipperd. De oorzaak daarvan ligt niet zozeer bij uiteenlopende belangen, maar bij te weinig onderling inzicht in de belangen en lobbyagenda’s van de bloedgroepen. EFA zal zich onder mijn voorzitterschap focussen op meer samenwerking met andere Europese spelers. De samenwerking met bijvoorbeeld EFC, Dafne, ECCVAT en Civil Society Europe worden wat mij betreft inniger en sterker.’
 
DDB: Hoe gaat EFA concreet een actievere kennisdeling en informatievoorziening in gang zetten?
Bosma: ‘Onze programma’s moeten aansluiten op de behoefte en interesses van de verschillende EFA-leden en moeten uitnodigen tot nog meer kennisuitwisseling. Dat is vanwege de hybride achterban van enerzijds typische beroepsorganisaties en anderzijds meer klassieke brancheorganisaties niet eenvoudig. Daarbij komt dat je de eigen activiteiten van nationale leden niet in de weg moet zitten. EFA heeft inmiddels een substantieel platform voor kennisuitwisseling. Zo hebben we onze webinars, ons jaarlijkse onderzoek met data over Europese sectorontwikkelingen en zes keer per jaar onze nieuwsbrief Fundraising Europe. In onze jaarbijeenkomst van afgelopen november hebben we opnieuw het net opgehaald: waar liggen de behoeften van de leden? Binnenkort maken we daaruit een selectie, want EFA moet zich richten op dat wat alleen EFA kan. Verder hebben we afgesproken dat de nieuwe EFA-website veel meer dat uitwisselingsplatform moet worden.’ 
 
DDB: In een filantropisch sterk ontwikkeld land als Nederland tonen fondsenwervende organisaties weinig tot geen bereidheid om (mee) te investeren in wetenschappelijk onderzoek (Geven in Nederland, Giving in Europe) en opleidingen. Gaat EFA propageren dat dit op nationaal niveau wel zou moeten gebeuren?
Bosma: ‘Die plannen zijn er niet, de gedachte is wel interessant. EFA wil graag het gesprek aangaan met de VU over de onderzoeksagenda voor Giving Europe. De VU verdient overigens een groot compliment voor het op gang brengen en publiceren van de eerste editie.’

DDB: Welke positie neemt Nederland in binnen het gezelschap van de EFA? Zijn wij een gidsland? Is de samenwerking op sectorniveau zoals binnen SBF in Nederland uniek?
Bosma: ‘Goede Doelen Nederland, destijds nog VFI, en ook het toenmalige Nederlands Genootschap van Fondsenwervers (nu NLFL, red.) waren samen met onder meer het Institute of Fundraising (UK), de Zweedse FRII en de Duitse beroepsorganisatie van fondsenwervers, een van de grondleggers van EFA. De Oostenrijkse brancheorganisatie, Fundraising Verband Austria, is ook een van de dragende organisaties geworden. Maar vergis je niet: kleinere, jongere organisaties brengen ook altijd ervaringen in waar je veel van kunt leren. Ik denk dat onze Nederlandse samenwerking in SBF-verband wel een ‘best practice’ is die in andere landen navolging verdient. En die kant moet EFA op het Europese niveau zeker op. In de komende periode moeten we hier echt in gaan investeren. Een Europees manifest voor filantropie moeten we zeker overwegen.’
 
DDB: Gaat EFA zelf ook werken aan publiciteit? De koepel lijkt (nog) geen grote bekendheid te hebben.
Bosma: ‘Publiciteit moet relevant zijn. Daar kunnen we zeker stappen in zetten. EFA heeft in de beginjaren de focus gelegd op certificering van opleidingen en contacten met relevante spelers in de diverse landen. Fundraising Europe wordt inmiddels gelezen door meer dan twaalfhonderd professionals. De relevantie van EFA zal in de komende tien jaar groeien als platform voor informatie, kennis en kunde, als drager van de Europese standaard van goede fondsenwerving en een veel luidere stem als onderdeel van de Europese civil society.’
 
DDB: Voor welke termijn bent u benoemd en wat moet straks uw ‘bestuurlijke legacy’ zijn?
Bosma: ‘Ik ben in november 2016 voor drie jaar benoemd. Eind 2019 draait een nieuw certificeringsprogramma en moet de stem van filantropie en civil society in Europa hoorbaar zijn.’
3/3