Toon alles (3)

De fondsenwerver als ‘knelpunt-beroep’: werven voor kunst & cultuur in Vlaanderen

25 april 2019, 06:00
Griet Dobbelaere
Griet Dobbelaere
Anders dan in Nederland hebben België en Vlaanderen geen cijfers over giften aan goede doelen. Wel is duidelijk dat Belgen een stuk minder vrijgevig zijn dan Nederlanders. Toch is er een verschuiving gaande, mede door bezuinigingen van overheden. Drie interviews over fondsenwerving in de Vlaamse cultuursector: ‘Fondsenwerving wordt in België vaak nog vaak geassocieerd met bedelen.’
 
Hoewel 80 procent van de Belgen aangeeft filantropie belangrijk te vinden, constateren onderzoekers dat onze zuiderburen vaak eerst naar de overheid kijken, bijvoorbeeld als het gaat om de financiering van kunst en cultuur. Daarbij wordt dan vaak het argument van de belastingafdracht opgevoerd. In 2015 schatte de Charity Desk van de Rabobank het geefpotentieel in België op 2 miljard euro. Wereldwijd staat België op de 39eplaats in de World Giving Index (stijgende trend). Dat is nog altijd een stuk lager dan bijvoorbeeld Nederland (plek 11). 
 
Hoge belastingdruk
Deze cijfers vertellen natuurlijk niet het hele verhaal. België heeft een relatief hoge belastingdruk. Dat geldt vloeit uiteindelijk deels ook terug de maatschappij in, alleen zien we dat dan niet meer als een vorm van filantropie. Wanneer we kijken naar het geefgedrag, dan wordt de gemiddelde gift becijferd op 165 euro in de Barometer Filantropie van de Koning Boudewijn Stichting (2017). Wanneer we kijken naar de top vijf van populairste goede doelen, staan gezondheid en medisch onderzoek op de eerste plaats, gevolgd door humanitaire acties of ontwikkelingshulp en op plaats drie armoedebestrijding en sociale rechtvaardigheid. Pas na milieubescherming en duurzame ontwikkeling komt op plaats vijf culturele vorming en bescherming van het cultureel patrimonium. 
 
Giften niet publiek gemaakt
In het fondsenwervende landschap valt ook op dat de meeste grote giften nooit publiek bekend gemaakt worden. Dat is direct ook een groot cultuurverschil ten opzichte van de Angelsaksische landen. Voor veel major donors, particulieren en ook bedrijven, geldt het adagium Pour vivre heureux, vivons cachés(wie gelukkig wil leven, blijft buiten de schijnwerpers). ‘Dat heeft een stuk met de volksaard te maken,’ aldus Griet Dobbelaere, directeur van Emolife Belgium dat goede doelen traint in fondsenwerving. 
 
De werving bij culturele organisaties staat nog in de kinderschoenen, hoe komt dat?
Dobbelaere‘In heel België speelt de overheid een belangrijke rol in de financiering van culturele organisaties. Veel mensen zien dat ook als een rol van de overheid. Met de campagne ‘Maak van geven een kunst’ die de Vlaams minister Gatz lanceerde - eind december vorig jaar - wordt een eerste stap gezet. Doel is mensen bewust te maken van de dromen en wensen die hun favoriete culturele organisaties hebben en die zij als donateurs mede kunnen realiseren.' 
 

'Kunst en cultuur zijn in België trouwens een zaak van de drie gemeenschappen: de Vlaamse, de Franstalige en de Duitstalige. Vooral de Vlaamse overheid voert een duidelijk beleid om aanvullende financiering te stimuleren. Daarbij wordt altijd beklemtoond dat het om extra geld gaat, niet om vervangende financiering. Dat laatste zou ook niet realistisch zijn. Het gaat hierbij overigens niet alleen over filantropie of sponsoring. De tax shelters voor film en podiumkunsten zijn zeer succesvol. In 2018 leverde alleen al de belastingfaciliteit voor de podiumkunsten bijna 43 miljoen euro bruto op. Daarnaast zijn er culturele organisaties die zelf nieuwe paden bewandelen. Een mooi voorbeeld is de instrumentenstichting van Brussels Philharmonic. Private investeerders kopen het strijkinstrument aan en geven het vervolgens in bruikleen aan musici. Inmiddels heeft de stichting zo een achttiental hoogwaardige strijkinstrumenten ter beschikking kunnen stellen aan orkestleden. Dat vertegenwoordigt toch een waarde van zo’n 2.7 miljoen euro. Een win-win-win voor zowel de investeerders, de musici als het publiek.’
 
En waarom komt er nu beweging in de culturele sector in Vlaanderen en België?
‘Dat culturele organisaties meer gaan kijken naar aanvullende middelen heeft deels te maken met bezuinigingen of de vrees daarvoor. Deels ook omdat organisaties minder afhankelijk wensen te zijn van de overheid. Het blijft per slot van rekening een politieke keuze om wel of geen subsidie te verstrekken. Daardoor kan ook de hoogte van de subsidies sterk fluctueren. En natuurlijk kunnen subsidies niet alle plannen en projecten dekken. Vaak dekken overheidsbijdragen voornamelijk de basisfinanciering. In de fondsenwerving richten we ons daarom dikwijls op additionele zaken die buiten deze basis vallen.’
 
Is het voor musea makkelijker werven dan voor podia, omdat zij tastbaar erfgoed bewaren? 
‘Ja, in het algemeen zien we wel dat het voor materiële zaken makkelijker is om te werven. Het cliché is dat de Vlaming geboren wordt met een baksteen in de maag. Dat wil zeggen: die heeft graag onroerend goed in eigendom. Dat zien we ook terug in de fondsenwerving, of het nu voor de podiumkunsten is of voor de musea. Wanneer het gaat over de aankoop van een kunstwerk versus de productie van een nieuwe voorstelling, dan is een object in veel gevallen aantrekkelijker. Het is tastbaar en blijvend, de podiumkunsten zijn toch vluchtiger.’
 
gerelateerde items