Etnisch profileren aan de deur

16 februari 2017, 06:00
Aan deze deur wordt niet gegokt op niet erkende doelen. Opzouten.
Aan deze deur wordt niet gegokt op niet erkende doelen. Opzouten.
Goedemorgen luisteraars. Nu mijn taakstraf erop zit voor het waxinelichthouder-incident met filantropieprof Theo Schuyt kan ik mij weer wijden aan het schrijven van cursiefjes. De tuin van Theo is weer helemaal pico bello en de cijfers van Geven In Nederland 2017 zijn op zijn verzoek door mij helemaal gecheckt (en her en der wat naar boven bijgesteld richting 6 miljard, maar dat moet ik hem nog even mailen).
 
En ik heb heel wat in te halen, want in Het Land van Goed Doen struikel je over het nepnieuws. In het HAH-suffertje dat ik in Amsterdam-Noord in de bus krijg, trof bijvoorbeeld een advertentie van het Centraal Bureau Fondsenwerving mijn oog. De tekst luidde: ‘Doet u een gok of doet u een gift? Weet waarvoor je geeft. Let op de CBF-erkenning.’
 
Eerst even het geraffineerde Nederlands dat overduidelijk de geestelijk beperkten op de juiste hurkhoogte aanspreekt.
‘Een gok doen’? Dat klinkt als het popi kleedkamerjargon van een plastisch chirurg die tussendoor een nose job moet doen: ‘Ha Floris-Jan, ik moet eerst even een gok doen en daarna botoxen we samen wel de twee Harry’s van mevrouw Paay.’ Zoiets.
 
Dan het ronduit intrigerende ‘een gift doen’. ‘Een gift doen?’, dat klinkt als potty training gericht op de leeftijdscategorie 2 tot 4 jaar. Dus onder aanmoediging van mama met rood hoofd zo’n bruine jongen naar buiten werken. ‘Moet Diederik een giftje doen? Toe maar jongen, laat mama maar zien.’
 
‘Doet u een gok of doet u een gift?’: deze vraag geeft doneren aan de deur precies de putlucht die erbij hoort. En het bevordert volledig het etnisch te profileren bij de collecte. Ben je ‘erkend’ dan ben je ok, maar ben je niet ‘erkend’ dan val je automatisch in de categorie ‘gokken’. Daarmee wordt geven aan niet-erkende goede doelen precies wat het is: een soort Russisch roulette. Geven aan niet-erkende doelen? Jongens, waarom flikker je niet gelijk je hele pensioen en spaartegoed in de gracht: wat een risico!
 
Komt dus opnieuw die jongen van de wijkspeeltuinvereniging aanbellen - u weet wel, Henkie van drie huizen verder, met dat ziekenfondsbrilletje en die stotter - dan zegt u kordaat: ‘Een eu-eur-euro? Zeg laat eerst die Er-er-er-kenning maar eens ze-ze-ze-zien!’
 
Daar heeft Henkie natuurlijk niet van terug, die kleine oplichter. Want dat is het: tuig dat zonder erkenning de deuren afstroopt om uw geld af te troggelen.
Vlak voordat Henkie in tranen uitbarst zegt u dan heel goed gearticuleerd: ‘Aan de deur wordt niet gegokt!’ En dan zwiept u die vlak voor zijn beteuterde neus met een triomfantelijke knal in het nachtslot.
Da-da-da-dat zal ze leren.
Dus.
ir. Han Schuringa jr. is terug! Maar wie is hij?

Vanaf begin 2006 schreef ir. Han A. Schuringa jr. wekelijks columns voor Filantropie Magazine, Filanthropium Journaal, en nu voor De Dikke Blauwe Journaal. Daarin observeert de gepensioneerde oud-PTT’er pijnlijk precies de discrepantie tussen filantropische droom en daad, met een intense afkeer van gladde mooidoenerij voor eigen gewin. 

Schuringa zorgt door zijn militante benadering voor een schisma bij de DDB-leden: het is dolle haat of onbegrensde liefde. De afwezigheid van elk respect voor de bewoners van ‘Het Land van Goed Doen’, het gebruik van zedenschendende taal, alsmede de tomeloze drift tot beledigen, maken van Han Schuringa de meest omstreden filantropie-columnist van Nederland.

Zijn leven (zeer beknopte versie)
Schuringa is gepensioneerd oud-Hoofd Groot Onderhoud van de voormalige PTT en reeds 40 jaar voorzitter van de Speeltuinvereniging Oosterzaan, waarvan de laatste 15 jaar geroyeerd. Als enige rechtmatige uitvinder van de klapschaats procedeert hij al ruim zestien jaar met zowel TNO als schaatsfabrikant Viking om zijn recht te halen.
Al zijn vakanties besteedt hij aan het onderhoud van zijn modelspoorbaan. Schuringa twittert jaarlijks 1x op www.twitter.com/hanschuringa en blogt via http://schuringablog.blogspot.nl/
Tevens is hij oprichter van diverse filantropische Fondsen, waaronder Stichting Baanspoor Vrij Baan. Met de Belastingdienst voert hij al een jarenlange strijd om zijn stichting als ANBI erkend te krijgen. De fiscus meent volgens Schuringa echter geheel ten onrechte dat zijn statutaire doelstelling ‘de popularisering van modelspoorbouw voor mensen met pleinvrees in Amsterdam-Noord’ niet het algemeen nut dient.
Schuringa is op dit moment de enige beneficiant van zijn stichting, nadat hij zijn broer Lloyd uit het bestuur had verwijderd. Lloyd is volgens de ingenieur met de lelijkste vrouw van het westelijk halfrond getrouwd en 'heeft bij haar twee dito kinderen weten te verwekken'.
De recente onmin met zijn broer vloeit voort uit een beschuldiging: volgens Lloyd zou Schuringa een waxinelichthouder hebben gegooid naar prof. Theo Schuyt, terwijl dat volgens de ingenieur precies andersom was.

Veel vragen krijgt Schuringa over de kenmerkende bruine papieren zak die hij buitenshuis over zijn hoofd draag. Intimi weten dat dit een gevolg is van zijn existentiële pleinvrees, die hem in 1996 dwong met vervroegd pensioen te gaan. Nu weet u het ook.


Schuringa's laatste bloemlezing 'De nog meer ergste dieptepunten' bestellen? Klik hier
Meer weten over Schuringa? Klik hier voor zijn eigen Selectpage
gerelateerde items