Communicatie Geefwet loont voor culturele instellingen

10 juni 2016, 14:00
René Bekkers
René Bekkers
Hoe beter er over de Geefwet wordt gecommuniceerd, hoe beter dat is voor de inkomsten van culturele instellingen. Ook ondernemerschap en andere manieren van fondsen werven werpen hun vruchten af. Dat blijkt uit van de Werkgroep Filantropische Studies van de Vrije Universiteit Amsterdam in opdracht van het ministerie van OCW. De resultaten werden gisteren bekend gemaakt.
 
In 2012 werd de Geefwet ingevoerd met een multiplier die de aftrekbaarheid van giften aan culturele instellingen verhoogde. Bovendien kregen culturele instellingen meer mogelijkheden eigen inkomsten te genereren uit commerciële activiteiten. Tegelijkertijd was er de vraag naar meer ondernemerschap omdat er veel bezuinigd moest worden. De Werkgroep Filantropische Studies van de VU onderzocht hoe Nederlandse particulieren en bedrijven op deze verandering hebben gereageerd en hoe culturele instellingen hier zelf mee om zijn gegaan.
 
Inkomsten uit fondsenwerving nemen toe
Uit het onderzoek blijkt dat Nederlandse huishoudens na de invoering van de Geefwet niet meer zijn gaan geven aan culturele instellingen. De sponsoring door bedrijven nam wel toe. De culturele instellingen zelf werden na 2012 actiever in het werven van eigen inkomsten en dat heeft enigszins vruchten afgeworpen: ongeveer veertig procent van de instellingen is hierin succesvol geweest. En hoewel de toename in de inkomsten uit fondsenwerving in 2013 niet voldoende is geweest om de totale inkomsten van culturele instellingen op peil te houden, is deze inhaalslag in 2014 wel gemaakt.
 
Kennis laat te wensen over
Opvallend is dat de kennis over de Geefwet te wensen overlaat. ‘Bijna de helft van de vermogende particulieren weet niet dat giften aan culturele ANBI’s verhoogd aftrekbaar zijn’, zegt onderzoeker René Bekkers in het rapport. ‘Van de bedrijven weet twee derde dit niet en van alle huishoudens in Nederland is dat zelfs drie kwart.’
Dat is niet zo vreemd; 63 procent van de instellingen zegt niet te communiceren over de Geefwet. Ook het feit dat sinds 1 januari 2014 het niet langer nodig is een periodieke gift vast te leggen in een notariële akte, wordt nauwelijks gecommuniceerd. Slechts 25 procent zegt dit te hebben gecommuniceerd aan donateur en drie kwart deed dit niet.
 
Communicatie werkt op lange termijn
Grotere instellingen hebben vaker over de Geefwet gecommuniceerd. Bekkers: ‘De groep die heeft gecommuniceerd over de Geefwet in 2013 heeft echter minder inkomsten ontvangen dan in 2012. Ook bij de groep instellingen die niet heeft gecommuniceerd over de Geefwet zijn de inkomsten in 2013 gedaald ten opzichte van 2012, zij het in mindere mate.’
Maar in 2014 stijgen de inkomsten voor de instellingen die hebben gecommuniceerd over de Geefwet. De instellingen die niet hebben gecommuniceerd over de Geefwet zagen hun totale inkomsten nauwelijks toenemen tussen 2012 en 2014. Op de lange termijn lijkt de communicatie dus wel te werken.
 
Cultuur komt in beweging
De Geefwet zorgde er wel duidelijk voor dat culturele instellingen in beweging kwamen.
‘De multiplier in de Geefwet zorgt er op zichzelf niet voor dat culturele instellingen voldoende eigen inkomsten genereren om de effecten van bezuinigingen op overheidssubsidie te compenseren. Voor een toename in inkomsten uit andere bronnen is een inspanning van culturele instellingen nodig. We zien culturele instellingen over de gehele linie, van zeer klein tot zeer groot, in beweging komen. Instellingen die voor de invoering van de multiplier en de Geefwet zich niet of nauwelijks bezighielden met het genereren van eigen inkomsten zijn daar in de afgelopen drie jaar actiever in geworden.’
 
 
Over het onderzoek
Het onderzoek werd uitgevoerd door de Werkgroep Filantropische Studies van de Vrije Universiteit Amsterdam op verzoek van het ministerie van OCW naar de veranderingen in het geefgedrag aan culturele instellingen en de wijze waarop potentiële donateurs en sponsors worden benaderd na de invoering van de Geefwet in 2012.
Het onderzoek is uitgevoerd onder representatieve steekproeven van meer dan 1.000 huishoudens en meer dan 1.100 bedrijven. Bovendien zijn meer dan 800 vermogende particulieren ondervraagd en bijna 1400 culturele instellingen over de jaren 2011 tot en met 2014. Longitudinale groepen van bijna 500 huishoudens en 300 culturele instellingen namen twee maal aan het onderzoek deel. 
 
gerelateerde items