Toon alles (1)

Veertig jaar fondsenwerving: veertig jaar onstuitbare groei

18 december 2008, 08:59
Wat vind je als je de CBF-gegevens van meer dan veertig jaar inkomsten uit fondsenwerving inventariseert? Een onstuitbare lijn omhoog, en flinker steiler ook dan ons BBP dat vanaf 1965 met een factor 10 groeide: de inkomsten uit fondsenwerving groeide sinds die tijd met een factor 20! Deze en andere opmerkelijke observaties, hoorden de aanwezigen tijdens de goed bezochte CBF-jaarbijeenkomst afgelopen dinsdag in Utrecht uit de mond van socioloog dr. René Bekkers (verbonden aan UU en UvA).


Door de gemiddeld stijgende fondsenwervingslijn - met een aantal aanwijsbare dips (zoals rond de oliecrisis in 1973) - af te zetten tegen de plaatjes van beurzen, spaartegoeden, huizenprijzen, vermogen, werkloosheid en consumentenvertrouwen van de afgelopen vier decennia probeerde Bekkers enkele wetmatigheden te deduceren die voor de toekomst wat meer houvast kunnen geven. Al haastte Bekkers zich te melden dat rendementen uit het verleden uiteraard geen enkele garantie voor de toekomst geven, zoals de kredietcrisis ons allemaal weer hard heeft geleerd. Interessant was daarom het verband tussen de beurskoersen en de inkomsten uit fondsenwerving nader te bekijken. Bekkers constateert dat in voorgaande jaren na beursdalingen een stagnatie in de groei of zelfs een lichte daling in inkomsten volgt, met een vertraging van 1 of 2 jaar. Dit zou dus kunnen betekenen dat al in 2009 de gevolgen van de huidige kredietcrisis merkbaar kunnen worden voor fondsenwervende instellingen.



Buffers

Opmerkelijk was ook de constatering dat niet zozeer het netto besteedbare inkomen van burgers de inkomsten uit fondsenwerving beïnvloedt, maar meer hun spaartegoeden en financiële "buffers". De groei van deze tegoeden lijkt een positieve factor, maar ongunstig lijken de factoren "werkloosheid" en "huizenprijzen". De inkomsten uit fondsenwerving zijn hiervan volgens Bekkers sterk afhankelijk, soms met een vertraging van 1 of 2 jaar.



Conjunctuur-ongevoelig

Veranderingen in het consumentenvertrouwen werken volgens Bekkers pas sinds 1994 aantoonbaar direct door in de inkomsten uit fondsenwerving, ook hier weer met een vertragingsfactor. De belangrijkste conclusie is hier dat het geefgedrag veel stabieler is en minder schommelingen vertoont dan de CBS-index. Bekkers: "Giften zijn relatief conjunctuur-ongevoelig". Een effect dat overigens ook uit de VS bekend is: daar is het geefgedrag zelfs nog stabieler dan in ons land. Volgens Bekkers is dat te verklaren uit het feit dat burgers in de VS nog veel meer dan in Nederland in tijden van economische neergang afhankelijk zijn van private weldoeners dan van de staat.

gerelateerde items