Veel mis bij doe-het-zelf-hulp

23 april 2009, 08:59


Anderhalf jaar geleden constateerde onderzoeker Lau Schulpen dat doe-het-zelvers in ontwikkelingshulp alle mogelijke fouten maken. De eerste stappen naar meer professionalisering worden inmiddels gezet. Met vallen en opstaan, dat wel. Zo bleek 19 april op de Dag van het Particuliere Initiatief in Nijmegen.

Eind 2007 gooide onderzoeker Lau Schulpen van CIDIN (Centre for Int. Development Issues Nijmegen) de knuppel in het hoenderhok van de doe-het-zelvers in ontwikkelingshulp die vooral sinds de tsunami welig tieren. De zelfgenoegzaamheid van kleintjes - ‘wij doen het goedkoper, sneller en integerder dan de Novibs en Cordaids'- werd cru doorbroken. Schulpens kritiek was niet mals. Te incidenteel, te weinig op continuiteit gericht en te weinig samen met de lokale bevolking. Veel doe-het-zelvers werken bovendien geisoleerd en ze leggen amper verantwoording af aan hun achterban. Maar ze kunnen rekenen op ieders sympathie.


Doe-het-zelvers: meer van hetzelfde

Op 19 april, anderhalf jaar later, leidt Schulpen de dag van het Particuliere Initiatief in. Er is veel gebeurd sinds zijn rapport en veel kleine initiatieven hebben de handschoen opgepakt. De eerste stappen naar professionaliteit zijn gezet. Het Particuliere Initiatief (zoals ze zelf graag genoemd worden) is een gesprekspartner voor het ministerie van BuZa en allerlei grote ontwikkelingsclubs bieden subsidies en faciliteiten om de kleintjes beter op gang te helpen. Sommige PI's ontvangen ook subsidie uit het MedeFinancieringStelsel van BuZa.


CIDIN-collega Sara Kinsbergen deed onderzoek naar het particulier initiatief en constateert dat hun profiel nauwelijks verschilt van dat van mensen van de grote ontwikkelingsorganisaties. De meeste doe-het-zelvers zijn ouder dan 50, man, en vooral actief in vakantielanden (grotendeels dezelfde landan als waar de grote clubs werken, beiden doen dus aan het geconstateerde ‘kluitjesvoetbal'). Onder de jongeren zijn vrouwen in de meerderheid. Het aantal PI's groeit nog steeds, maar er zijn geen duidelijke veranderingen zichtbaar. Kinsbergen: ‘Er komt steeds meer van hetzelfde.'

 


Veel hardware, weinig software

Schulpen en Kinsbergen stellen vast dat het investeren in de opbouw van lokale organisaties nog steeds nauwelijks gebeurt. Het zijn allereerst stenen en waterputten, waar PI's zich op storten. Schulpen: ‘Het blijft bij hardware, ze doen weinig aan software.' Reflectie op het eigen groeibeleid, is er nauwelijks

 


De grote ontwikkelingsorganisaties helpen flink mee, ook al omdat de PI's goed zijn voor het draagvlak van ontwikkelingssamenwerking. En dat ligt flink onder vuur. Linkis (Cordaid, Hivos, Novib, NCDO), Impulsis (Edukans, Kerk in Actie, ICCO) en Wilde Ganzen geven subsidies en trainingen. Het niveau waarop ze dat doen, varieert (de zaal is erg te spreken over Impulsis en Wilde Ganzen), maar een ding staat voorop: PI's moeten aan steeds strengere eisen voldoen om subsidie te krijgen. Schulpen: ‘Op die manier werken de groten mee aan de professionalisering van de kleintjes.'

 


Bij professionalisering van de kleintjes hoort natuurlijk ook een koepel:Partin, die de kleintjes wil ondersteunen met een helpdesk en het aanvragen van ANBI-status. Er is onder de doe-het-zelvers enige vrees voor wéér een organisatie in dit mijnenveld van afkortingen en instanties.

 


Grote clubs stellen verschillende eisen

‘Linkis was een heel goed idee en een paar jaar later zijn sommige organisaties daar alweer naast gaan opereren.'

Robert Wiggers (Wilde Ganzen): ‘Onze criteria zijn iets anders. Wij stimuleren nadrukkelijk wel de organisatie-opbouw. Een kwart van onze subsidies gaat naar capaciteitsopbouw bij lokale partners, driekwart gaat naar de infrastructuur. PI's moeten bij ons een dubbele subsidie-aanvraag indienen: een vanuit het Zuiden (de lokale partner) en een vanuit Nederland. Het ‘ownership' van het project moet in het Zuiden liggen.'

 


NCDO subsidieert ook projecten die voor 100% uit capaciteitsopbouw bestaan. Onder druk van de subsidiegevers en het maatschappelijk debat zijn PI's zelf veel kritischer geworden, aldus Wiggers. Sommige werken al met externe evaluaties. ‘Het is duidelijk geworden dat ontwikkelingssamenwerking een vak is. En een erg lastig vak ook nog.'

 


Donateurs krijgen geen realistisch beeld

Dat is precies wat Mirjam Vossen (Stichting Het Goede Doel, auteur ‘Hulp' en ‘Eerst Hulp bij Ontwikkelingswerk') beweert.

‘We zijn veel te bang dat onze donateurs, of dat nu een bedrijf, NOVIB of tante Bep is, ons in de steek zullen laten als we slecht nieuws hebben. Maar ons werk is verschrikkelijk moeilijk. We hebben regelmatig tegenvallers. Nu de roep om effectiviteit groeit, zijn we teveel geneigd mislukkingen onder het tapijt te geven. Terwijl we er juist iets van moeten leren! Openheid, dus.'

 


Die fout maken zowel de grote als de kleine ontwikkelingsclubs, aldus Vossen. ‘We benadrukken te weinig hoe moeilijk ontwikkelingswerk is. We hebben de donateur verleid met simpele successen. We geven geen realistisch beeld.' De huidige draagvlakcrisis komt niet door gebrek aan resultaten, maar door gebrek aan realisme.'

 


Vossen roept ook op om indien nodig, te stoppen met een project of organisatie. ‘Stoppen is soms beter dan doormodderen.'

 


Een ander manco bij PI's is, dat er relatief weinig projecten zijn die inkomen genereren in de lokale samenleving. Schulpen: ‘En deze projecten mislukken vaker.'

Een duidelijk beeld van het aantal afvallers onder de PI's is er overigens niet.

 


Aan de subsidiekraan?

De Belgische onderzoeker Tom de Bruyn is verbaasd over ‘het percentage van de discussie dat neerkomt op het vinden van subsidie'. Dat is in Belgie (daar heet de sector De Vierde Pijler) heel anders. Nadeel is dat veel PI's oneindig bezig blijven met het doen van tijdrovende aanvragen, voordeel is dat er structureel aan kwaliteitsontwikkeling wordt gewerkt.

 


Inderdaad: soms leek deze dag op een verkorte cursus Hoe Doorgrond in de Financieringskanalen van Allerlei Instellingen. En ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat sommige PI's erg gretig worden omarmd door groter subsidiegevers, omdat ze zo aantrekkelijk onder de noemer ‘jong en vernieuwend' te schuiven waren.

 


De plannen van Koenders, waarbij meer nadruk komt te liggen op samenwerking en minder op draagvlakvergroting in Nederland, zal ook de PI's op hun prille grondvesten doen schudden. Advies van een jonge ondernemer: ‘Naar de bedrijven, jongens. Sponsors zoeken! Winst maken! Als je maar een goed product hebt!' Even later bleek dat ook zijn veelbelovende initiatief het niet zonder een startsubsidie van een van de Linkissen kon stellen.

 


Zie ook:

www.cidin.nl

www.hetgoededoel.nl

www.partin.nl

gerelateerde items