Onderzoek VBDO: Grote verschillen tussen prestaties vermogensbeheerders op duurzaamheid

28 november 2012, 04:00
Onderzoek VBDO: Grote verschillen tussen prestaties vermogensbeheerders op duurzaamheid
Onderzoek VBDO: Grote verschillen tussen prestaties vermogensbeheerders op duurzaamheid
Er zijn grote verschillen in de prestaties van vermogensbeheerders als het gaat om advies over de verduurzaming van de financiën van charitatieve organisaties. Dat blijkt uit recent onderzoek van de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO) i.s.m. onderzoeksbureau Profundo. Elf vermogensbeheerders namen deel aan het onderzoek. ASN en Triodos kwamen als duidelijke koplopers naar voren.

Het VBDO-onderzoek was het tweede naar de vermogensbeheerders: hoe presteren zij eigenlijk als het gaat om advies op duurzaam beheer en beleggen? Anniek Herder van Profundo gaf vorige week tijdens een mini-seminar van VBDO bij Triodos Bank in Zeist een toelichting op de uitkomsten.

“Geen benchmark met ranking”
In het onderzoek is gekeken naar een verantwoord beleggingsprofiel, het dienstenaanbod en een verantwoorde bedrijfsvoering. Herder: “Dit is nadrukkelijk geen benchmark met een ranking. Er zijn wel scores voor de hiervoor genoemde drie pilaren van het onderzoek, maar deze scores niet bij elkaar opgeteld.”
Ook is de kostenstructuur niet onderzocht. Daarvoor zou je volgens Herder eigenlijk een mysteryshopper op pad moeten sturen. Zo’n methode is klaarblijkelijk nodig om zicht te krijgen op de kosten, hetgeen zeer te denken geeft.

Elf vermogensbeheerders
Twaalf vermogensbeheerders die veel voor filantropische organisaties werken, zijn voor het onderzoek geselecteerd. Dit is in samenspraak gebeurd met de koepelorganisaties voor de fondsenwervende instellingen (VFI) en de vermogensfondsen (FIN). Uiteindelijk hebben elf vermogensbeheerders besloten mee te doen aan het onderzoek.

De beoordeling van de vermogensbeheerders richtte zich, zoals gezegd, op drie onderdelen: het eigen verantwoord beleggingsbeleid van de vermogensbeheerder dat wordt toegepast op alle beleggingen die de vermogensbeheerder beheert voor al zijn klanten; het dienstenaanbod op het gebied van verantwoord beleggen wat aan de filantropische instelling wordt aangeboden om diens verantwoord beleggingsbeleid op te zetten en te implementeren; en de verantwoorde bedrijfsvoering waar de nadruk ligt op transparantie, verantwoording, het uitdragen van de Principles for Responsible Investment (PRI), en het bonusbeleid.

Dienstenaanbod: weinig verschil
Binnen het verantwoord beleggingsbeleid zijn er verschillende soorten vermogensbeheerders te onderscheiden. Twee hebben geen eigen beleid, vier hebben een beleid op controversiële wapens, vijf hebben een beleid wat refereert aan UN Global Compact of hebben instrumenten die afgeleid zijn van de UN Global Compact. Bij het hoofdonderdeel  dienstenaanbod is er relatief weinig verschil tussen de vermogensbeheerders die de instrumenten ‘ontwikkelen beleid’, ‘research en screening’, ‘uitsluiting’, en ‘positieve selectie’ aanbieden. Wanneer een filantropische instelling een vermogensbeheerder wil selecteren die ‘impact investment’, ‘stemmen’ en ‘engagement’ aanbiedt, is er meer verschil tussen de vermogensbeheerders te zien.
Ook bij verantwoorde bedrijfsvoering zijn er verschillen tussen de vermogensbeheerders op te merken. Dit geldt zowel in de score op het bevorderen van de PRI, als het bonusbeleid, als de publieke rapportage.

Leiders, middenmoot en achterblijvers
Op basis van de scores van de vermogensbeheerders zijn er drie groepen vermogensbeheerders geïdentificeerd. De eerste groep bestaat uit ASN Vermogensbeheer en Triodos Private Banking. Deze behalen een hoge score op ieder van de hoofdonderdelen. Vervolgens valt er een grote middenmoot te identificeren die veelal lager scoort op verantwoord beleggingsbeleid, relatief hoog scoort op dienstenaanbod en wisselende scores krijgt op verantwoorde bedrijfsvoering. Deze groep bestaat uit ABN AMRO Mees Pierson, IBS, ING Private Banking, Kempen Capital Management, Schretlen & Co en Staalbankiers. Ten slotte is er een groep van vermogensbeheerders die de laagste score krijgen op verantwoord beleggingsbeleid, een niet zo grote diversiteit aan duurzame diensten aanbieden en ook niet hoog scoren op verantwoorde bedrijfsvoering. Deze groep bestaat uit Insinger de Beaufort, Theodoor Gilissen en Wealth Management Partners.

Bij de meeste vermogensbeheerders is er veel mogelijk op het gebied van duurzaam beleggen. Ze merken echter ook dat er amper naar die diensten gevraagd wordt. Filantropische instellingen kunnen de VBDO-studie gebruiken om met de vermogensbeheerder om tafel te gaan zitten en een beleid uit te stippelen wat het beste bij hun organisatie past.

Download het rapport Geld Geldt ook! Best practices en dilemma's rondom duurzame financiën en maatschappelijke instellingen

Download het rapport Vermogensbeheer voor filantropische instellingen

Voor het verslag van het mini-seminar van CBFO van vorige week: klik hier.
gerelateerde items