Toon alles (2)

Grote thema's IFC: passie

15 november 2007, 08:59
Valt er nog iets nieuws te zeggen over het totaal afgekloven begrip passie? Toch wel, concluderen experts op het IFC. En dan vooral wat betreft de goede doelen zélf. Bij onze donateurs zit het meestal wel goed, schrijft FM-verslaggeefster 10.


‘I'm the anti-passion speaker'

Alles over passie is nu toch wel ongeveer gezegd. Een hele reeks Civil Society's, IFC's en marketingcongressen hebben zich al op dit thema gestort. Nadat we de laatste jaren keer op keer bevlogen medewerkers van goede doelen hebben horen verklaren dat ze werden gedreven door een grote passie voor waterputten bouwen, theater voor oorlogskinderen of het welzijn van de ijsbeer, was het verkwikkend om nu Karen Osborne te horen verklaren dat ze ‘the anti-passion speaker' was.

 


Leiderschap en empathie belangrijker dan passie

Osbourne (gerommeerd consultant, trainer en auteur over fundraising en marketing) was een van de vier panelleden die het thema passie inleidden op een van de Big Issue debatten op het IFC, twee weken geleden. Osbourne pleitte voor meer aandacht voor de andere kwaliteiten die goede fondsenwervers moeten hebben. Leiderschap, empathie, doorzettingsvermogen en een grote onverstoorbaarheid. Osbourne: "Fondsenwervers werken nu eenmaal soms in organisaties en landen die niet altijd veel verstand hebben van filantropie. Ook al noemen we ons dan goede doelen organisaties." Daarom, aldus Osbourne, moet een goede fondsenwervers zich niet laten opbranden door passie voor de core business van zijn organisatie. "In onze organisaties is nog plaats voor degelijke types." Leiderschap en empathie zijn dé belangrijkste eigenschappen voor een goede fondsenwerver. "En zet zo'n stabiele kracht vooral in een team tussen al die over-gepassioneerde types."

 


Niet selecteren op passie!

Ook Per Stenbeck (o.a. Greenpeace Zweden en UNICEF) hekelt de overwaardering van passie. ‘Een lege term, die niets zegt over vakmanschap en visie. "Passie moet samen gaan met intelligentie. Ander wordt je organisatie leeggezogen." Het selectiebeleid van goede doelen laat vaak veel te wensen over, meent Stenbeck. "In onze sector selecteren we op passie en daarna slaan we het er in het dagelijkse werk snel weer uit."

Een goed onderdeel van de selectieprocedure: vraag de nieuwe fondsenwerver een beeld te schetsen van de organisatie over 3, 5 en 10 jaar. Dat vereist intelligentie en inlevingsvermogen. "En neem niemand aan die het dan alleen maar over geld en ledenaantallen heeft."

 


Veel passie aan de basis, weinig aan de top

Onder in de organisatie is meestal een overdosis ongeleide passie te vinden, terwijl het op CEO- en boardniveau wel een beetje meer mag zijn. Stenbeck: "Goede, bruikbare passie ontstaat door ervaringen. Daarom is het zo belangrijk dat we de top van onze organisaties zelf dingen laten meebeleven. Ze moeten naar het vluchtelingenkamp, het opvanghuis, de zeehondencrèche en de walvisjagers. Neem de bestuursvoorzitter mee naar de donateurs-dag, laat je directeur een dag op de klantenservice werken en dompel het hele bestuur onder in een weekend vrijwilligerswerk. En doe dat meteen. Na een maand of twee is het al te laat. Dan zitten nieuwe CEO's al helemaal in de hiërarchie en beleidsplannen."

 


Ongefundeerde opwinding mag nooit

Jennie Thompson (fundraising consultant, US) waarschuwt voor het overvoeren van de gevers met passie. "Donateurs hebben altijd passie, anders steunden ze onze organisatie niet. Maar wij overladen ze met emotie, waardoor we ze leegzuigen. We maken mensen murw, allereerst onze eigen achterban. Resultaat van al die heftige beelden, geëxalteerde teksten en onheilstijdingen is dat de lange termijn loyalty vrijwel in alle typen organisaties daalt de laatste jaren."

Thompson: "We denken dat onze eigen donateurs wel een stootje kunnen hebben. Wanneer ze enthousiast zijn over pinguïns zullen we ze ook overspoelen met walvissen. Dat schaadt de intimiteit die we met onze achterban opbouwen. Met je goede vrienden zit je ook niet altijd heel diepzinnig te praten."

Sommige organisaties roepen meer passie op dan andere. Stenbeck: "Toen ik voor Greenpeace werkte werd ik gezoend óf in het gezicht gespuugd. Nu ik voor UNICEF werk, vindt iedereen dat ik best goed bezig ben." Pas je communicatie daarbij aan. "Tegen Greenpeace-donateurs kun je je heftiger uitlaten dan tegen UNICEF-achterban. Maar ongefundeerde opwinding mag nooit."

 


Stop de info-overkill en de emotionele incontinentie

Grote misvatting, aldus Thompson, is te denken dat er na een gift al sprake is van loyalty. Iemand geeft iets en we vragen meteen om méér. En nog meer. En nog meer. Het wordt tijd voor een subtielere benadering, waarbij we ervan uitgaan dat iemand die ons een of twee keer heeft gesteund met grote omzichtigheid benaderd moet worden. Heel veel bedanken en dan maar eens afwachten, adviseert Thompson. En dat is natuurlijk dwars tegen de gangbare fondsenwervingspraktijk in. "Ieder mens verwerkt duizenden prikkels per dag, die steeds heftiger en gepassioneerder worden. We moeten zeep kopen, en auto's. Hongerige kinderen redden en gezond leven. Alles komt met dezelfde hevigheid op onze donateurs af. Wij zijn mede de oorzaak van hun afstomping.

Hoe moet het dan wel? Daarover zijn de panelleden het eens: ‘Laat je eigen personeel en donateurs regelmatig iets beleven. En geef ze kans om die ervaring te internaliseren. Ze blijven dan langer en zijn van meer nut. Thompson: ‘Stop de informatie-overkill en de emotionele incontinentie. Kies voor dialoog. Investeer in eigen huis in goed management, waarbij ‘intelligente passie' een sleutelbegrip is. Tot slot: neem nooit jobhoppers aan als fondsenwerver, vooral niet als ze overlopen van passie. Osbourne: ‘Grote stappen, nooit thuis."

gerelateerde items