Filantropie anno 2012: Doe wel en evalueer

17 juli 2012, 04:00
Filantropie anno 2012: Doe wel en evalueer
Filantropie anno 2012: Doe wel en evalueer
door Miriam Wijnen

Projecten evalueren en daarmee de eigen maatschappelijke effectiviteit toetsen is voor vermogensfondsen steeds meer dagelijkse praktijk. Zeker nu fondsen vaker partners worden van projecten in plaats van eenmalige geldschieters. De FIN, Vereniging van Fondsen in Nederland, signaleert dit en juicht de ontwikkeling toe. Rick Wagenvoort, directeur FIN: “Door bijeenkomsten van projectadviseurs en de recente FIN-brochure Projectevaluatie stimuleren we evaluatie en effectmeting.”

De jaren van ‘Doe wel en zie niet om’ zijn definitief voorbij. Bij zowel grote als kleine vermogensfondsen groeit het besef dat men kan leren van afgesloten of lopende projecten. Waardoor de gedoneerde euro zoveel mogelijk effect teweegbrengt voor de maatschappij.
“De druk op vermogensfondsen neemt toe door de overheidsbezuinigingen op veel terreinen”, aldus Rick Wagenvoort. “Mede daardoor willen fondsen de juiste keuzes maken.” Dat betekent niet dat men geen risicovolle projecten steunt, want dat is nu juist een van de unieke kenmerken van vermogensfondsen. Maar fondsen willen wel weten waar het beter kan. En vragen dan ook steeds vaker aan aanvragers om deel te nemen aan projectevaluaties.



FIN-brochure Projectevaluatie
Om fondsen bij het evalueren te ondersteunen heeft de FIN recent een brochure uitgebracht over projectevaluatie, ‘Maatschappelijk meer bereiken door evalueren van projecten’. De brochure geeft uitleg over het belang van evalueren. Fondsen kunnen dit doen om zich te verantwoorden, de kennis van hun werkterrein te verdiepen of om hun eigen beleid te ontwikkelen, zodat hun maatschappelijk effect kan toenemen. Het laatste doel, evalueren om te ontwikkelen, vormt de rode draad in de brochure.

Kleine fondsen
“Zoveel mogelijk bereiken voor de maatschappij is voor vermogensfondsen de belangrijkste drijfveer”, zegt Wagenvoort “Of ze nu werken op het terrein van welzijn, gezondheid, cultuur of natuur. Of ze nu groot of klein zijn.” Met de positie van kleinere fondsen wordt in de brochure specifiek rekening gehouden. Bij kleinere fondsen is vaak beperkte tijd en mankracht beschikbaar, waardoor de stap om te evalueren minder snel wordt gezet. De brochure laat zien dat evalueren ook voor kleine fondsen toegevoegde waarde heeft en niet onevenredig veel tijd hoeft te kosten.

Evaluatie-instrumenten
De brochure biedt een praktisch overzicht van evaluatie-instrumenten die fondsen kunnen inzetten. De lijst bevat relatief eenvoudige instrumenten zoals het evaluatieformulier, maar ook meer complexe ‘meetlatten’ zoals Social Return On Investment (SROI).

Dagelijkse praktijk
Met name bij grotere vermogensfondsen is projectevaluatie niet meer weg te denken uit de dagelijkse praktijk. Wagenvoort: “Het laatste decennium is de aandacht voor evaluatie en effectiviteit waarneembaar toegenomen. In 2007 organiseerde de FIN het symposium Evaluatie, waarmee het onderwerp breed op de agenda kwam van vermogensfondsen die steeds meer professionaliseren en best practices met elkaar delen.”

Best practices
De FIN faciliteert de kennisdeling door bijeenkomsten te organiseren voor projectadviseurs en door informatie te verzamelen op het FIN-Extranet. “Bij het maken van de brochure Projectevaluatie hebben we dankbaar gebruikgemaakt van de best practices die fondsen ter beschikking stelden.”

Projectencarrousel stoppen
De aandacht voor meten en effectiviteit gaat samen met een veranderende rol van vermogensfondsen. Zij zijn steeds minder eenmalig geldschieter en steeds meer partner van projecten, ook op de langere termijn.
In 2009 vestigde sociaal ondernemer Daniël Giltay Veth (foto) de aandacht op de ‘projectencarrousel’, het steeds weer starten en verdwijnen van projecten, ongeacht hun succes, zodra de financiering stopt. De discussie over deze ‘projectencarrousel’ werd onder andere gevoerd tijdens het FIN-symposium 2010. Inmiddels ziet Giltay Veth bij zowel aanvragers als fondsen een veranderende houding. “De aanvrager wordt ondernemender en zakelijker, het fonds denkt mee en wordt partner”, aldus Giltay Veth tijdens een FIN-bijeenkomst voor projectadviseurs van vermogensfondsen op 21 juni dit jaar 2012.

Partner zijn? Dan ook evalueren!
Partner worden van een project, een meerjarige betrokkenheid aangaan, heeft tot gevolg dat fondsen willen monitoren hoe het project ‘het doet’ en of de gewenste (tussentijdse) resultaten worden bereikt. Evaluatie en effectmeting komen dan om de hoek kijken.
Giltay Veth ziet meting als een voorwaarde voor een succesvol project dat op lange termijn kan verzelfstandigen. Hij ontwikkelde het ‘4 + 1 model’ of ‘quick scan’ waarmee fondsen kunnen scannen of een project de potentie heeft tot verduurzaming. Naast voorwaarden zoals een ‘effectieve methodiek’ en ‘projectleiding door sociaal entrepreneurs’ noemt hij uitdrukkelijk het ‘meten van in- en uitstroom of impact’.

Werkzame formule
De deelnemers aan de projectadviseursbijeenkomst van 21 juni lieten bij de afsluiting weten dat het ’4 + 1 model’ een werkzame formule is die goed aansluit bij hun praktijk. “Goed bruikbaar voor aanvragers en fondsen.” “Het SMART meten van output en resultaten is heel belangrijk.” “We volgen dit model nu eigenlijk al intuïtief.” “Het model is een goed handvat om te kijken naar een project, het geeft structuur.”

Meer informatie
Meer weten over projectevaluatie bij vermogensfondsen? Neem contact op met het FIN-bureau, info@verenigingvanfondsen.nl. De brochure ‘Maatschappelijk meer bereiken door evalueren van projecten’, kunt u hier bestellen.

Bevorderen van professionalisering en optimaal functioneren van leden maakt deel uit van de missie van de FIN (beleidsplan 2012-2015).

Literatuur:
Het rendement van zalmgedrag, de projectencarroussel ontleed (2009)
‘4 + 1 model’
‘Rem op de projectencarroussel’ (2012)
Bijeenkomst projectadviseurs 21 juni 2012
gerelateerde items